Theo meijer

MONTEUR GAALMAN verlaat de zaal om de El Al-advocaat te consulteren. De leden van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp maken van de gelegenheid gebruik om even de benen te strekken. Ze drentelen wat rond in de vergaderzaal van de Eerste Kamer, waar de verhoren plaatsvinden, maar verzamelen zich alras rond commissievoorzitter Theo Meijer (CDA). Rob Oudkerk (PvdA) zegt iets, maar Meijer schudt het hoofd. Dan spreekt hij zelf. Theo van den Doel (VVD), Marijke Augusteijn (D66) en Tara Singh Varma (GroenLinks) luisteren oplettend. Ze kijken een beetje tegen Meijer op, niet alleen wegens zijn lengte. Het is onmiskenbaar, maar een tikje uit de tijd: hier heerst het CDA.

DE WAARHEID wil hij, en niets minder. Daarbij toont voorzitter Meijer een bewonderenswaardige vasthoudendheid en vechtlust. Hij heeft de strijd aangebonden met 89 theorieën die hij destilleerde uit alle verhalen rond de Bijlmerramp, met officiële rapporten die hij op voorhand wantrouwt en met ambtenaren van de acht ministeries die betrokken waren bij de afhandeling van de Boeing-inslag. En dan zijn de gezagsdragers (zittende en ex-ministers) nog niet eens voor zijn commissie verschenen. Meijer vat rustig, zonder stemverheffing de meest verbijsterende conclusies samen die tijdens de openbare verhoren onder ede uit getuigen zijn geperst door zijn commissieleden. De voorzitter is niet veel aan het woord tijdens de verhoren. Hij stelt de eerste vragen, zijn commissieleden maken het werk af. De door Meijer voorgedragen conclusies (‘Is dat correct?’) vormen doorgaans de anticlimax. Zo bezien is Meijer de jager die het wild aanschiet en zijn terriërs erop uit stuurt om hem de prooi te bezorgen. Het bruutste bijtwerk (de commissieleden zijn uitvoerig geïnstrueerd door een politiepsycholoog) wordt doorgaans verricht door Van den Doel en Oudkerk. Ook Augusteijn laat zo nu en dan haar tandjes zien. Tara Singh Varma is in de openbare jachtpartij het keffertje dat vrolijk kwispelstaartend achter de echte killers aan huppelt. 'Een eliminatieproces’ noemt Meijer de verhoren zelf. 'Wat uiteindelijk rest is hét verhaal over de Bijlmerramp, dát willen we neerzetten.’ ZOALS EEN GOED jager betaamt, is voorzitter Meijer een met zijn omgeving. Zelden smolt iemand zo samen met het groen-bruine interieur van de Eerste Kamer. Maar maakt hij zich los uit de achtergrond en loopt hij op je af, dan weet je: om deze man kan ik niet heen. Niet uit het veld te sláán. Hij zit breed in het pak, beweegt zich rustig, met kaarsrecht lichaam, hoofd iets naar voren. Meijer is geen kwaaie. Hij kijkt wel streng, maar zijn ogen twinkelen en zijn zuinig toegeknepen mond verbreedt zich bij tijd en wijle tot een welgemeende, gulle lach. Dat gebeurt met name als hij zich uit zijn zetel verheft en afscheid neemt van degene die zijn commissie even tevoren meedogenloos in de tang heeft genomen. Bij de persoonlijke begroeting daarentegen oogt hij vastberaden en streng. Wat zegt hij eigenlijk tegen degenen die voor zijn commissie moeten verschijnen? 'Sterkte’, zegt Yvonne Wolthuis-Olf, oud-deelraadslid uit de Bijlmer. 'Dát zei hij voordat we begonnen. Maar het verhoor ging prima en na afloop kreeg ik een hand en een knipoog. Hij is een bourgondisch type, hè. Bij zo'n man voel je je niet snel ongemakkelijk.’ THEO MEIJER weet ongetwijfeld wat jagen is. Hij werd geboren in 1947 en groeide op in Dieren, aan de Veluwezoom, als zoon van een Brabantse boswachter. Zelf heeft hij de dubbelloops nooit gehanteerd, want op zevenjarige leeftijd werd hij getroffen door kinderverlamming. Als gevolg van fouten bij de polio-inenting heeft hij een niet volgroeide rechter- en een beperkt functionerende linkerarm. Deelnemers aan de enquête schudt hij de hand met links. Menigeen die voorzitter Meijer tegemoet treedt raakt daardoor in lichte verwarring, maar Meijer blijft minzaam glimlachen, al moet hij zijn linkerarm minutenlang uitgestoken houden. Zet hij tijdens de verhoren zijn leesbril op, dan blijft de hand met de bril op tafel liggen. Een soepele duikbeweging met het hoofd doet de bril op zijn neus belanden. Autorijden doet Meijer voornamelijk met zijn voeten, schrijven met behulp van een persoonlijk lettersysteem en typen gaat met één hand. Razendsnel. Na zijn middelbare school wilde Meijer journalist worden, maar dat bleek niet mogelijk. Dan maar in de voetsporen van zijn vader. Hij volgde de tuinbouwschool en daarna een studie bosbouw. Begin jaren zeventig werd hij ambtenaar: milieu-inspecteur bij het ministerie van Volksgezondheid in Noord-Brabant, belast met het verstrekken van hinderwetvergunningen. Meijer werkte anders dan zijn collega’s. Die verlieten zelden hun bureau, terwijl híj juist de boeren opzocht. Via de agrarische berichten, ’s(ochtends vroeg op de radio, leerde hij de boerenbedrijfsvoering kennen. Dat dwong respect af bij de boeren. Tweeëntwintig jaar lang boog Meijer zich over vergunningen voor zijn Brabantse boeren. Zo bouwde hij in de loop van de tijd een enorm netwerk van agrarische contacten op. En dat zou hem nog van pas komen. Hoe meer Meijer verbonden raakte met de boeren, des te groter werd zijn rol in zijn dorp Nistelrode. Meijer groeide uit tot spil van de lokale gemeenschap. Een geboren voorzitter: van de ponyclub, de carnavalsvereniging en het jubileumcomité 700 jaar Nistelrode. Verder fungeerde hij als spreekstalmeester bij wielerrondes, lector bij de mis en redenaar. Maar de politiek, die interesseerde hem helemaal niets. Totdat hij kennismaakte met CDA-coryfee Gerrit Braks, aan tafel bij de pastoor na afloop van Nistelrode’s zevende eeuwfeest. Braks, oud-minister van Landbouw en Visserij, afgetreden onder druk van de PvdA maar (of liever: dus) nog immer patroon der Brabantse boeren, introduceerde Meijer als landbouwspecialist bij de Brabantse Boerenbond. Niet veel later stond Meijer op de CDA-lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. Het onmogelijke gebeurde: de milieu-ambtenaar kreeg achttienduizend boerenvoorkeurstemmen. Maar het politieke tij zat tegen. Het CDA verloor twintig zetels waardoor Meijer zijn kamerlidmaatschap in rook zag opgaan. Zijn kans kwam twee jaar later, in 1996. Toen nam hij, na een lichte aarzeling, de plaats in van de overleden CDA-milieuwoordvoerder Berry Esselink. Zijn echte overwinning kwam tijdens de laatste landelijke verkiezingen. Zestienduizend voorkeurstemmen lanceerden hem in het hart van de CDA-fractie. Het vertrouwen van zijn Brabantse boerenachterban bleek onwankelbaar. VORIG JAAR kreeg Meijer het voorzitterschap van de enquêtecommissie op een presenteerblaadje aangeboden. Het CDA was aan de beurt om een voorzitter te leveren, maar Jaap de Hoop Scheffer wilde geen routiniers ter beschikking stellen, nodig als die zijn in het oppositiewerk. Ook de luchtvaartwoordvoerder Reitsma kwam niet in aanmerking, want - zo wil een afspraak in de Kamer - specialisten leiden wegens te grote politieke betrokkenheid nooit een onderzoek binnen hun eigen vakgebied. Theo Meijer had de honneurs waargenomen in de afhandeling van de ramp met de Dakota bij Texel en hij gaf leiding aan de commissie die de haalbaarheid moest onderzoeken van een parlementaire enquête naar de Bijlmerramp. Dus was de keuze snel gemaakt. Meijer werd ontrukt aan de vergetelheid en midden in de schijnwerpers geplaatst. De openbare jachtpartij ging van start na een grondige, maandenlange voorbereiding. Ook over de strategie werd stevig nagedacht. Bikkelhard en confronterend moest de vraagstelling worden, en de commissie zou fungeren als een team. De interviews met luchtverkeersleiders en conspirateurs regisseerde de voorzitter slechts. Maar bij het verhoor van ingenieur Wolleswinkel, de directeur van de luchtvaartinspectie, was Meijer opeens opvallend aanwezig. Daaraan viel eer te behalen! Meijer was niet alleen de eerste, maar ook de laatste vragensteller. Aan het einde van het verhoor veegde hij de vloer aan met de lijzig sprekende, arrogant overkomende RLD-man. Meijer kapte haast elke zin af en wees de verblufte Wolleswinkel er bits op dat hij niet geïnteresseerd was in vage verhalen maar in feiten. Aan het einde van het verhoor gekomen, werd Meijers rigoureuze regie manifest. 'Ik verzoek de griffier de heer Wolleswinkel naar de deur te begeleiden.’ Het was de eerste keer dat hij dat aan het eind van een verhoor zei. Welkom-heten, aanschieten, terriërs erop afsturen, verorberen, de restjes afserveren. Zó ga je om met gezagsdragers. Was Wolleswinkel de generale repetitie voor de politici? Die komen ná de provinciale-statenverkiezingen, zo is afgesproken. Want de kiezer mocht de bewindslieden eens afrekenen op wat ze zich al dan niet nog onder ede kunnen herinneren. Hoe dan ook, na de verkiezingen is het afgelopen met de vingeroefeningen. Dan wordt de jacht op Groot Wild geopend. Theo en zijn terriërs zijn er klaar voor. Hen wachten vette kluiven. Maar de fijnste stukjes vlees, die zijn voor de voorzitter.