Buitenland

Therapie

Brexit, dat ooit begon als een wat lichtvaardig georganiseerd referendum, is intussen ontaard in wat de Franse politiek filosoof Raymond Aron eens omschreef als een ‘débat idéologique’. In zo’n debat gaat het niet alleen over ‘voor of tegen’, maar ook over ‘goed of fout’. En hoe langer het duurt, hoe scherper dat wordt: het andere kamp is fout en wordt steeds fouter. Maar het meest karakteristieke voor zo’n debat is zijn doorklievende werking, op manieren die voor het losbreken ervan nog onvoorstelbaar waren.

Want een débat idéologique valt niet te voeren langs de bekende scheidslijnen van politieke stromingen. Het splijt politieke partijen. Evenmin is het te begrijpen via de bekende maatschappelijke categorieën, waarmee beleid en duiding normaal gesproken gestructureerd worden. Het gaat dwars door die vertrouwde ordeningen heen.

En zo vreet de doorklievende werking van een débat idéologique zich steeds dieper de samenleving in. Uiteindelijk ontsnapt niemand eraan. Het verscheurt families en vriendschappen. Spoedig lijkt de werkelijkheid alleen nog maar te vangen in de alles-infecterende logica van het débat idéologique. Daarmee komt onherroepelijk ook de geloofwaardigheid van de politiek zelf op het spel te staan. Haar ordening en houvast werken immers niet langer.

Dat werkt verlammend, terwijl tegelijkertijd de chaos toeneemt, en steeds meer gedrag zich plooit naar de nieuwe werkelijkheid. In Noord-Ierland viel afgelopen voorjaar, in een eruptie van geweld, al een dodelijk slachtoffer. Boris Johnson moest huilen toen Brexit een wig plaatste tussen zijn broer en hem. Een débat idéologique heeft consequenties en laat de geschiedenis niet ongemoeid. Verdrongen trauma’s worden opgerakeld.

De Britten wonnen twee wereldoorlogen. Hoezo trauma?

Zo wordt elk débat idéologique vanzelf ook regressietherapie. Voor Brexit geldt dit zelfs bij uitstek, want als er iets mee overhoop gehaald wordt, is het wel de Britse geschiedenis met Europa. De drang waarmee dit gebeurt, zegt iets. Het legt een diepere oorzaak van Brexit bloot: de Britse nood aan regressietherapie.

De Britten hebben het nooit echt nodig gevonden zichzelf te onderwerpen aan therapie om in het reine te komen met de duistere geschiedenis van de wereldoorlogen. Daar was ook weinig aanleiding toe. Zij wonnen die twee oorlogen. Hoezo trauma’s? Winston Churchill formuleerde dit kernachtig: de Britten waren wel ‘met’ Europa, maar niet ‘van’ Europa. Europa was een wereld, de Britse een andere. En in die Britse wereld was men altijd in het reine gebleven.

En zo onttrokken de Britten zich aan de therapie die West-Europa vanaf 1950 wel zou ondergaan, vooral via de behandelkamers van de Europese integratie. ‘Bonne chance!’ Zo vatte de Britse toehoorder bij de onderhandelingen over de Europese gemeenschappelijke markt het medio jaren vijftig samen. Na een middagje Brussel vertrok hij weer naar huis. De Britten vonden het prima dat de Europese landen begonnen aan een ontgifting van nationalisme via een therapiekuur van Europese integratie – inclusief de overdracht van autonomie (aan supranationale instituties) die daarbij hoorde. Maar zelf konden zij deze sessie rustig overslaan. Zij hadden zoiets niet nodig.

En toen bleek, decennia later, dat het Verenigd Koninkrijk wel degelijk ‘van’ Europa aan het worden was. Vanaf 1973 zelfs als lid, maar dus zonder de therapie, die de anderen wel hadden gevolgd. Dit brengt ons bij Brexit. Daarmee heeft het Verenigd Koninkrijk die therapie, op geheel eigen wijze en ongelooflijk laat, alsnog ingezet. De eerste trauma’s komen intussen boven. Vorige week kwam de Vote Leave-campagne met een poster van Angela Merkel. Daarbij de tekst: ‘We didn’t win two world wars to be pushed around by a kraut’. Over giftig nationalisme gesproken. De vuige poster vertelt veel over het echte gevaar van Brexit.

Dat gevaar zal zich meer en meer openbaren wanneer het niet lukt om Brexit terug te brengen tot het open onderhandelingsproces dat het moet zijn. Daarin moet het land dat ooit alleen ‘met’ Europa wilde zijn, voldoende ruimte kunnen vinden om die positie te heroverwegen, terwijl het tegelijkertijd onderhandelt met de EU. Hoe langer het de EU niet lukt om dit proces te organiseren, hoe groter de kans dat de EU, van de weeromstuit, steeds meer ‘van’ de Britten wordt. Dat zal gaan via een verdere escalatie van hun débat idéologique. Ook al omdat deze vorm van politiek weer populair is in en rond Europa.