Theatertijdschrift op de tocht

Het Theater Instituut Nederland is van plan om de tijdschriften Notes en Toneel Theatraal op te heffen. In plaats van deze bladen komt er een nieuw tijdschrift voor de podiumkunsten. Voor de medewerkers van de betreffende bladen is dit geen nieuwtje. Vanaf het moment dat Toneel Theatraal zo'n vijftien jaar geleden met subsidie en al werd ondergebracht bij het TIN - toen nog het NthI, het Nederlands Theater Instituut - heeft deze uitgever het theaterblad bestreden. Niet met open vizier, maar door het blad produktioneel zo min mogelijk te steunen. En door achter de rug van (eind)redactie om te stoken en te konkelen met beleidsmakers en andere bobo’s uit theaterland.

Onder Steve Austen, een van de eerste directeuren van het Instituut, was dat al zo. Hij is nu toevallig een van de voorstanders van dat nieuw op te richten theaterblad van ongetwijfeld internationale allure. Met de komst van Dragan Klaic als directeur van het TIN gaat de strijd gewoon door. Maar met vuilere methoden, want aan deze man moeten de eerste beginselen van de democratie nog worden uitgelegd.
Zes jaar was ik redactielid van Toneel Theatraal, twee jaar eindredacteur. En ik herinner mij een vergadering waarin de toenmalige TIN-directeur Annemiek Hagens een vergeefse poging deed haar inhoudelijke bezwaren tegen het blad te formuleren. Haar opvolger Klaic riep dat hij zich ‘principieel’ niet met de inhoud van het blad wilde bemoeien. Maar hij had wel meteen z'n mening klaar. Toneel Theatraal is te duur, wordt slecht gemanaged en heeft een slechte naam, gooide Klaic ons voor de voeten. Dat verbaasde ons niets: het Instituut weigerde ons al jaren inzicht te geven in de begroting van het blad, er werd niets gedaan om het blad te managen of te promoten, en een slechte naam heeft het blad altijd gehad, voornamelijk onder mensen die het niet lazen. Maar in plaats van zijn hulp te bieden bij het opkrikken van de organisatie en het imago van het blad, begon Klaic aan een langzame wurgactie.
Zonder overleg, en zonder dat we een begroting onder ogen kregen, sneed Klaic in het aantal pagina’s. Zonder overleg werd het contract met onze zetter en onze vormgever opgezegd - mensen waarmee de redactie een goede band had opgebouwd. Te duur. De opmaak van het blad moest voortaan binnenshuis gebeuren, door personen die al bij het Instituut in dienst waren. Eigenlijk moesten ook de theaterfoto’s in het blad gemaakt worden door de Instituutsfotograaf die voor de bibliotheek werkte. Zonder overleg werd de redactionele invulling van het Theaterjaarboek ineens bij Toneel Theatraal weggehaald.
Het TIN zal eigenhandig het jaarboek 'meer diepgang’ geven, werd schaamteloos aangekondigd in een nieuwsbrief. Maar voor het komende Theaterjaarboek zijn ongeveer dezelfde schrijvers gevraagd als met wie de TT-redactie werkte. Het verschil is dat er nu geen overleg met de schrijvers wordt gevoerd, en ze een contract kregen waarin staat dat ze hun correcties zelf moeten doen en dat teveel wijzigingen in de tekst ten koste gaat van hun honorarium.
In wezen gaat het bij de strijd van het TIN tegen Toneel Theatraal niet om een inhoudelijk verschil van mening. Het gaat erom dat het TIN controle wil over het blad. En dat is bij Toneel Theatraal moeilijk, want het blad is eigendom van een stichting. Als die stichting er niet was, zou het blad een speelbal zijn in de handen van het TIN, zoals Notes dat nu is. Bijna was ook die stichting door het TIN geconfisqueerd. Achter de rug van de redactie om had de directie namelijk een nieuw bestuur voor deze stichting bedacht en alvast ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De persoon die voor Klaic dit klusje klaarde was toevallig weer Steve Austen. Doordat de redactie met advocaten dreigde, deden de creatieve ondernemers snel een stapje terug. Om zich te bezinnen op de volgende zet.
Het zal ze uiteindelijk wel lukken om het honderdjarige Toneel Theatraal weg te vagen en een nieuw blad te formeren. En wie weet komt er wel een veel frisser en beter blad, dat als een gek verkoopt en waar de hele theaterwereld tevreden over is. Maar de manier waarop deze 'vernieuwing’ van bovenaf wordt doorgedrukt, is ronduit schandalig.