Theo, hugo, max en ik

Drie weken weg geweest, en nauwelijks een uur terug of de telefoon piept. Of ik de opmerking in Folia van Theo van Gogh over mevrouw Gans niet schandelijk vind. Welke opmerking, wil ik weten.

De opmerking wordt mij voorgelezen.
‘Ja, is schandelijk!’ zeg ik. Ik grinnik.
'Niks om te lachen. Het is een vuile antisemitische rotopmerking’, zegt de ander door de telefoon.
'Nee Polk’, zeg ik, 'dat vind ik niet. De opmerking is gemeen, vuil, grof, schandelijk, kwetsend, maar ik vind hem niet antisemitisch. Als mevrouw Gans Theo wil terugpakken, maakt ze volgens mij een goede kans wanneer ze hem wegens smaad vervolgt, maar het is onzin om in deze opmerking een vorm van antisemitisme te zien.’
Waarna Polk en ik weer een uur discussieren over Theo, Hugo, mevrouw Gans en weet ik niet wat. Ik blijf bij mijn standpunt dat Theo geen antisemiet is.
Vervolgens lees ik het Groene-nummer over God waarin de aanval van Max Arian op Van Gogh. Ik begrijp Max zijn kwaadheid en ik fluister naar het papier van De Groene: 'Max, goed stuk, ik hoop niet dat je erg kwaad op me wordt, maar ik sta toch achter Theo. Misschien worden er later in de erfenis van Van Gogh papieren gevonden waaruit blijkt dat hij een echte gore antisemiet is, maar voorlopig durf ik te stellen dat Theo nergens maar dan ook nergens ook maar iets van racisme en antisemitisme in zich heeft.’
Ik heb om Theo al menig conflict gehad. Twee oude kennissen hebben hun vriendschap met mij opgezegd omdat ik met Theo blijf omgaan, en Polk - die Theo niet vindt deugen - verklaart mijn verdediging van Theo uit het feit dat ik Theo mateloos bewonder omdat hij eigenlijk doet wat ik zou willen doen. (Schelden, televisiewerk, films maken, goede interviews afnemen, in de publiciteit treden, et cetera). Zit iets in, maar so what, denk ik. Ik ben er te laf voor, en waarom zou ik Theo niet mogen bewonderen?
Mevrouw Gans verwijt Theo 'een gebrek aan identiteit’. Ze haalt daar Wassenaar bij, waar mensen geen identiteit zouden hebben. Ik vind dit zo'n onzinnig standpunt dat ik daar niet eens serieus op kan ingaan. Als er iemand 'identiteit’ heeft, dan is dat Theo, althans als ik zo'n beetje probeer te begrijpen wat het woord identiteit betekent. Als mevrouw Gans meent dat 'het milieu’ van Theo van invloed is op zijn denken, dan moet ze dat milieu onderzoeken en daar een verslag van geven, maar ze moet niet komen met een hoop onzinnige veronderstellingen en generalisaties.
Ikzelf ben duidelijk iemand die geen identiteit heeft, geloof ik - en dat ook niet wil als je er zelf niets voor hebt hoeven doen! Wat betekent dat dommige woordje 'identiteit’ toch precies? Ik krijg er maar geen antwoord op. Waaruit bestaat die 'identiteit’? Hoe weet je dat je hem wel of niet hebt? Hoe meet je identiteit? En hoe meet je de identiteit van iemand uit Wassenaar?
Ook de interpretatie van mevrouw Gans dat Theo jaloers zou zijn op de 'joden’ stuit me tegen de borst. Jaloers is Theo zeker, op alles en iedereen, net als ik, geloof ik. Maar hij is het dus niet alleen op joodse filmers vanwege hun jood zijn. Dat zou antisemitisch zijn.
Theo is zeer gekwetst dat hij voortdurend een antisemiet wordt genoemd. Wie hem daarvan beschuldigt, kan een opmerking verwachten die als oogmerk heeft de ander in dezelfde mate te kwetsen als Theo zich gekwetst voelt. Als Piet Grijs dus wil zien of het hem is gelukt om Theo te kwetsen hoeft hij alleen maar te lezen hoe Theo over hem schrijft.
(Verdomme, nu heb ik me toch weer laten verleiden over deze zaak te spreken! Ik stop er nu mee.) Afijn.
Ik was drie weken weggeweest, kom thuis, krijg een telefoontje over Theo van Gogh, hang op, en vind een gerechtelijk schrijven bij de post.
Ik moet voorkomen op 10 januari. Officier van Justitie De Graag wil mij in het gevang hebben! Ik ben beledigend geweest tegen christenen. Tegen alle christenen! Eindelijk heb ik als columnist ook mijn procesje.