Theo heuft

Yab Yum, het sjiekste bordeel van Amsterdam, viert zijn vierde lustrum. Maar oprichter en eigenaar Theo Heuft geeft er geen ruchtbaarheid aan. Een bescheiden, doodgewone jongen is hij. Net zo gewoon als zijn klanten, die hij, gezien zijn succesformule, perfect aanvoelt. Maar begrijpt hij ook iets van zijn werkneemsters?
DE YAB’ is zijn leven. Theo Heuft (60) viert deze week het twintigjarige bestaan van zijn schepping, het meest luxueuze bordeel van Nederland. Hoewel, bordeel: in elk interview weerspreekt hij met man en macht de opvatting dat hij ‘seks verkoopt’. Om die reden heeft hij het kwaliteitskeurmerk ‘Erotikeur’, dat door aIle betere relaxhuizen wordt gevoerd, niet op de entreedeur gespijkerd. Hij noemt het liever ‘illusies verkopen ’, want aan de prostitutie kleeft nog steeds een smet van onderwereld en platte geldklopperij. Die indruk weg te nemen is zijn drijfveer.

Zoals Theo Heuft zelf is, zo is de man die in zijn zaak veel geld komt uitgeven. Een doorsnee man, weliswaar gefortuneerd, maar behept met traditionele denkbeelden over mannen en vrouwen. Wat hij in Yab Yum komt zoeken, is aandacht en bevestiging van zijn ego. Hij wil geliefd zijn bij de vrouwen en het gevoel krijgen dat hij een fantastische minnaar is en een geweldige vent. Hij wil niet weten dat hij in een sekscIub vertoeft.
Het hoofddoel is volgens Heuft meestal niet de seks zelf. Als ‘het’ ervan komt, en meestal is dat, mede ingegeven door de ruime consumptie van prijzige champagne, inderdaad het geval, dan moet het worden omkleed met een eredienst aan de mannelijke bezoeker. De vrouwen - ongeacht leeftijd aangeduid met 'meisjes’ - zijn maar al te graag bereid om de rol van beschikbare, wellustige en charmante dienares te spelen. Het is immers hun boterham en hun vak om de klant te behagen.
Heuft zelf omschrijft de gang van zaken neutraal als 'een gezellige avond uit’. 'Gezellig met elkaar praten en dan misschien naar boven om een beetje te vrijen in het bubbelbad. ’ De 'meisjes’ zijn er om de klant te 'amuseren’ en zijn 'fantasieën’, die hij thuis niet kan uitleven omdat zijn echtgenote haar erotische 'huiswerk’ verwaarloost, te verwezenlijken. Het levert hem in feministische kringen, waar de prostituée wordt gezien als een verraadster die de gewenste omvorming van de man tot geëmancipeerd wezen in de weg staat, een slechte naam op. Het feminisme krijgt maar geen greep op de dubbele huwelijksmoraal, Theo Heuft verdient er ondertussen een aardig belegde boterham aan. Zijn sterkste troef is de vrijwilligheid: niemand werkt bij hem onder dwang.
HEUFT STEEKT in de media zijn bewondering voor de talenten van zijn personeel niet onder stoelen of banken. Vrouwen die dit werk doen, zijn 'fantastische toneelspeelsters’ die de klant het gevoel geven dat ze met hem vrijen, terwijl ze eigenlijk alleen maar aan het werk zijn. En mannen willen dat maar al te graag geloven: 'Wij mannen zijn hanen. We zijn erg met onszelf ingenomen. Ik ook. ’ Volgens Heuft heeft de klant het pas naar zijn zin als 'het meisje tot haar gerief is gekomen ’. Dat zij dit genot veelal acteert, zit hem in het geheel niet dwars, want geldt voor 'veel vrouwen thuis’ niet hetzelfde?
De grootste illusie die Heuft verkoopt is niet zozeer het imago van sjieke tent waar de wip bijzaak is, maar eerder zijn vrouwen manbeeld. Tot op zekere hoogte, namelijk precies zo ver als de promotie van zijn zakelijke belang vereist, neemt hij het op voor hoeren: 'Prostitutie is geen vrouwenonderdruk- king. Het is niet terecht dat de meisjes erom worden veroordeeld. De stra- tenmaker verdient met zijn lichaam zijn brood en die vrouwen ook. ’ Aan de andere kant zou hij zelf nooit als gigolo kunnen werken, omdat hij 'graag voor de dame wil betalen ’ en het prettig vindt om 'de baas in huis’ te zijn.
Hoewel hij ze1f ook beroepshalve, en met genoegen, bordelen bezoekt, zou hij het van zijn eigen partner niet kunnen verdragen dat ze de hoer speelt. Hij zou het niet kunnen accepteren dat zijn geliefde meer verdiende dan hij. Maar vooral zou het hem tegenstaan 'dat andere mannen aan haar zitten te frunniken ’. Vooral als dat beroepshalve gebeurt. 'En ik denk ook dat ze zou afvlakken, een beetje minder geinteresseerd zou raken in het gebeuren. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze thuis nog enthousiast zou kunnen zijn. Het wordt een goedgespeeld toneelspel. ’
Kortom, hij noemt zichzelf 'een heel traditionele jongen ’, in de wetenschap dat zijn klanten dat ook zijn. Mannen met een gespleten kijk op de liefde en de seks. Voor hun echtgenote hebben ze veel egards, maar hun geilheid brengen ze bij hoeren onder omdat huwelijkstrouw en avontuur voor hen onverenigbaar zijn. Dientengevolge kunnen ze voor hoeren weer geen liefde en respect tonen. En als ze dan toch verliefd worden op een hoer, wat ook Theo Heuft overkwam, dan eisen ze dat die met het werk stopt omdat ze haar volledig zelf willen bezitten - en onderhouden.
In de twintig jaar dat Yab Yum bestaat, is het nauwelijks voorgekomen dat klanten met hun favoriete dame zijn getrouwd. Op de vraag van een interviewer hoe dat komt, zei hij hoofdschuddend: 'Dat is toch logisch, dat gaat nooit goed, want bij elke ruzie zegt die man tegen zo'n vrouw: “Hou jij je mond, want jij hebt nog de hoer gespeeld. ”
'Het is een waar woord, dat bijna elke hoer kan beamen. Toch geeft het te denken dat een grote ondernemer in de seksbranche in diepste wezen neerkijkt op de vrouwen die hebben meegewerkt aan de bloei van zijn bedrijf.
Hoe briljant ook zijn pr-aanpak, over zijn personeelsbeleid zijn de vrouwen die voor hem werken minder tevreden. Hij is gevreesd om zijn wispelturige, agressieve uitvallen. Tegenwoordig laat hij 'die vrouwendingen ’ wijselijk over aan zijn Zwitserse vriendin Monique. In elk interview herhaalt hij dat 'professionele hoeren ’ bij hem niet welkom zijn, want dat zijn keiharde geldwolven. Heuft geeft de voorkeur aan 'huisvrouwtjes ’, studentes en stewardessen die iets bij willen verdienen. 'Vrouwtjes die nog aardig kunnen zijn, die een man nog kunnen verwennen. ’ Vrouwen 'met een gulle lach ’ op hun vriendelijke gezicht. Menige interviewer voelde hem al aan de tand over die tegenstrijdigheid. Doet een 'doodgewone huisvrouw ’ na drie weken Yab Yum niet genoeg ervaring op om zichzelf professional te mogen noemen? Maar Heuft blijft stug volhouden, omwille van zijn marktslogan dat zijn vrouwen niet te vergelijken zijn met hoeren. Alsof degenen die voor hem werken niet mans genoeg zijn om naast dienstwilligheid en orgasmes ook vrouwelijke onschuld voor te wenden.
Daarmee laat Heuft blijken dat hij, ondanks zijn steevast beleden waardering voor 'de meisjes ’, toch niet erkent wat het seksvak inhoudt. Om de intelligente klant aan zich te binden, moet de prostituée immers in staat zijn om het uitpezen zorgvuldig te verpakken in geënsceneerd toeval en egokietelingen. Dat nu is vanuit vrouwelijk standpunt bezien de kern van het métier dat 'illusies verkopen’ heet.
De exploitant heeft meer kaas gegeten van de club dan van de vrouwen die erin werken. Het concept van Yam Yum is doordacht, want het komt overeen met Heufts zelfbeeld en behoeften. En die stroken weer naadloos met die van zijn klanten. De zakenman die de drempel van het indrukwekkende grachtenpand aan het Amsterdamse Singel betreedt, waant zich in een statige hotellobby. De kleurstelling is donker en deftig, de verlichting uitgekiend intiem, en de kunst draagt bij aan de sjieke uitstraling. Er hangt voor een ton aan geluidsapparatuur, de champagnekoelers hebben drieduizend gulden per stuk gekost, het servies is van porselein en de zilveren roomstelletjes ademen burgerlijke beschaving.
Theo Heuft is, als eenvoudige Amsterdamse jongen, een heel eind gekomen. Het is zijn droom om in het jaar 2000 het vijfentwintigjarig bestaan van Yab Yum te vieren. Daarvoor moet hij wel een jaartje onder het geluiddempende tapijt vegen. Maar illusies verkopen is zijn vak.