Thematiek van reuzen

‘IK ZAL NOOIT meer over krankzinnigen schrijven. Nooit meer. Het heeft iets met me gedaan’, schrijft een doodongelukkige Mervyn Peake in 1957 aan zijn vrouw Maeve. De 46-jarige schrijver verblijft dan in een psychiatrisch ziekenhuis, lijdend aan een niet gedefinieerde aandoening. Parkinson, voortijdige dementie, een neurologische ziekte opgelopen in zijn jeugd of een combinatie van factoren? Feit is dat Peake zelf in de veronderstelling verkeert dat hij de goden heeft verzocht met het schrijven van zijn ruim twaalfhonderd pagina’s tellende trilogie Gormenghast, volgens The Times een reis ‘langs de afgronden van de verbeelding’.

Gormenghast is een boek dat altijd in de schaduw is blijven staan van Tolkiens bestseller In de ban van de ring. Maar volgens kenners is het beter. Inventiever en diepgaander. De drie delen verschenen in Engeland niet onopgemerkt. Deel een, in de Nederlandse vertaling De bestemming getiteld, werd ‘de literaire sensatie van 1945’ genoemd. 'Briljant’, 'behoort tot het beste in de Engelse taal’ en 'een uitzonderlijk literair werk’, zo jubelden de kranten. The National Observer haalde zwaar geschut tevoorschijn: 'Het is de thematiek van Homerus, Vergilius, Dante, Cervantes, Joyce. De thematiek van reuzen. Alles in het boek is een duplicaat van wat je in het leven om je heen hebt gezien. Het leven is in een overweldigende overvloed aanwezig. Maar het heeft een vreemde, angstaanjagende vorm gekregen.’ HOEWEL ONDER literatoren over het precieze genre wordt gebakkeleid - fantasy, literatuur, fantastisch realisme - is iedereen het eens over de haast surrealistische verbeeldingskracht van Peake. In dat verband wordt hij wel als een voorloper van Jorge Luis Borges en Gabriel Gárcia Marquez gezien. De trilogie Gormenghast zelf lijkt zich op het kruispunt van Kafka (het onherbergzame kasteel), Dickens (de groteske personages) en Carroll (de absurde gebeurtenissen en nonsensversjes) te bevinden. Gormenghast is de plaats van handeling. Het is een reusachtige sinistere burcht, een doolhof van gangen en trappen, aangevreten door de tijd, buiten overwoekerd door klimop, binnen grotendeels bedekt onder een dikke laag stof. Van sommige delen van het complex hebben dieren bezit genomen: muizen, ratten en vogels. Het is een vochtig en kil oord. De vertrekken dragen onheilspellende namen als Spinnenhal, Stenen Zaal en Koude Kamer. Het kasteel wordt bewoond door de 76ste Graaf van Grauw, zijn vrouw en een buitengewoon excentrieke hofhouding. De Graaf, Sepulchrijn genaamd (in het Engels Sepulchrave, 'hij die verlangt naar het graf’) lijdt aan melancholie. Het enige waar hij troost in vindt is zijn grote bibliotheek, maar als heer des huizes moet hij elke dag zijn verplichtingen nakomen. Het leven in Gormenghast wordt namelijk bepaald door rituelen. Dagelijkse rituelen, wekelijkse rituelen en jaarlijkse rituelen. Zo moet Sepulchrijn elke dag een nauwkeurig voorgeschreven route door het kasteel afleggen. Als een bepaalde etappe niet meer begaanbaar is, ontwerpt hij samen met Zuurmolm, de meester van het ritueel, een alternatieve route. SEPULCHRIJN HEEFT een dagtaak aan het bestuderen, begrijpen en uitvoeren van de rituelen, waarvan er ontelbaar veel zijn. Zo moet bijvoorbeeld de verjaardag van de nieuwe heerser gevierd worden. Op zijn tiende verjaardag wordt deze de hele dag in de stoffige torenkamer opgesloten en daarna geblinddoekt naar het nabijgelegen meer gebracht waar een pantomime wordt opgevoerd door een leeuw, een lam, een wolf en een paard. Dit gebruik is vierhonderd jaar oud, maar niemand kent de precieze betekenis ervan. En zo moet de Vrouwe van Grauw elk jaar de zeven meest afzichtelijke bedelaars ontvangen en hen inwrijven met olie. De tradities zijn eeuwenoud, en Peake slaagt er uitstekend in dit trage tijdsverloop over te brengen. Zijn levendige en gedetailleerde beschrijvingen nemen vele bladzijden in beslag. Zo heeft hij al tachtig pagina’s nodig om alle gebeurtenissen op de eerste dag uit de doeken te doen. Op die dag wordt de zoon van Graaf Sepulchrijn geboren, Titus Grauw, die aan het eind van Deel Een welgeteld twee jaar oud is. Zijn moeder, de Vrouwe van Grauw, is meer geïnteresseerd in haar tientallen katten en vogels. Aan haar bediende geeft ze de opdracht de baby gauw mee te nemen en een voedster te zoeken, 'maar als hij zes jaar oud is wil ik hem graag weer eens zien’. WE MAKEN KENNIS met het buitenissige huishouden en zijn vele excentrieke personages. Bijvoorbeeld Schraap, de knecht van de Graaf, die door Peake als volgt wordt geïntroduceerd: 'Het was nauwelijks voorstelbaar dat een dermate benige tronie een normaal stemgeluid zou kunnen voortbrengen; aannemelijker leek het dat er, in plaats van klanken, iets uit zou komen dat brozer, droger en oeroud was, iets dat mogelijk meer weg had van een splinter of een steenscherf.’ Even scherp is de tekening van de dokter Pruimsnerper, 'een man met een smalle borstkas, een woeste bos grijs haar en een bril die zijn ogen zo sterk uitvergrootte dat ze de lenzen vulden tot aan hun gouden randen’. Als een running gag komen deze ogen pagina’s lang steeds terug: 'Zijn grote, vage ogen dobberden rond achter de vergrotende lenzen als twee diep onder water drijvende kwallen.’ Als dokter Pruimsnerper een hoofdstuk verderop hard schrikt, maken 'zijn vissenogen een rondje door hun aquaria om uiteindelijk bovenin te belanden, waarmee ze hem een aanblik van extatisch martelaarschap verleenden’. Het is deze droge humor die de zwaarmoedige, sinistere sfeer die als een loden deken over Gormenghast hangt, subtiel doorbreekt. Wanneer het keukenpersoneel zich ter ere van de geboorte van de nieuwe graaf lam gezopen heeft, schrijft Peake dat zij 'in de fles het ware medium herkend hadden waarmee ze hun aanhankelijkheid voor het geslacht van Grauw in een uiterlijke vorm konden gieten, en nu gedompeld lagen in visioenen en dromen’. Niet de geboorte van de nieuwe graaf verstoort het vreemde maar vredige bestaan op Gormenghast, maar de komst van een nieuwe keukenhulp: Stuurpik. Hij zet zijn zinnen op de heerschappij over het kasteel en is het kwade genius achter verschillende moorden en een verwoestende brand in de bibliotheek. Een recensent beschreef deze diabolische figuur als 'de meest doortrapte schurk denkbaar, naast wie Jago en Richard(III schooljongens zijn’. Mervyn Peake voert zijn lezers mee in een wereld die aan een bizarre fantasie ontsproten lijkt te zijn. Echter net zoals Gárcia Marquez altijd heeft ontkend dat ook maar iets in zijn boeken verzonnen is, zo scheert Peake rakelings langs de werkelijkheid. Anthony Burgess beschrijft Gormenghast als een 'wereld parallel aan onze eigen wereld, gepresenteerd in een haast paranoïde gedetailleerdheid’. Peake heeft er nooit doekjes om gewonden dat hij zich liet leiden door het leven van alledag. Van jongsaf aan getalenteerd zowel in het schrijven als in het tekenen bracht hij de wereld om hem heen in kaart. DIE WERELD WAS inderdaad verre van normaal. Peake groeide op in China, waar zijn vader missionaris-arts was. Al op jonge leeftijd zag het jongetje een erbarmelijke armoede, mensen met amputaties, vergroeiingen en andere gedrochtelijkheden. Zijn licht ontvlambare verbeelding draaide op volle toeren. Tien jaar oud maakte hij zijn eerste boek, een geïllustreerd avonturenverhaal waar zijn ouders model voor stonden. Zijn echtgenote Maeve schrijft in haar memoires: 'Mensen waren ruw materiaal voor zijn illustraties. Op straat kon hij een vreemde aanhouden - een zwerver, een meisje, een oplichter - om te poseren, soms ter plekke, een snelle schets (aan de binnenkant van een sigarettendoosje als hij geen schetsboek bij zich had), soms in de studio.’ Als tekenaar had Mervyn Peake zonder meer succes. Hij gaf les op de kunstacademie in Londen, exposeerde in groepsverband en ontwikkelde zich langzamerhand tot een van de belangrijkste illustratoren van Engeland. Zo illustreerde hij de Alice-boeken en Hunting of the Snark van Lewis Carroll voor een Zweedse uitgever, Dr. Jekyll and Mr. Hyde, Treasure Island en de sprookjes van Grimm. Zeer succesvol was het kinderboek dat hij zelf schreef en tekende, Mr. Pye. Het is een fantasieverhaal gesitueerd op het eiland Sark, waar Peake grote delen van zijn leven woonde. De eilandgemeenschap en ook de beschermde compound waarvan zijn ouders in China deel uitmaakten, heeft wellicht model gestaan voor de in zichzelf gekeerde wereld op Gormenghast. En overigens komt ook de romantische omgeving van Sark met zijn angstaanjagende natuur, woeste golven, duizelingwekkende kliffen, grillige rotsen en steile afgronden terug in de Gormenghast-trilogie. Peake verbleef het liefst met zijn gezin op het afgelegen Sark, maar geldzorgen dwongen hem telkens terug te gaan naar Londen waar zijn opdrachtgevers zaten. In een recente documentaire die de BBC afgelopen zomer op de televisie uitzond, komen enkele eilandbewoners aan het woord. Zij herinneren zich Peake als een echte bohémien, getooid met een grote sombrero en een zwarte fladderende cape. Ook zijn vrouw Maeve leerde hem kennen als een uitzonderlijke figuur. Tekenend is haar observatie: 'Ik kon me niet voorstellen dat hij ouders had. Ik kon me niet voorstellen dat hij ergens anders vandaan kwam dan van zichzelf.’ De grote verbeeldingskracht van Peake ging hand in hand met een gevoelige natuur. Dit brak hem op in de oorlog. Hij werd opgeroepen voor dienst en was voor het eerst in zijn leven gescheiden van zijn vrouw en kinderen. Hij trok zich terug in zijn eigen wereld en begon aan het eerste deel van Gormenghast. Het mocht niet baten: hij belandde overspannen in een militair hospitaal. Weer op de been kreeg Peake de status van oorlogskunstenaar. Dit baantje ging hem beter af en in 1950 verscheen de geïllustreerde dichtbundel The Glassblowers, naar aanleiding van een opdracht glasblazers in Birmingham te tekenen. Toen de oorlog was afgelopen werd Peake samen met de journalist Tom Pocock naar Europa gestuurd om de verwoestingen in kaart te brengen. Psychisch werd deze reis, met een bezoek aan het concentratiekamp in Belsen, de doodklap. Peake kwam terug met een schetsboek vol dood en verderf. De gedichten die hij onderweg schreef wemelen van stervende mensen, ratten, geraamten en kraaien. Volgens zijn vrouw is hij deze verschrikkingen nooit te boven gekomen: 'Hij was een maand weg, en gedurende die maand hebben de beelden en geluiden van Duitsland hem meer beschadigd dan hij ooit onder woorden heeft kunnen brengen, behalve dan in zijn gedichten, in Titus Alone, en in zijn tekeningen.’ Had Peake zich tot dan toe door de werkelijkheid laten inspireren, in Duitsland werd zijn ergste fantasie overtroffen door diezelfde werkelijkheid. Hij probeert zijn ervaringen te verwerken, niet alleen in het laatste deel van Gormenghast (Titus Alone), maar ook in zijn schilderijen die in die tijd macaber als de doeken van Goya zijn. Was deze reis het begin van het einde? Feit is dat Peake steeds wanhopiger wordt. Hoewel hij als tekenaar succesvol is en in 1950 de Heinemann Prijs voor literatuur krijgt voor The Glassblowers en Gormenghast, zoekt hij naar nieuwe wegen. Hij denkt over een operabewerking van Gormenghast. Hij maakt een geslaagde televisiebewerking van zijn boek Letters from a Lost Uncle, maar andere televisieplannen sneuvelen. ZIJN LEVENSLANGE geldnood zit Peake, vader van een gezin, dwars. Hij zet zijn zinnen op een toneelstuk, The Wit to Woo. Jarenlang loopt hij met het stuk te leuren, tot het in 1957 eindelijk op de planken wordt gezet. De onverschillige reactie van de critici breekt hem. Hij raakt in een mentale crisis, die met steeds zwaardere medicijnen, elektroshocks en uiteindelijk in 1960 zelfs met een hersenoperatie wordt behandeld. De laatste twee jaar van zijn leven zit hij met totaal geheugenverlies in een rolstoel. De voltooiing van Titus Alone kost hem grote moeite. Zijn handen trillen zo hevig dat zijn vrouw besluit het onleesbare manuscript, dat bovendien bol staat van de herhalingen, met één vinger uit te typen. Als het boek in 1959 ten lange leste verschijnt, blijkt het aanmerkelijk dunner en minder briljant dan zijn twee voorgangers. Desondanks had Peake alweer aantekeningen en schetsen voor een vierde deel klaarliggen. Na zijn dood in 1968 komt de Gormenghast-trilogie weer volop in de belangstelling te staan en sindsdien is het boek altijd in druk gebleven. Nu lijkt er zelfs sprake van een opleving. De documentaire die de BBC over Peake maakte, werd afgelopen najaar gevolgd door de opera Gormenghast op muziek van Irmin Schmidt (van de voormalige popgroep Can). Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van het eerste deel van de trilogie, het bewijs dat Gormenghast een boek van alle tijden is.