H.J.A. Hofland

Therapie van de harde klap

De oorlog tegen Saddam Hoessein is niet begonnen om Irak van zijn dictatuur te bevrijden, een eind te maken aan concentratiekampen en massamoorden, maar omdat hij ervan verdacht werd massavernietigingswapens vrijwel schietklaar te hebben en omdat hij de inspecties van de Verenigde Naties dwarsboomde. Dat was de officiële casus belli. Zo is het en niet anders. Wie het nu niet meer wil geloven, raad ik aan de stukken van twee jaar geleden te raadplegen en zich nog eens de lezing met lichtbeelden van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in de VN te herinneren. Dat was allemaal flauwekul.

Toen we dachten dat de oorlog voorbij was (president Bush op 1 mei 2003 met de aankondiging: «Major operations have ended») kwamen Nederlandse soldaten om te helpen bij de wederopbouw. Zij het op een andere manier gingen de grote operaties elders in het land door. In het Nederlandse gebied werden bruggen gebouwd, waterleidingen hersteld, agenten opgeleid. De verkiezingen zijn er goed verlopen. In de meer dan anderhalf jaar zijn aan beide zijden enkele doden gevallen. Daarnaar is zorgvuldig onderzoek gedaan. Er is niet gemarteld, niet verwoest, niet ge-shocked of ge-awed. Het is, zegt men, een kalm gebied. Wat is kalm in Irak? De Nederlandse missie heeft er goed werk gedaan.

Ter gelegenheid van het vertrek heeft het Algemeen Dagblad een artikel aan de Nederlandse aanwezigheid gewijd. Aan het woord komt onder anderen minister van Defensie Henk Kamp. Hij trekt de Amerikaans-Britse strategie in twijfel, schrijft de krant. «Ik ben nog niet toe aan een eindoordeel. Je kunt je afvragen of er voldoende informatie was over de aanwezigheid van mvw’s. Kon je op basis daarvan wel een conclusie trekken? En hebben de Amerikanen wel voldoende militairen gestuurd om meteen grip op de situatie te krijgen? Die vragen leven bij iedereen. Een antwoord heb ik nog niet. De geschiedenis zal ons dat geven.»

Geachte heer Kamp. Daar hebben we de geschiedenis niet voor nodig. Het antwoord is tientallen keren gegeven, uitvoerig in Amerika en Groot-Brittannië, en ook in Nederland. Ik wijs u op een uitvoerig artikel in NRC Handelsblad van 12 juni 2004, getiteld «Hollandse oorlogslogica», waarin Joost Oranje onder meer uitlegt dat de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst voortdurend heeft getwijfeld aan de wereldbedreigende wapenrusting van Saddam. Daarover werd de Tweede Kamer niet ingelicht. Over het gebrek aan Amerikaanse troepen, gevolg van de beslissing van uw collega Rumsfeld om de oorlog on the cheap te voeren, zijn ze in Amerika nog niet uitgepraat. Dat leert de geschiedenis van de afgelopen twee jaar.

Ik ben het eens met uw besluit om de Nederlandse missie nu te beëindigen, niet omdat ik de Irakezen hun perspectief op de verbetering van hun vrijheid en de wederopbouw zou misgunnen, maar omdat «wij» daar anders zouden blijven onder de Amerikaanse strategie van de bezetting, die de onze niet is. Over Abu Ghraib, Fallujah, dergelijke «incidenten», zijn we in het Westen uitgepraat. In Irak nog niet. Het wonder van de verkiezingen heeft niet het wonder van de vrede gebaard. In veel meer dan half Italië heerst verontwaardiging na de dood van de geheime agent die de uit haar gijzeling bevrijde journaliste Giulina Sgrena begeleidde. Bij een controlepost openden de Amerikanen voor alle zekerheid het vuur.

Naar aanleiding van het «incident» heeft The New York Times weer eens een beschouwing aan de toestand gewijd. Staat ook in de International Herald Tribune van deze week dinsdag op pagina 2. «Behalve Abu Ghraib heeft geen ander aspect van de Amerikaanse aanwezigheid tot zo veel angst en verbijstering geleid, zoals blijkt uit de veelvuldige uitbarstingen van verzet.» Na de twijfelachtige redenen om de oorlog te beginnen zijn nu de methoden van bezetting de oorzaken van de kritiek ter plaatse.

In Amerikaanse regeringskringen en de aanhang in de media, daar en in de rest van het Westen, wordt dit alles gerekend tot de spaanders die nu eenmaal overal vallen als er goed gehakt wordt. Let op het grote geheel, zegt men. Plotseling is het hele Midden-Oosten in beweging gekomen! Onder druk van de Ceder Revolutie trekt Syrië zijn troepen terug uit Libanon. In Egypte wil Mubarak bij de verkiezingen een tegenkandidaat toelaten. In Palestina zijn ze onder Abbas na de verkiezingen ook op de goede weg. Zelfs in Saoedi-Arabië gaan ze naar de stembus, voor de gemeenteraad. Dat komt allemaal door de zegenrijke oorlog in Irak.

In tijd van oorlog, en zeker nu, gaat alles in de vereenvoudigingsmachine. Bij de ideologen van shock and awe komt het niet op dat het verzet tegen dictatoriale en traditionele machten in de Arabische wereld ook van de Arabieren zelf zou kunnen komen. Maar ook daar, net als destijds in het Oostblok, worden jongere generaties blootgesteld aan invloeden die de dictaturen en autocratische regimes aantasten. De interne erosie komt van internet en satelliettelevisie, Al-Jazeera en Al-Arabya. Dat Al-Jazeera onder Amerikaans gezag in Irak verboden is, zou voor de school van het sla-er-op! een reden tot twijfel aan de grote strategie van Washington kunnen zijn. Als niet het geloof aan de alles genezende werking van de harde klap dit inzicht verhinderde.

Daarom is het niet uitgesloten dat Nederlandse soldaten in die regio nog eens naar een frontgebied zullen gaan waar de Amerikanen het ruwe werk opknappen. Laten we beter opletten dan de vorige keer.