Theologisch traktaat

Ik hou van dieren en daarin ben ik niet de enige. Ook geloof ik in God, waarin ik eveneens geen uitzondering ben. Wat mij bijzonder maakt is het feit dat ik, in mijn zendingsdrang, mijn eigen huisdieren tracht te bekeren. De kat, de kanarie, de hond en de marmot krijgen niet eerder te vreten dan nadat ik ze een toepasselijk gedeelte van de bijbel heb voorgelezen.

Zij luisteren, ondanks al mijn inspanningen, nog altijd met kennelijke tegenzin naar Gods Woord. Aanvankelijk dacht ik dat zij gewoon te stom zijn om te geloven. Daar had ik, in een moment van zwakte, bijna vrede mee. Maar wacht even, dacht ik, God is liefde, is ons geleerd. En van liefde hoef je toch immers geen verstand te hebben. Ik volhardde dus in mijn pogingen tot bijbelexegese.
Maar die klotebeesten zijn koppiger dan ik. Onder hun stomme blikken begon ik mij allerlei dingen af te vragen. Waarom, bijvoorbeeld, bouwen beesten geen tempels? Mieren, bijen en bevers zijn tot de meest spectaculaire bouwwerken in staat. Maar een nette moskee, of kathedraal of synagoge is er niet bij.
Mijn hemel, faalt hier de animale intuitie? Dus ook God, die de dieren heeft geschapen? Of betekent het feit dat m'n kanarie niks met God te maken wil hebben dat het geloof een doodgewone, menselijke verstandelijke constructie is? Als het zo is, geliefde gemeente, geef dan mijn portie maar aan Fikkie.