Liefdevol kijker

Theater


Ieder kleinkunstkoppenvolk krijgt het theater op de televisie dat het verdient: cabaret. De Kaandorpen en Maassens struikelen op de publieke netten over elkaar heen, hier en daar wil nog wel eens een verdwaalde balletregistratie voorbijkomen, maar dan hebben we het wel ongeveer gehad met theater op tv. De mare dat levend toneel ook niet in een beeldbuis valt te klemmen, is decennialang bij onze ‘publieke’ oosterburen stelselmatig ontkracht, tot ook daar de kijkcijferkassa’s het toneel van de televisie wegrinkelden. Bij het tweede Duitse net, ZDF, hebben ze er iets op gevonden: daar bestaat sinds kort een Theaterkanal, waar ze nu systematisch uitzenden wat er in de loop der tijden aan fraaie registraties is gemaakt. In Nederland houden we het bij de (overigens memorabele) integrale ‘Ring’ door de Nederlandse Opera — daarna is de kas weer voor jaren leeg en het niemandsland tussen theater en televisie de speeltuin voor steeds zeldzamer gekken.


Zo’n fanatiekeling is Erik Lint. Als ik me goed herinner is hij op het Instituut voor Theaterwetenschap te Amsterdam begonnen af en toe een camera voor of naast of op een podium te posteren. Na zijn studie ging hij daarmee door, vaak in opdracht van gezelschappen als Theater Hollandia. Bij dat gezelschap legde hij op een indrukwekkende manier scènes vast uit bijvoorbeeld de antieke tragedie De Perzen gespeeld in een autosloperij te Westzaan. Zo kunnen we keer op keer gefascineerd raken door de manier waarop Jeroen Willems in die voorstelling het verhaal vertelde van de boodschapper die in zijn eentje een complete veldslag moest naspelen. Dat was namelijk een zeldzame vorm van hogeschool-acteren, muziek met woorden van drieduizend jaar terug. Is het belangrijk om dat terug te kunnen zien terwijl de voorstelling allang herinnering is geworden? Ja, dat is net zo belangrijk als het is om nu terug te kunnen horen hoe in 1961 Kirill Kondrasjin het Moskous Philharmonisch Orkest temde teneinde de achtste symfonie van Sjostakovitsj te laten klinken zoals die volgens Kondrasjin moest klinken. Zo simpel ligt dat.


De kwaliteit van Erik Lint is even simpel als zeldzaam: hij kan niet alleen erg goed kijken, hij kijkt ook zeer liefdevol. Hij is in staat om de schoonheid (letterlijk) vast te houden van een camera die minutenlang ‘kijkt’ naar een acteur die druk doende is uit kunstmatig aan elkaar gemonteerde stukjes leven een geheel nieuw leven te creëren. Wie wil zien welke fraaie miniaturen dat oplevert moet zorgen op 20 februari in Rotterdam, Den Haag of Amsterdam in de buurt van een televisietoestel te zijn waarop Kunstkanaal kan worden ontvangen. Daar wordt die dag Biotex of zogezegd en alles uitgezonden. Dat was een voorstelling van Hollandia, of liever, deel van een voorstelling van die groep, waartoe ook King Corn (met dezelfde ondertitel) behoorde.


Hollandia speelt zijn voorstellingen bij voorkeur in industriële monumenten, in de King Corn/Biotex-productie werd steeds de laatste arbeider getoond die zo’n monument na sluiting van de productielijn nog beheerde, tot de sloophamer erin ging. Het procédé van die voorstellingen was even simpel als vernuftig: een journalist (Lex Bohlmeier) interviewde ‘de laatste arbeider’ van respectievelijk een meelfabriek in Leiden en een zeep- en sodafabriek in Delfshaven, hij werkte dat gesprek om tot een speelbare monoloog, een regisseur (Floor Huygen) ging er met twee acteurs (Bert Luppes in King Corn en Peter Paul Muller in Biotex) mee aan het werk. En wij gingen er toen naar kijken, in leeggeplunderde, desolate ruimten. De taal van die monologen was authentiek en kunstmatig tegelijk: je hoorde de echo’s van de man die model had gestaan, de tekst was een uit elkaar vallende partituur van levenstekens, zoals de ondertitel van het project aangeeft: zó ooit gezegd en álles omvattend. Erik Lint is gaan kijken en liet zijn camera draaien, ook als zijn liefdevolle blik wegzwenkte van de speler en op zoek ging naar mooie plekjes in dat kapitalistische krot. Het resultaat mag er zijn. En Erik Lint moet blijven.



LOEK ZONNEVELD



Kunstkanaal, 20 februari, doorlopende uitzendingen: Rotterdam C van 22.00 tot 24.00 uur, daarna van maandag tot en met donderdag herhaald tussen 23.00 en 1.00 uur; Den Haag C van 12.30 tot 16.30 uur; Amsterdam C van 11.00 tot 3.00 uur. Inlichtingen tel. 020-6271496