KUNST

THE VORTEX

Gaudier-Brzeska

De ontploffing van het Kruithuis van Delft in oktober 1654 beroofde de wereld van Carel Fabritius, op de leeftijd van 32 jaar. Er bleven niet meer dan zo'n vijftien schilderijen over. Wie tegenover zijn zelfportret staat in museum Boijmans Van Beuningen denkt: wat als hij tachtig geworden was? Hetzelfde valt je in bij de tentoonstelling van de beeldhouwer Henri Gaudier-Brzeska (1891-1915), die op 23-jarige leeftijd op het slagveld viel.

Dit is een bescheiden tentoonstelling - twee zalen - wat te verwachten is bij zo'n kort leven en zo'n korte carrière, maar toch is de variatie opvallend, en het talent evenzeer. Er is meer werk: de nalatenschap van Gaudier is nauwgezet verzameld en daarna geschonken aan het Centre Pompidou en het museum in Orléans. Gaudier kwam daar uit de buurt. Hij kreeg een opleiding die hem naar Parijs maar ook Bristol voerde, en in Engeland voelde hij zich thuis. In 1910 ontliep hij de Franse dienstplicht door zich in Londen te vestigen in gezelschap van de Poolse schrijfster Sophie Brzeska, twintig jaar ouder dan hij, zijn grote liefde - hij voegde haar naam bij de zijne. In Londen vond hij een baantje als klerk en tekende de nachten door. Vanaf 1912 raakte hij langzaam bekend in invloedrijke kringen. In 1913 ontmoette hij Frank Harris en Ezra Pound, die vrienden voor het leven werden.

Jong als hij was maakte Gaudier grote indruk in de Londense kringen. De Britse kunstenaars worstelden in die jaren nogal met de modernistische stormen die over het continent raasden, op zoek naar een eigen visie. Gaudier wist fenomenen als Brancusi, Epstein, Zadkine, etnografische kunst, kubisme, enzovoort met Pound en Wyndham Lewis te synthetiseren in een nieuw manifest onder de ronkende naam van The Vortex, of het vorticisme. In feite is dat het Britse antwoord op het futurisme; het manifest staat bol van fysieke actie, wilskracht en hoekige antischoonheid: ‘We have crystallized the sphere into the cube, we have made a combination of all the possible shaped masses - concentrating them to express our abstract thoughts of conscious superiority. Will and consciousness are our VORTEX!’

Pound was betoverd door Gaudiers tomeloze kracht: 'Zijn rust leek actie, zo sterk was de demon van energie die hem bezat - of diende. Zo herinneren wij ons Gaudier, zittend op de rand van een stoel, alsof hij op het punt stond te vertrekken, maar dat “op het punt staan” kon een paar uur duren - “Nee, hij heeft me de hele geschiedenis van Polen verteld, in een half uur, met een schema van de grondwet erbij, het was heel interessant” - dat soort dingen gebeurden altijd.’

Het tentoongestelde werk verraadt die energie, al zijn de vormen heel gevarieerd. De buste van de schilder Alfred Wolmark is echt futuristisch - alles schots en scheef, verrast, in beweging. Maar even verderop is een klein marmeren figuurtje weer ijl en gepolijst als een cycladen-idool, het volgende hoekig en donker als een Afrikaans godenbeeld.

Toen de oorlog uitbrak nam Gaudier dienst, en vanaf het slagveld schreef hij kolkende brieven naar Londen, grotendeels in hoofdletters. 'IK BEN TWEE MAANDEN AAN HET VECHTEN en ik kan nu de intensiteit van het leven op waarde schatten. MENSELIJKE MASSA’s krioelen en bewegen, worden vernietigd en staan weer op. PAARDEN verslijten in drie weken, sterven langs de weg. DEZE OORLOG IS EEN GROTE GENEZING. MIJN GEDACHTEN OVER BEELDHOUWKUNST ZIJN ABSOLUUT DEZELFDE GEBLEVEN. HET IS DE VORTEX VAN WIL, VAN BESLISSING, DIE AANVANGT.’

In Den Haag begint de tentoonstelling met een grote foto van Henri Gaudier, jong, met lang haar, de hamer in de hand; het is curieus te bedenken dat in dat verfijnde lichaam zo'n storm woedde.

Henri Gaudier-Brzeska. Beelden en tekeningen uit de collectie van het Centre Pompidou, t/m 12 december, museum Beelden aan Zee, Den Haag, www.beeldenaanzee.nl. Ezra Pound, Gaudier-Brzeska: A Memoir, 1916