Ger Groot

The Swan

De Geus is de meest succesvolle Nederlandse uitgeverij van de afgelopen tien jaar. Hoe doen ze dat, daar in Breda? Op hun fondslijst is bijna geen Engelstalig boek te vinden. Daar kan het dus niet aan liggen. Of ligt het juist wel daaraan?

Uitgevers kijken likkebaardend nog maar in één richting: de Verenigde Staten, en af en toe terzijde naar Engeland. Verder niet. Ze lijken een beetje op mijn Amsterdamse nichtje, dat de afgelopen zomer alleen maar in Amerikaanse films geïnteresseerd bleek. Ik had haar Le fabuleux destin d’Amélie Poulain voorgesteld. No way.

In de VS gebeurt het en dus komt alles wat er gebeurt vanzelf in de VS terecht. Volgens die simpele logica redeneren uitgevers. Dus zien ze veel dingen niet, of veel te laat. Ze lopen achter de muziek aan en betalen daar ook nog eens veel te duur voor.

Met Engels kom je overal: dat is een vreemde Nederlandse opvatting. Je vindt haar ook terug in het nieuwste boek van Abram de Swaan, Woorden van de wereld. Na een verblijf in Amerika besloot De Swaan Engels te blijven schrijven, en Nederlands alleen voor stukken en columns in de krant. «Zoals iemand het vliegtuig neemt naar verre bestemmingen en de fiets voor ritjes in de buurt», schrijft hij. Je kunt dat ook neutraler zeggen: «Zoals je op je huwelijksuitnodigingen naar verre bestemmingen andere postzegels plakt dan naar dichtbij.» Typerend van die eerste is dat er zelden iemand komt opdagen.

Engels de wereldtaal? Als dat al zo is, dan nog maar sinds een paar decennia. Tot aan de Tweede Wereldoorlog streden het Frans en het Duits om voorrang. Dankzij Adolf Hitler ging het Engels er met de kluif vandoor.

De taal van de wereld is de taal van de macht, niet die van verdiensten. Het Engels is geen helderder, gemakkelijker of mooiere taal dan het Duits, Frans of Spaans. Intussen is Amerika dankzij de hispanics hard op weg een tweetalige natie te worden. Binnen de Europese Unie is andere concurrentie in aantocht. Wanneer de Duitse economie daar weer op krachten komt en de schaamte over het verleden verder verwatert, blijft de taal niet achter.

Nederland zet intussen onbekommerd zijn kansen op de Engelse kaart. Sommigen willen zelfs, net als met de euro, één Europese taal. Het is een exclusief Hollandse illusie: pro vincialisme dat zichzelf kosmopolitisch waant en niets heeft geleerd van de geschiedenis. Een taal willen afschaffen leidt altijd tot ellende.

De Swaan zal wel nooit The Swan worden. Wel hoopt hij dat anderstaligen hun achterstand ten opzichte van Engelse native speakers ooit zullen inlopen. Wie Wim Duisenberg hoort of Engelstalige colleges aan onze universiteiten bijwoont, voelt de charme van die verzuchting. Op de bureaus van de Europese Unie worstelen vertalers met Engelse teksten van Nederlandse ambtenaren, die eerst moeten worden terugvertaald om begrijpelijk te zijn.

Maar De Swaans hoop is ijdel. Tweetaligen spreken zelden twee talen goed. Meestal spreken ze ze allebei slecht, om over schrijven nog maar te zwijgen. We zijn onze moedertaal; de rest blijft behelpen.

Erasmus-studenten komen hiernaartoe met de verwachting dat alle Nederlanders Engels spreken. Dat valt hard tegen. Als Nederlanders het al kunnen, dan doen ze dat nu eenmaal meestal niet. Wie in dit land wil functioneren, moet de taal kennen. Beteuterde buitenlandse studenten zijn daar na een paar dagen al achter. En wat voor Nederland geldt, geldt voor de hele wereld. Het meeste wat gezegd of geschreven wordt, gebeurt niet in het Engels. Meestal wordt het dan pas interessant, levendig en origineel.

Misschien zien ze dat vanuit de periferie duidelijker dan in het centrum. Uitgevers die gretig ingeplugd willen zijn op de hele aardbol houden de carrousel van Amerikaanse hypes gemakkelijk voor de hele werkelijkheid. In de praktijk betekent dat: dromen van gouden bergen en eindigen met torenhoge kosten.

Vergeet het Engels. Schrijven doe je het best in je moedertaal, waarin je ook nog weleens een reactie ontvangt. En literaire ontdekkingen doe je het best in talen waar anderen niet meer naar omzien. Dat heeft De Geus goed begrepen. Laten ze nog maar een tijdje doorgaan in Breda.