Volkswoede in Amerika

The People vs Wall Street

Sinds het uitbreken van de financiële crisis heeft Washington geen enkele hervorming van het financiële stelsel doorgevoerd. Door het hele land beginnen Amerikanen zich te organiseren om gezamenlijk de macht van organized money te breken.

IN DE VESTIGING van de Wells Fargo Bank in downtown Des Moines, de hoofdstad van de staat Iowa, gebeurt eigenlijk nooit iets. Aan de loketten worden enkele klanten geholpen - geldopnames en -stortingen, een verzekeringsadvies. Buiten het zicht van de klanten zijn mannen en vrouwen aan het werk, vermoedelijk gekleed in kostuums en mantelpakken, in de nabijheid van computerschermen waar ze een groot deel van de dag naar zitten te turen.
En dan, op een ijskoude dinsdagmiddag tegen het einde van januari, stromen opeens honderden betogers de kantoorvestiging binnen, nagenoeg in stilte, alsof de ruimte besmet is met een spreekverbod. Het is een gemêleerde stoet. Zwart, bruin en wit, dik en dun, jong en oud, hoewel iets meer oud en dik dan jong en dun, struint gezamenlijk over het kantoortapijt. Slechts één uiterlijkheid hebben ze gemeen: men draagt warme, donkere jassen boven een spijkerbroek, Amerika’s eeuwig favoriete kledingstuk.
Wanneer alle betogers binnen zijn begint men in harmonie te scanderen - ‘Bust up big banks!’ 'Put the people first!’ 'Enough is enough!’ teksten die ook op de meegedragen borden staan -, terwijl de aanwezige klanten, bankmedewerkers en geüniformeerde beveiligingsbeambten ongemakkelijk toekijken. Als het volume van de spreekkoren langzaam afneemt, begint een lange, rijzige man in een lange jas en met een jagershoedje op in een megafoon te spreken.
Zijn betoog komt erop neer dat het begrotingstekort van de staat Iowa (één miljard dollar) het gevolg is van het hebzuchtige en criminele gedrag van de grote Wall Street-banken, waaronder Wells Fargo. Terwijl diezelfde banken alweer terug zijn bij business as usual en zichzelf ruime bonussen uitbetalen, zit de gewone man op wiens kosten de banken uit de penarie zijn gehaald nog diep in de problemen. Bankiers moeten dan ook hun bonussen teruggeven, opdat het geld kan worden gebruikt om Iowa’s begrotingstekort af te lossen. Hij eindigt zijn verhaal met een luid 'genoeg is genoeg!’, dat meteen door de groep wordt overgenomen.
Hoe boos de betogers ook overduidelijk zijn, agressief wordt het nooit. Als de inmiddels gebelde politie even later verzoekt of iedereen het pand wil verlaten, gebeurt dit zonder morren. De actie is daarmee overigens nog niet voorbij. In vijf bussen verkast men naar de naburige Bank of America-vestiging, waar het procédé zich herhaalt.
De acties zijn georganiseerd door de groep Iowa Citizens for Community Improvement (CCI), onderdeel van de National People’s Action (NPA), een landelijke actiegroep met het hoofdkwartier in Chicago. Op een video die te zien is op de NPA-website Showdown in America leggen de betogers uit wat hen beweegt. 'Ik ben gewoon heel erg boos’, zegt de 81-jarige Ferol Wegner uit Des Moines, een weduwe die een groot deel van haar pensioenspaargeld verloor aan de financiële crisis. 'Ik wil gerechtigheid.’
'De banken weten best dat we ongelukkig zijn met wat er tijdens de financiële crisis is gebeurd’, zegt Mike McCarthy, een ander CCI-lid uit Des Moines. 'En ze weten dat het hun fout is. Maar ze denken dat ze gewoon op de oude voet verder kunnen gaan. Wij zijn hier om erop toe te zien dat hetzelfde straks niet onze kinderen en kleinkinderen overkomt.’
CCI maakt zich niet alleen boos over de recordwinsten - Wells Fargo boekte in 2009 een winst van 12,25 miljard dollar, zelfs na terugbetaling van 25 miljard aan overheidssteun - en bonussen bij de grote banken. De organisatie moppert net zo hard over de miljoenen dollars die de banken aan lobbyisten betalen om financiële hervorming tegen te houden, of over de verhoogde commissies en bijdragen voor rekening- en creditcardhouders, het nalaten om betalingsregelingen te treffen met huiseigenaren die achterliggen met hun hypotheekbetalingen en het financieren van zogeheten payday lenders, woekeraars die tegen rentes van soms wel vierhonderd procent leningen verstrekken aan mensen die nergens anders meer voor een lening kunnen aankloppen.
'De grote banken en Wall Street hebben onze nationale economie, de staatsbegroting en onze gemeenschappen verpletterd’, zegt Judy Lonning uit Des Moines. 'Het is aan hen om het recht te zetten. Wij willen hun bonussen.’

MET DEZE VOLKSWOEDE in de rug maakt president Barack Obama zich hard voor hervorming van het financiële stelsel in de Verenigde Staten. Uit onderzoek op onderzoek blijkt dat een grote meerderheid van het Amerikaanse volk - meer dan driekwart van de bevolking, volgens een laatste Pew Research-peiling - wil dat de bankwereld aan strengere regels wordt onderworpen.
In zijn State of the Union van afgelopen donderdag pakte Obama de handschoen weer eens op. 'De lobbyisten proberen hervorming te stoppen. Wel, we kunnen ze dit gevecht niet laten winnen. En als de wet die straks op mijn bureau ligt geen echte hervorming betekent, dan stuur ik hem terug.’
De dag daarop toont Heather Booth, directeur van de organisatie Americans for Financial Reform, zich verheugd over Obama’s strijdbaarheid. 'Ik ben zo blij dat de president zich sterk heeft uitgesproken voor financiële hervorming en tegen het roekeloze en hebzuchtige gedrag van de grote banken’, laat Booth per telefoon vanuit Washington weten. 'Hij heeft laten zien dat hij aan onze kant staat.’
De grote vraag is echter: als driekwart van de Amerikanen plus de president van het land voor hervorming van het financiële stelsel zijn, waarom is dit dan nog niet gebeurd? Sterker, hoe kan het dat er zelfs een reële kans bestaat dat er geen of nauwelijks enige hervorming uit Washington zal komen? Het antwoord daarop is volgens Booth simpelweg: 'They own the place.’ Met 'they’ bedoelt ze de financiële sector en hun lobbyisten en met 'the place’ bedoelt ze het parlement, waarvan de leden veel te afhankelijk zijn van de ruimhartige campagnedonaties die uit de financiële sector komen.
Volgens Simon Johnson, hoogleraar economie aan de MIT Sloan School of Management in Cambridge, Massachusetts, en schrijver van het gezaghebbende economische blog The Baseline Scenario, spelen campagnedonaties van Wall Street zeker een rol, maar vormen deze lang niet het hele verhaal. Johnson is jarenlang als econoom aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verbonden geweest en heeft in die hoedanigheid menige crisis zien voorbijkomen - denk aan de hyperinflatie van 1994 in Oekraïne of de bankcrisis in Zuid-Korea in 1997.
Op zijn blog en in zijn artikelen voor The Atlantic Monthly trekt hij regelmatig parallellen tussen de crises die hij in zijn IMF-jaren in opkomende markten heeft meegemaakt en de huidige crisis in de Verenigde Staten. Steeds ging het om landen die moesten leren om niet op te grote voet te leven en die grote veranderingen moesten doorvoeren om uit hun crisis te geraken. En steeds ging het om landen die in een crisis waren geraakt doordat hun machtige elites in goede tijden te veel risico’s hadden genomen. Al deze elementen ziet de voormalige IMF-man nu terug in de VS.
Johnson noemt een hele trits aan politieke keuzes - losse regulering, goedkoop geld, de ongeschreven Chinees-Amerikaanse alliantie, de promotie van huiseigendom - die steeds één ding gemeen hadden: of ze nu van Democraten of van Republikeinen kwamen, ze kwamen altijd de financiële sector ten goede. De financiële sector heeft overigens niet altijd zo'n voorkeursbehandeling genoten. De opkomst van de sector begon 25 jaar geleden onder president Reagan en zette zich dankzij de deregulatoire politiek van de presidenten Clinton en Bush voort.
De Amerikaanse financiële industrie heeft haar politieke macht verworven door culturele indoctrinatie - door Amerikanen een geloofssysteem op te dringen. De spreuk 'wat goed is voor General Motors, is goed voor Amerika’ werd na het aantreden van Reagan al snel: 'Wat goed is voor Wall Street, is goed voor Amerika.’
De banken hebben ongetwijfeld enige invloed 'gekocht’, maar Johnson betwijfelt of dat wel nodig was: beleidsmakers in Washington geloofden toch al dat de grote financiële instituten en opengestelde kapitaalmarkten cruciaal waren voor Amerika’s positie in de wereld. De vele oud-bankbestuurders die hoge posities aannamen in regeringen hebben daar vast ook een rol in gespeeld, schrijft Johnson - denk alleen al aan de ministers van Financiën Robert Rubin (onder Clinton) en Henry Paulson (onder Bush II), beiden oud-CEO van Goldman Sachs, of de huidige minister Timothy Geithner, tot voor kort hoofd van de Fed in New York.
Hoe succesvol de culturele indoctrinatie is geweest, bleek ook uit de ontvangst van boeken als Barbarians at the Gate en Bonfire of the Vanities, of de film Wall Street - allemaal werken die bedoeld waren als waarschuwing tegen de verderfelijkheid van Wall Street, maar die uiteindelijk alleen maar zouden bijdragen aan de mystiek van The Street.
Een hele generatie beleidsmakers is in de ban geweest van Wall Street, ervan overtuigd dat alles wat de banken zeiden waar was. Ook de huidige, pas herbenoemde Fed-voorzitter Ben Bernanke is ermee besmet geweest. Dit zei hij bijvoorbeeld vol bewondering in 2006: 'Bankholdings hebben de afgelopen twee decennia enorme vooruitgang geboekt in hun vermogen om risico’s te meten en beheersen.’ >
IN EEN DERGELIJK KLIMAAT is het aanscherpen van de regels voor financiële instellingen inderdaad niet zo vanzelfsprekend als je op basis van de steun van de massa’s zou verwachten. Sterker, ervan uitgaande dat het waar is dat 'they own the place’ - dus dat de machtige miljoenenlobby van Wall Street het voor het zeggen heeft in Washington - hoe kan Obama dan ooit financiële hervorming doorgedrukt krijgen?
Dat is niet helemaal de juiste vraag, vindt de eerder aangehaalde Heather Booth van Americans for Financial Reform: 'Al voordat Obama gekozen werd, vroeg hij ons, de mensen, om niet in hem maar in onszelf te geloven. Obama heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij niet in z'n eentje Washington kan veranderen. Het enige wat hij kan doen is leiderschap bieden, en dat heeft hij zeer uitgesproken gedaan. Het is nu dus aan ons.’
Want voor alle duidelijkheid: financiële hervorming is nodig, vindt Booth: 'We hebben een organisatie nodig die consumenten beschermt tegen de praktijken van creditcardverstrekkers en hypotheekmakelaars. Het is belangrijk dat de grote banken opgedeeld worden en extra belasting gaan betalen om het Amerikaanse volk te compenseren voor de geleden schade. En om een nieuwe crisis te voorkomen moet er meer toezicht komen op de handel in derivaten.’
Simpelweg de bestaande regels handhaven is niet genoeg: 'Er is geen serieus persoon die het beste met dit land voor heeft en die werkelijk denkt dat we zonder nieuwe regelgeving in de toekomst gevrijwaard blijven van wangedrag van de banken. De enigen die dit denken zijn de veroorzakers van de crisis: de banken, hun lobbyisten en de politici die onder hun invloed staan.’ De massa’s dienen te worden gemobiliseerd. 'Het wordt een strijd tussen Main Street en Wall Street, maar ook een strijd tussen David en Goliath. De acht grootste banken hebben in 2009 bijna 26 miljoen dollar aan lobbyisten uitgegeven. Maar vergeet niet: David kan winnen, zeker met hulp van John en Sue en Jane.’
Voert Booth de strijd tegen Wall Street vanuit Washington, George Goehl, directeur van de Nation People’s Action, vecht 'op de grond’. Zijn organisatie, die ook achter de recente protesten in Des Moines zat, heeft vaste medewerkers in meer dan twintig staten en werkt aan een grootscheeps 'lenteoffensief’: 'We kunnen de macht van de grote banken en Wall Street doorbreken als we ons organiseren; de straat op gaan, banken bestormen en brieven schrijven aan onze volksvertegenwoordigers en de president.’ Van het leiderschap van Obama is Goehl overigens niet onder de indruk. 'Hij zou de megafoon van het presidentschap veel effectiever kunnen gebruiken. En waarom zei hij tijdens de State of the Union: “Ik wil de banken niet straffen?” Dat moet hij juist wel willen.’
Goehl vindt dat politici die niet de wil van het Amerikaanse volk vertolken daarvan de consequenties moeten voelen: 'Aan hen de keuze: campagnegeld of herverkiezing? Wij willen dat campagnegeld besmetten door de ontvanger bij naam te noemen.’ Hij geeft meteen het goede voorbeeld: 'Melissa Bean, Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden. Ik zou niet weten hoe die ’s nachts slaapt. Ja, op een bed van campagnedonaties.’
Over geld gesproken, zowel Goehl als Booth verwacht veel van het door beiden gesteunde project Move Your Money, dat mensen aanmoedigt om hun geld bij de grote banken weg te halen en bij kleine, lokale banken onder te brengen. Opmerkelijk is dat juist minister van Financiën Timothy Geithner zich onlangs in een video-interview met website Politico negatief uitliet over het initiatief. Hij noemde het een slecht idee, zonder uit te leggen waarom. Goehl had het Politico-interview ook gezien. Hij zucht. 'Het bewijst opnieuw dat we hier tegen gigantische krachten strijden. Maar ik ben niet bang. Het is organized people versus organized money. Dat winnen we.’

Zie ook >>