Theegekte

New York - Voortgedreven door het enthousiasme van de Tea Party-activisten zullen de Republikeinen in de tussentijdse parlementsverkiezingen van november flink winnen. Zo veel is zeker. Of die winsten een lang leven beschoren zijn, is echter een stuk minder zeker. Dat heeft te maken met wat de Tea Party-activisten en de door hen gesteunde, vaak zeer rechtse dan wel libertaire kandidaten willen: bezuinigen. Geen overheidsprogramma is straks nog veilig als het aan Amerika’s momenteel luidste groep kiezers ligt - behalve de defensie-uitgaven natuurlijk. Belastingverhogingen zijn helemaal uit den boze: de tea in Tea Party staat volgens veel activisten immers voor taxed enough already. Dat de belastingen in de VS voor het laatst verhoogd werden onder de presidenten Reagan en Bush sr, en dat president Obama de belastingen tot nu toe slechts verlaagd heeft, doet niets af aan deze verontwaardiging. Dit is toch al een selectieve verontwaardiging, want waar was de Tea Party toen de jonge Bush tweemaal zonder begroting ten oorlog trok en met zijn belastingverlagingen Clintons begrotingsoverschot verbraste?

Hoe dan ook, met dergelijke principes uitgeruste politici zullen straks zitting nemen in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Wat zal dan gebeuren? Wie niet aan defensie wil morrelen, zal moeten knagen aan de naar Europese maatstaven toch al karige sociale voorzieningen van het land. De eerste nationale politicus die afbraak van de met Roosevelts New Deal ingevoerde welvaartsstaat voorstond, was de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater, die vond dat de welvaartsstaat het Amerikaanse volk van zijn vrijheid beroofde. Hij leed in 1964 tegen Lyndon Johnson een van de grootste verkiezingsnederlagen uit de Amerikaanse geschiedenis.

In 1994 gebeurde iets vergelijkbaars, toen de Republikeinen onder aanvoering van Newt Gingrich het Huis van Afgevaardigden veroverden. Deze nieuwbakken parlementariërs wilden meteen gaan snijden in de gezondheids- en ouderenzorg en hele delen van de overheid simpelweg schrappen. President Clinton maakte die voorstellen onderwerp van de volgende verkiezingen - en won dik.

Met zijn ‘compassionate conservatism’ ontweek George W. Bush dat mechanisme: hij ondernam geen kruistochten tegen de welvaartsstaat à la Gingrich of Goldwater en investeerde zelfs in onderwijs en de gezondheidszorg, hoewel die laatste ingreep vooral de farmaceutische industrie ten goede kwam. Toen hij in 2005 eenmaal herkozen was, zette hij zich echter tot het privatiseren van Social Security, het Amerikaanse equivalent van de AOW. Het leidde tot fatale tegenstand onder de blanke middenklasse ter rechterzijde, die maar al te blij bleek met haar Social Security - juist, dat is precies het bevolkingsdeel dat nu het hart van de Tea Party-beweging vormt. De Republikeinen verloren vervolgens in 2006 hun parlementsmeerderheid.

De Republikeinen zijn dus gewaarschuwd: een verkiezingsoverwinning dankzij een schizofrene beweging als de Tea Party belooft niet veel goeds voor de lange termijn.