Theo’s onbehagen

Af en toe vraag ik me af of een buitenlands boek vol scheldproza dat door een rechter in den vreemde wordt verboden heiliger is dan een Servische provincie die etnisch wordt gezuiverd. Moet haast wel, gezien de jongste golf van solidariteit voor de Vlaming Herman Brusselmans die dezer dagen in het Nederlandse literaire wereldje is waargenomen.

Onze schrijvers zijn in rep en roer en klimmen op de barricades omdat hun scheldende en mediageile Gentse collega door de Belgische justitie is teruggefloten. Toen er nog echte drama’s in Kosovo of Oost-Timor werden gesignaleerd hoorde je van dezelfde schrijvers helemaal niets. Dan maar die grofgebekte Vlaming die tenminste in het Nederlands scheldt en niet heel ver weg woont.
Iemand voor wie de druiven van deze steunbetuiging extra zuur zijn is onze eigen Theo van Gogh. Hij is in feite de Brusselmans van de polders, maar bij elke nieuwe uitglijder kan hij gek genoeg op geen enkele uiting van compassie rekenen, en hij zit nog steeds op zijn eerste schouderklopje uit de solidaire gemeente te wachten.
Vanochtend las ik zijn Internet-column, waarin hij zich over dat verschijnsel beklaagt. Uit barmhartigheid heb ik besloten u hierover te informeren, omdat ik ongeveer de laatste in dit land ben die af en toe nog aandacht schenkt aan Theo’s virtuele bestaan op het Web. Soms heb ik het gevoel dat ik een soort beademingsmachine ben voor ons enfant terrible en dat als ik dit niet zou zijn Theo zich spoedig tot een elektronisch overschot zou omvormen. Niet dat ik zo trots ben dat Van Gogh alleen bij de gratie van mijn pen in de echte wereld enigszins mag voortleven, het is gewoon een kwestie van medeleven.
Van Gogh dreigt, althans als ik hem mag geloven, alweer voor vele jaren in rechtbankzaaltjes te gaan bivakkeren. De politie is een onderzoek begonnen naar aanleiding van een column van zijn hand waarin hij de god der moslims de ‘geitenneuker uit Mekka’ heeft genoemd. Ik vind deze case op zich interessanter dan die van de langharige dioxinekip uit Gent. Want vergist u zich niet: mocht de semantische vondst van Theo tot Teheran, Kabul of Islamabad doordringen, dan zit je voor je het weet opgescheept met een fatwa in de grachtengordel.
Toegegeven, men kan zich een betere lokale Salman Rushdie indenken dan Theo. Maar geen misverstand: als vanuit het nabije Oosten een prijs op het hoofd van Theo wordt gezet, zal de solidariteitsmachine toch op gang moeten komen.
Ik voel de alomtegenwoordige weerzin al, maar ik wil toch voor Van Gogh pleiten. Sinds ik twee weken geleden een interview met hem in Trouw (Tien geboden) heb gelezen, weet ik dat hij geen halve vlieg kwaad kan doen. Al dat gescheld, al die kwaadaardigheid en diffuse woede zijn schijn.
Achter de opgetrokken façade ligt een gevoelig hartje vol mededogen dat al jaren in een diep onbehagen verkeert. Het zit ook in de familie: de een snijdt zijn oor af, de ander eindigt in het gekkenhuis. Maar in feite beseft Theo heel goed, zoals hij toegeeft, dat hij 'belachelijk’ is. Hij heeft het ook niet makkelijk gehad. Moest in Wassenaar opgroeien, werd dik en op school gepest, zag zijn films floppen, werd door zijn vrouw in de steek gelaten, maar zat bovenal in het verkeerde lichaam.
In Trouw onthulde hij dat hij een vrouw had willen zijn. Om veel kinderen te dragen, te baren en de borst te geven. Om vaginale orgasmes te krijgen en door stoere kerels lieflijk te worden bemind. Maar Theo werd geen Babe of dom blondje. Hij werd steeds dikker, wat tenminste één voordeel had: onder de douche werd hem het zicht op zijn gehate toetertje ontnomen.
Kun je zo'n triest geval nog iets kwalijk nemen? Ik in ieder geval niet. Hoewel hij in zijn schrijfsels bijna wekelijks mijn dochters door een Irakees de keel laat afsnijden, weet ik dat hij achter dat soort verbale excessen een onstuimige liefde voor zijn medemens verborgen houdt.
Ik ben hem steeds meer gaan waarderen, en ik zal het goede voorbeeld geven. In geval van een fatwa zet ik als eerste mijn handtekening onder een pro-Van Gogh-petitie.
En hij mag bij mij onderduiken.