Toneel

Theaterfamilie

Toneel: Opening Night

Misschien een banale vraag: waarom moeten filmscenario’s zonodig het toneel op? Een paar jaar geleden Festen, dit seizoen Herfstsonate, volgend jaar Himmel über Berlin en als ik me niet vergis ook Dogville. Bij Scènes uit een huwelijk van Ivo van Hove begreep ik de stap wel: de toneelbewerking en de enscenering gaven het filmscript van Ingmar Bergman een meerwaarde die «des toneels» was: niet meer in het donker gluren, maar boven op de lip van de strijdende echtelieden meezinderen. Nu is er – nog tot eind mei te zien – Opening Night naar het scenario van de Amerikaanse filmregisseur John Cassavetes (uit 1977). Een toneelfamilie bereidt zich voor op een toneeltekst over de angst om oud te worden. Met in het centrum de actrice Myrtle die het personage Virginia speelt in een vertelling over een vrouw die bang is om oud te worden. Tja! Nog een andere banale vraag: waarom toneel over toneel? Ik las ergens – naar aanleiding van deze voorstelling – een column over toneel als metafoor voor de publieke cultuur van maskers en van zelf aangemeten identiteiten, van rollen die we in het publieke domein spelen, of moeten spelen. Maar ja, daar gaat Opening Night niet over. De film ging er al niet over, het stuk van Toneelgroep Amsterdam/NTGent (regie: Ivo van Hove) al helemaal niet. Toneel maken is ploeteren en gezeur, gezaag en gezeik, wroeten in het zelfbeeld en uiteindelijk halve maatregelen nemen, of er totaal voor gaan, zonder restricties of laffe compromissen. Allemaal waar. Maar waarom moet ik daarmee een lange, lánge avond lastiggevallen worden? Gezeur, gezaag en gezeik heb ik al genoeg om me heen. Er wordt mooi gespeeld in Opening Night. Die titel betekent trouwens première. We treffen de toneelfamilie aan in zo ongeveer de laatste dagen voor hun stuk – met de onzalige titel De Tweede Vrouw – voor het eerst wordt gespeeld, voor familie, vrienden, collega’s en natuurlijk… het schorriemorrie van de pers. Verzenuwing alom. Drankmisbruik te over. Diepzinnige dialogen over het in elkaar overgaan van persoon en personage – ze zijn niet aan te slepen. Ik keek met open mond naar de toneelspelersprestaties van bewonderde vedettes als Elsie de Brauw (de actrice in midlifecrisis), Fedja van Huêt (regisseur met potentieproblemen), Jacob Derwig (tegenspeler en ex-man van Myrtle). Ik zag mooie creaties van Johan van Assche, producent, en van Sanne den Hartogh, die met kostuums en zorgzaamheid achter hoofdrolspeelster Myrtle aan dribbelt. Geeuwend en gapend kon ik die lange, lánge toneelavond alleen maar denken: waarvoor, waartoe, waarom? De zogenaamd existentiële levensvragen van de toneelspelers verveelden me. Zelfs de fan van de hoofdrolspeelster, die na het scoren van een handtekening onverhoeds door een auto wordt overreden en sterft en die daarna als ongrijpbare kwaaie geest driftig in de repetities komt spoken (mooie rol trouwens van Hadewych Minis), begon me fiks op de zenuwen te werken. Ook al zo’n zeurend, zeikend en zagend spook. Gemorst talent. Net als die irritante videoploeg – er wordt van de repetities een documentaire gemaakt – die al het toneelspelersleed op grote en kleine schermen nog eens kwadrateert. Om mij heen klonk overigens gejuich. De hoofdstedelijke toneel-tam-tam repte van briljant en geniaal en niet-te-missen en een hoogtepunt en een kandidaat voor de mooiste toneelprijs. Ik ging slaperig naar huis. Voorlopig geen toneel-over-toneel meer! En alsjeblieft ook geen filmscenario’s op de speelplankieren. Opening Night, tot eind mei in Gent, Rotterdam en Amsterdam. www.toneelgroepamsterdam.nl, www.ntgent.be