Burgemeestersverkiezingen in Londen

The Scarlet Johnson

Londen – Op de herdenkingsplechtigheid voor de journalist Bill Deedes, begin december, liep The Guardian-columnist Hugo Muir op Boris Johnson af, die zich kandidaat had gesteld voor het burgemeesterschap. ‘Je zult nooit winnen’, brieste Muir: ‘Je ben een grap, een totale loser.’ De houding van Muir, die af en toe betaalde pr-werkzaamheden verrichtte voor Ken Livingstone, zou de toon zetten van de Stop Boris-campagne die heeft geleid tot het averechtse effect.

Aanvankelijk werd de kandidatuur van de flamboyante Johnson afgedaan als een grap, zelfs binnen het Conservatieve kamp. ‘Burgemeester? Van Henley neem ik aan’, was de eerste reactie van de Conservatieve commentator en Thatcher-biograaf Charles Moore, nadat hij had gehoord dat de afgevaardigde van Henley-on-Thames het belangrijkste politieke ambt van het land wilde gaan bekleden. Johnson zelf droeg bij tot deze indruk door het aanmeldingsformulier als een grap te beschouwen (Grootste uitdaging in carrière? ‘Grootbrengen van vier kinderen in de Londense binnenstad.’ Resultaat? ‘Te vroeg om te zeggen, maar de vooruitzichten zijn goed’).

Langzaam werd duidelijk dat achter de komische façade een serieus man zat, een soort Scarlet Pimpernel. Hij werd alcoholvrij, gaf zijn column in The Daily Telegraph op en aanvaardde de hulp van de Australische spindoctor Lynton Crosby. Vanaf het begin lag ‘Boring Johnson’, zoals hij opeens bekendstond, voor in de opiniepeilingen. Vanuit het geschrokken Livingstone-kamp klonk de waarschuwing dat het einde van Londen nabij was, net zoals New Labour beweerde toen ‘Red Ken’ zich indertijd kandideerde. Lezers van de linkse The Guardian beloofden de stad te verlaten bij een Boris-overwinning, wat een Conservatieve commentator bracht tot het idee om Livingstone’s gehate harmonicabussen te regelen voor het benodigde transport.

De volgelingen van Ken riepen om het hardst dat Johnson als Old Etonian, ex-leerling van de elitaire kostschool Eton, geen publiek ambt zou mogen vervullen, laat staan presideren over de multiculturele hoofdstad van de wereld. In The Independent schreef Yasmin Alibhai-Brown dat Johnson ‘niet de gevoeligheden van een Londenaar bezit; hij is niet een van ons’. De door Alibhai-Brown en ook Livingstone bejubelde filosofie van inclusiviteit, dat iedereen erbij hoort, gaat blijkbaar niet op voor hoogblonde kostschooljongens, zelfs niet wanneer ze, zoals Johnson, van Turkse komaf zijn en in Australië als vuilnisman hebben gewerkt.

Livingstone’s bewind berustte acht jaar lang op een ‘inclusieve’ regenboogcoalitie van minderheden, van Aziaten tot zwarten, van homo’s tot asielzoekers, waarbij hij vertrouwde op de electorale apathie van de blanken in de buitenwijken. Met zijn ontwapenende lach is Johnson erin geslaagd een einde te maken aan deze stembusfobie van de belastingadviseurs in Bexley en stukadoors in Sutton. Hoewel de verkiezingskaart van de Britse hoofdstad thans oogt als een donut kan Johnson toch de eenheidsburgemeester worden.

Waar een half bekeerde trotskist als Livingstone nog steeds in groepen en massa’s denkt, daar beschouwt de vrijzinnige Conservatief Johnson Londenaren als individuen met hun hoogstpersoonlijke ambities. Johnsons maatschappijvisie doet denken aan die van een andere vrijbuiter, de Oostenrijkse wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend. In How to Defend Society against Science schreef deze ex-inwoner van Londen ruim dertig jaar geleden: ‘Waarom zou iemand een ander willen bevrijden? Toch niet wegens een of ander abstract voordeel van vrijheid, maar omdat vrijheid de beste weg is naar vrije ontwikkeling en geluk. We willen mensen bevrijden zodat ze kunnen lachen.’

Bekijk op dewebsite van BBC News een afbeelding van Boris Johnson gemaakt door Banksy.