Themapark engeland

Interview met Julian Barnes over zijn nieuwe roman Engeland, Engeland. ‘Patriottisme is een onmisbaar ingrediënt van het massatoerisme.’

VOLGENS DE Duitse filosoof Walter Benjamin was tot het begin van deze eeuw elk kunstwerk uniek. Daarna kwam ook de kunstwereld in de ban van de industrieel-kapitalistische productiewijze en werd elk kunstwerk reproduceerbaar. ‘Daarmee verdween voorgoed elke schijn van autonomie, die de kunst dankt aan zowel haar eenmalig bestaan op de plaats waar ze zich bevindt, als aan haar plaats in de maatschappelijke traditie.’
Benjamin schreef deze woorden in 1936. Meer dan een halve eeuw later heeft de Engelse auteur Julian Barnes in zijn satirische roman Engeland, Engeland de volgende stap in dit proces beschreven. Maar in Barnes’ roman heeft het proces niet alleen meer betrekking op de kunst maar op nagenoeg alle cultuuruitingen die de identiteit van een land en volk mee bepalen.
Het verhaal speelt enkele jaren na de eeuwwisseling. Multi-miljardair en mediamagnaat sir Jack Pitman heeft dé manier gevonden om de Engelse kunst en cultuur toegankelijker te maken voor de toerist. Hij koopt van de regering in Londen de soevereiniteit van het eiland Wight en verandert dit vervolgens in één groot themapark. De Amerikaan, Fransman of Japanner die het kan betalen, kan hier een pint drinken in een originele Britse pub, dineren met beroemde filosofen en auteurs als Johnson, Boswell en Shakespeare, en van dichtbij meemaken hoe Robin Hood en zijn mannen stelen van de rijken en geven aan de armen. Al deze rollen worden gespeeld door professionele acteurs, behalve die van de koninklijke familie, die in haar geheel van Londen naar Wight verkast.
Het Engeland, Engeland van Pitman biedt echter geen waarheidsgetrouw historisch beeld van Groot-Brittannië. Integendeel, het zijn de clichés die door de mediamagnaat tot leven zijn gebracht en een eigen leven gaan leiden, want naarmate de populariteit van het kunstmatige Engeland stijgt, daalt die van het echte en raakt het Verenigd Koninkrijk steeds meer in verval. De Aziatische en Afrikaanse immigranten keren en masse terug naar hun welvarender land van herkomst, Schotland wordt onafhankelijk en de Europese Unie sluit Engeland uit haar rijen. De harde euro wordt noodgedwongen ingewisseld voor het intussen waardeloze pond sterling. Net als het kunstwerk verliest de cultuur in het tijdperk van de technische reproduceerbaarheid haar uniciteit en haar plaats in de maatschappelijke traditie. Wat overblijft is één groot winstgevend cliché en één in vergetelheid geraakt origineel.
DE THEMAPARKEN die de laatste tien jaar zijn gebouwd, zoals Eurodisney en het Parc Astérix bij Parijs en Fantasialand bij Keulen, zijn bijna even groot en massaal als Engeland, Engeland. Toch krijg je de indruk dat Julian Barnes zich evenzeer op het fictieve amusementspark Westworld uit de gelijknamige Amerikaanse sf-film heeft gebaseerd als op die uit de realiteit.
Barnes: 'Bij het schrijven van deze roman moest ik inderdaad vaak denken aan Westworld, waarin bezoekers zich in het Wilde Westen kunnen wanen, een wereld net zomin authentiek als het historische Engeland dat op Wight wordt gecreëerd. Die film uit de jaren zeventig heeft meer model gestaan voor mijn themapark dan de diverse soorten Disneyland. Alleen worden in Westworld de personages gespeeld door robots, en dat vond ik iets te futuristisch.’
Eigenlijk staat de tijd stil op het eiland Wight, tot steeds meer acteurs zich te veel met hun rol gaan identificeren en daardoor uit hun rol vallen. Neemt de geschiedenis alsnog wraak?
'Ja. Robin Hood en zijn mannen krijgen genoeg van het luxe-eten dat hun wordt voorgezet en beginnen op koeien en schapen te jagen; de smokkelaars smokkelen vanuit het nabijgelegen Frankrijk sigaretten en pornovideocassettes het eiland binnen om aan de toeristen te verkopen en de acteur die Samuel Johnson speelt, weet niet beter of hij ís Samuel Johnson en begint de toeristen met wie hij dagelijks dineert niet langer te onderhouden met causerieën maar zich tegenover hen bitter te beklagen over hun gebrek aan culturele bagage. Vanzelfsprekend moeten al deze acteurs vervangen worden door andere. Ik denk echter niet dat je deze ontwikkeling de wraak van de geschiedenis kunt noemen, want de acteurs blijven trouw aan het clichébeeld dat er van hen bestaat, waardoor ze het als het ware alleen maar extra bevestigen. Om een voorbeeld te geven: dr. Max, de officiële geschiedkundige van het Engeland, Engeland-project probeert zijn opdrachtgever duidelijk te maken dat Robin Hood en zijn mannen, áls ze al ooit hebben bestaan, naar alle waarschijnlijkheid een homoseksueel groepje hebben gevormd, maar het is natuurlijk volstrekt uit den boze het publiek een dergelijk beeld van deze helden te tonen. Niet alleen mag de waarheid niet gezegd worden, de projectleiding is ook nog eens zeer selectief in welke clichés de toeristen worden voorgeschoteld. Waarom Samuel Johnson als disgenoot? De toneelschrijvers Oscar Wilde en Noel Coward waren toch veel beroemder? Maar zij waren helaas ook beruchte homoseksuelen - en hoezeer Engeland ook wordt geassocieerd met verdoken homoseksualiteit en hypocrisie, op die eigenschappen wil de directie niet de nadruk leggen, omdat conservatief ingestelde toeristen hierdoor zouden kunnen worden afgeschrikt. Bovendien beschouwt sir Jack Pitman zichzelf als een echte patriot; daarom wil hij ook een zo positief mogelijk beeld van zijn vaderland geven.’
EEN VAN DE uitvoerders van het project concludeert op een bepaald moment dat patriottisme geen historische kennis vereist maar juist onwetendheid. Bent u het daarmee eens?
'Ja. Elk patriottisme baseert zich op de veronderstelling dat er ooit een “gouden eeuw” is geweest, toen alles in het land was zoals het zou moeten zijn. Dat is onzin. Een tijdperk dat voor de ene groep een paradijs was, was voor de andere een hel. De historische werkelijkheid is veel complexer. Aan het eind van de twintigste eeuw zijn de waarde en het nut van vaderlandsliefde door de globalisering en de opkomst van statenblokken nogal twijfelachtig geworden. Patriottisme is volgens mij echter ook een onmisbaar basisingrediënt geworden van het massatoerisme. Het merendeel van de toeristen is trots op het nationale erfgoed en wil mede om die reden monumenten en musea bezoeken. Het zijn ook de clichébeelden van bijvoorbeeld Italië of de Verenigde Staten die de gemiddelde toerist in zijn hoofd heeft die hem in het buitenland de geijkte bezienswaardigheden doen bezoeken.’
Maar op Wight staan toch alleen replica’s? Waarom naar een nagebouwd Buckingham Palace gaan kijken als je ook het originele gebouw kunt zien?
'Omdat het massatoerisme zulke vormen heeft aangenomen dat dit langzaam maar zeker onmogelijk wordt. Als jaarlijks tientallen miljoenen mensen de Mona Lisa in het Louvre willen bewonderen, worden de rijen voor de kassa’s op den duur gewoon te lang. In veel toeristische steden is dat nu al een groot probleem. Tien jaar geleden heeft de gemeenteraad van Florence bijvoorbeeld serieus overwogen om alle kantoren uit de stad te verhuizen naar een speciaal te bouwen business-stad daarbuiten en zo het historische centrum geheel aan de toeristen over te laten. De Florentijnse zakenlieden en werknemers en de buitenlanders liepen elkaar namelijk letterlijk en figuurlijk in de weg. Dat plan is toen niet doorgezet, maar het zou me niets verbazen als het in de nabije toekomst alsnog uit de ijskast zou worden gehaald. Op termijn is echter de enige oplossing de bouw van historische themaparken à la Engeland, Engeland, waarin replica’s van deze bezienswaardigheden worden tentoongesteld. De techniek is zo ver voortgeschreden dat je een perfecte kopie van de Mona Lisa kunt maken. Op die manier bespaar je de toeristen de rompslomp en de kosten van een reis naar het buitenland. De historische setting - het spel van de acteurs, de gebouwen, de hele sfeer - vormt dan een bevredigend substituut voor het pelgrimachtige karakter van een reis naar bijvoorbeeld Rome of Caïro, terwijl deze steden de terugval in het aantal toeristen kunnen compenseren in een “upgrading” van het soort toeristen: degenen die per se het origineel willen bezichtigen moeten wel bereid zijn daarvoor een aanzienlijk hogere prijs te betalen.’
Het klinkt goed, maar tot nog toe is er geen enkel bewijs geleverd dat de gemiddelde toerist daadwerkelijk bereid is genoegen te nemen met replica’s…
'Toch wel. Het British Museum in Londen worstelt al sinds de jaren tachtig, toen de toenmalige Griekse minister van Cultuur Melina Mercouri dat voor de eerste maal eiste, met de vraag of het de beelden die ooit op de Akropolis in Athene stonden, moet teruggeven aan Griekenland. Enerzijds hebben de Britten deze beelden decennialang behoed voor de verwoestende werking van oorlogsgeweld en luchtverontreiniging, anderzijds behoren ze natuurlijk tot het Griekse nationale erfgoed en hebben de Engelsen ze ooit simpelweg gestolen. Waarschijnlijk komen we er niet onderuit die beelden terug te geven. Daarom heeft de directie van het museum voorgesteld replica’s te laten maken. Eerst werd de Griekse regering aangeboden die kopieën te accepteren, maar dat heeft ze geweigerd, wat niet verwonderlijk is. Nu zullen dus waarschijnlijk de originelen worden teruggegeven en de replica’s in Londen worden tentoongesteld. Ik ben ervan overtuigd dat deze evenveel bezoekers zullen trekken als de originelen nu en misschien zelfs een uitstekende reclame zullen vormen alsnog de originele beelden te gaan bekijken.’
U lijkt dit geen rampzalige ontwikkeling te vinden…
'Ze lijkt me bovenal onvermijdelijk. Bovendien wordt vaak te makkelijk de vloer aangeveegd met clichés en te veel belang gehecht aan originaliteit. Laten we niet vergeten dat voor de bouw van veel belangrijke monumenten andere fraaie gebouwen tegen de grond moesten. Historische personages, kunstwerken of panden worden trouwens pas echt clichés wanneer je ze van hun geschiedkundig verband isoleert. Het belang van de slag bij Hastings uit 1066 kun je pas echt begrijpen wanneer je weet hoe de maatschappelijke structuren in Normandië en Engeland destijds waren. Anders gaan in wezen onbeduidende details het beeld bepalen. In mijn roman toont marktonderzoek onder de Engelse bevolking aan dat relatief veel mensen weten dat de Britse koning Harold op een bepaald moment zijn hoofd draaide en daardoor een pijl in zijn linkeroog kreeg. Dus wordt dat het hoogtepunt van de enscenering van de slag die de acteurs in het themapark opvoeren. De veldslag zou hoe dan ook door Willem de Veroveraar gewonnen zijn, maar nu denken de bezoekers dat de geschiedenis totaal anders zou zijn verlopen als die Harold maar recht voor zich uit was blijven kijken.’
NAAST HET verhaal van het eilandproject bevat uw roman ook de liefdesgeschiedenis tussen twee van sir Jack Pitmans medewerkers. Wilde u met deze vergeefse zoektocht naar 'ware liefde’ en 'echte seks’ het belang van originaliteit nogmaals relativeren?
'Ik denk dat vooral mijn vrouwelijke personage, Martha Cochrane, die door sir Jack Pitman als “huiscynica” en “professioneel neenzegster” bij het project wordt betrokken, het geluk lange tijd misloopt door bij elke nieuwe relatie weer te denken dat deze man de ware niet kan zijn omdat hij niet volmaakt is, niet origineel genoeg. Ze zoekt zelfs een tijdlang naar “de wip van haar leven”, tot ze beseft dat die uiteraard eenmalig moet zijn en dat je daar uiteindelijk dus ook niet veel mee opschiet. Wanneer we te veel verlangen naar iets wat origineel en echt is, kunnen we door dat verlangen verblind worden, met als gevolg dat we nog slechts zien wat we willen zien. Ik vind onze premier Tony Blair een prachtig voorbeeld van die verblinding. Halverwege de jaren negentig snakte iedereen zo naar politieke vernieuwing dat die hoop en masse op Blair werd gericht. In Labour was zowel de linker- als de rechtervleugel ervan overtuigd dat Blair het Britse socialisme nieuw leven zou inblazen en de Tories van het regeringspluche zou verjagen. Dat laatste heeft hij inderdaad gedaan, het eerste niet. Blair heeft daarentegen de grondbeginselen van het thatcherisme omarmd. Hij heeft de hervormingen van de conservatieven in de jaren tachtig niet teruggedraaid, maar erop voortgeborduurd. Blair is dus eigenlijk niet zozeer een sociaal-democraat als een conservatief. Toch heeft hij niemand voor de gek gehouden. In mijn boek Brieven uit Londen, uit 1995, heb ik hem geportretteerd zoals hij is, niet zoals men hem wilde zien. Dat had ik niet te danken aan eventuele profetische gaven, maar aan het feit dat ik nuchter heb geluisterd naar wat hij werkelijk zei en dus noch mijzelf noch mijn lezers een rad voor ogen heb gedraaid. Wie het destijds wilde zien, had het kunnen zien: Blair is geen socialist original, maar een Thatcher-replica.
Dat is op zich geen ramp. Het echte probleem is dat we een origineel soms niet meer van een kopie kunnen onderscheiden. Aangezien de replica’s op steeds meer terreinen van ons leven binnendringen, zal de macht die ze over ons kunnen uitoefenen vooral worden bepaald door de mate waarin we ze leren herkennen.’