Het zeventiende Theaterfestival

Theater onder curatele

Het afgelopen weekend eindigde het zeventiende Theaterfestival met de bekendmaking van enkele prijzen. En van de namen van twee curatoren die met ingang van heden gaan bepalen welke toneelvoorstellingen uit het komend seizoen belangwekkend genoeg zijn om in de nazomer van 2004 op Het Theaterfestival geprogrammeerd te worden. Uit Nederland gaat de voormalige toneelcriticus van de Volkskrant (tussen 1986 en 1993) Martin Schouten (ondertussen met pensioen) het theater voor grote mensen bij elkaar winkelen. Vlaanderen levert in de persoon van Nicole Petit de curator die het aanbod voor de kleintjes en jongeren tegen het licht houdt. De twee curatoren komen in de plaats van Vlaams-Nederlandse jury’s, waarin zestien critici met elkaar van gedachten wisselden.

Curator. Waar heb ik dat woord eerder gehoord: «Iemand die belast is met de afwikkeling van een faillissement.» Zou de directeur van Het Theaterfestival, Arthur Sonnen, zijn Dikke Van Dale hebben geraadpleegd alvorens hij op de inval van de twee curatoren kwam? Wil de zelfbenoemde Onderkoning van het Nederlands theater Zijn Eigen Theaterfestival willens en wetens failliet laten verklaren? De uitvinding van de theatercurator als dramatische ironie? Nee! Het is Arthur Sonnen onversneden ernst met die curatoren.

Waarom komt hij met deze archaïsche, regenteske ingreep? Omdat de geplaagde festivaldirecteur geen juryleden kan vinden, verklaart hij in interviews. «Het lukt gewoon niet meer om mensen bij elkaar te krijgen die al die voorstellingen willen bezoeken en er deskundig over kunnen oordelen.» Wat Sonnen vergeet te vertellen is dat hij ettelijke jury’s gek heeft gemaakt met knevelende regeltjes, met te elfder ure voorgestelde wijzigingen in de selectielijst, met vriendjes politiek. Zo kweek je geen enthousiaste juryleden. Voorts heeft Sonnen altijd geweigerd de jurering spannend, intrigerend en avontuurlijk te maken. Zestien jaar lang heeft hij consensus afgedwongen. De jury eindigde daardoor de laatste tijd in een moeras van stinkende compromissen. De kloof tussen ondertussen doorgebroken publieksbeoordelingen (Gouden Gids Publieksprijs, NRC-Publieksprijs) en het oordeel van de Theaterfestival-jury’s werd steeds pijnlijker. Met dit seizoen als dieptepunt het ontbreken van de toneelhit Cloaca op Het Theaterfestival — iets wat aan geen sterveling meer was uit te leggen. Op een volledig krankjorume manier werd door die «kwestie-Cloaca» en passant een fake debat over de scheiding tussen «hogere» en «lagere» cultuur opnieuw leven in geblazen. Alsof een publiekssucces automatisch «lagere cultuur» oplevert.

De curatoren van Het Theaterfestival 2004 moeten, aldus Arthur Sonnen, «de selectie van Het Theaterfestival avontuurlijker maken». Bent u daar nog? Faillietbeheerders gaan ons toneel avontuurlijker maken!

Moge de Raad voor Cultuur komend jaar de wijsheid vinden om Het Theaterfestival van Sonnen per ultimo 1 januari 2005 op te heffen. Het geld moet wel voor de sector behouden blijven. Bijvoorbeeld om Jan Joris Lamers (die mede op last van Arthur Sonnen, toen lid van de Raad voor Cultuur, in 2001 met zijn groep Maatschappij Discordia uit het Nederlands theaterlandschap werd verbannen) en een aantal jonge kompanen jaarlijks een fin-de-saison en début-de-saison te laten organiseren. En om een club visionaire schouwburgdirecteuren in de gelegenheid te stellen — eventueel samen met het Holland Festival — een aantal mooie buitenlandse toneelvoorstellingen naar Nederland te halen.

Als aan die voorwaarden is voldaan, meld ik me graag op persoonlijke titel aan als curator. Om het faillissement te regelen van het dan volledig overbodig geworden Theaterfestival.