The usual suspects

De zaak-Scholte dendert onverdroten verder. In het laatste nummer van het postmoderne jongerenblad Blvd komen de vijf kunstenaars aan het woord tegen wie Rob Scholte in het verleden de beschuldiging uitte dat zij op een of andere wijze betrokken waren bij de aanslag met de handgranaat op 24 november 1994 in de Amsterdamse Jordaan, de aanslag die hem zijn beide benen kostte.

Het gaat om Scholtes voormalige assistent John Studulski, fotograaf Paul Blanca, de schilders Peter Klashorst en Jan Willem Vaal, en Maximaal-dichter annex performance-kunstenaar Koos Dalstra. Blvd-hoofdrecteur Frank Bierens schrijft in zijn inleiding bij de mini-interviews dat zij allen door Scholte worden verdacht van lidmaatschap van de criminele organisatie Neerlandica Nostra, een mysterieus genootschap dat kort na de aanslag op Scholte een brief verzond aan de kunstenaar waarin hij met de dood werd bedreigd indien hij de publiciteit zou opzoeken. Neerlandica Nostra zou zich bezighouden met het witwassen van zwart geld, drugsgebruik, drugshandel, perverse seks en handel in wapens en explosieven. Het hoogste doel van het genootschap zou het propageren van ‘taboeloze kunst’ zijn, een streven dat met de aanslag op Scholte en zijn vrouw Micky een voorlopig hoogtepunt zou hebben bereikt.
In Blvd beklagen de vijf verdachten zich vooral over de gevolgen die de beschuldigingen van Scholte hebben gehad voor hun persoonlijke leven. John Studulski, die het echtpaar Scholte kort voor de aanslag tijdens een hoog oplopende ruzie telefonisch bedreigde met een brandbom, lijkt nog het meest getroffen door de affaire. Studulski werd als eerste verdachte genoemd door de Scholtes. De politie hield hem vier dagen vast voor verhoor. 'Ik heb er ontzettend veel last van gehad’, zegt hij. 'Ik was de meest vreselijke man van de stad en kon me twee, drie maanden nergens meer vertonen.’
Al even geschaad in zijn reputatie is Paul Blanca, tegen wie Scholte op 12 december 1994 aangifte deed. '99,9 procent van de mensen ziet je als een monster’, aldus Blanca, die verdacht werd nadat hij in de Nieuwe Revu gewag had gemaakt van zijn activiteiten op de zwarte markt voor handgranaten. Blanca stelt dat hij werd gevolgd door premiejagers en dat zijn afnemers niet meer met hem wensten om te gaan.
After Nature-schilder Klashorst kwam in een kwade reuk te staan nadat er bij de Scholtes een door hem ondertekend briefje binnenkwam met veel sick leedvermaak over de aanslag en de gevolgen. Klashorst stelt in de Blvd dat het briefje moet zijn geschreven door iemand die zowel hemzelf als Scholte haat, en bovendien goed ingewijd moet zijn in hun persoonlijke kennissenkring. Klashorst stelt dat Scholte zijn vrienden beschuldigt om maar niet te hoeven beginnen aan een kritisch zelfonderzoek.
Datzelfde meent ook Jan Willem Vaal, die door de politie tot twee keer toe werd verhoord over zijn mogelijke betrokkenheid bij de aanslag. 'Scholte zit als een kat in het nauw’, aldus Vaal. 'Hij maakt het zichzelf niet makkelijk, want hij krijgt van al die kunstenaars nu ook nog eens lik op stuk. Hij moet gewoon normaal doen, hij moet gewoon zeggen: “Oke, ik heb me vergist”.’
Het hardst in zijn kritiek op Scholte is Koos Dalstra, tot voor kort Scholtes linkerhand in diens eigen onderzoek naar de toedracht van de aanslag. Volgens Dalstra is Scholte veel te naief in zijn gedachten over een samenzwering. Dalstra: 'Als je het in beelden moet uitdrukken, is de aanslag veel gelaagder. Het is meer een dubbele diaprojectie met zes, zeven schermen die achter elkaar geplaatst fragmenten van het eindbeeld opleveren.’ Dalstra kwam vooral onder verdenking van Scholte toen bleek dat hij op het moment van de aanslag vlak bij de plek des onheils was. Volgens Scholte zou Dalstra nog met een busje de doorgang van een ambulance hebben versperd. Dalstra beweert echter met grote stelligheid dat zijn aanwezigheid op de plek puur toeval was.