TONEEL

Those were the days

Geheugen

Zoals misschien bekend, is het toneelgeheugen van Nederland niet goed ontwikkeld. Herinneringsteksten over gestorven acteurs en actrices bevatten steeds vaker curieuze verschrijvingen en pijnlijke fouten. Toneelrollen worden daarin niet zelden verdrongen door optredens voor film en televisie. Bij de dood van Ton van Duinhoven bijvoorbeeld, vorig jaar, leek de man nauwelijks nog zoiets als een toneelloopbaan te hebben gehad, met toprollen in stukken van Pinter, Shakespeare, Ibsen en Bredero. Ander voorbeeld. Volgend jaar zal het vijftig jaar geleden zijn dat de toneelvisionair Wim Vesseur (1919-1977) een ontwerp maakte voor een permanent te bespelen open podium in het Amsterdamse theater De Brakke Grond. Die daad was feitelijk de geboorte van het toneel in de zalen met een vlakke vloer, een voor de evolutie van het Nederlandse toneel wezenlijke kracht- en levenslijn. Naar een baanbrekende studie over de grote ontwerper Vesseur zal men in Nederland vergeefs zoeken.
Nóg een voorbeeld. Een van onze grootste naoorlogse toneelspelers, Ank van der Moer (1912-1983), zou in 2012 honderd jaar zijn geworden. In Duitsland en Engeland had dit eenvoudige feit geleid tot een televisiedocumentaire en een flinke biografie. In Nederland mogen we al blij zijn dat Annemarie Oster het spelersleven en de toneelwerken van haar moeder door de jaren heen zo prachtig heeft gedocumenteerd en mooi beschreven. Laten we iedere sterke poging om de Hollandse toneelamnesie effectief te bestrijden derhalve koesteren.
In het toneelrepertoire is Molière dit seizoen goed vertegenwoordigd, te beginnen met een nieuwe enscenering van De vrek bij Toneelgroep Amsterdam (regie: Ivo van Hove), eind deze maand in première. Een kwart eeuw geleden zette de Vlaamse regisseur Dirk Tanghe met zíjn versie van De vrek bij het NTG in Gent een wezenlijk nieuwe stap in het afstoffen en opnieuw stofferen van zoiets als een speeltraditie in de omgang met het werk van de grote Franse auteur en uitvinder van de tragikomedie. Daarna, in zijn jaren bij de Utrechtse Paardenkathedraal, liet Dirk Tanghe verrassende regies zien van Molière’s Tartuffe en De mensenhater.
Over de in tal van opzichten ruige jaren waarin Dirk Tanghe het Nederlandse toneel keer op keer overrompelde met fris herlezen en aanstekelijk in scène gezette klassieke en modern-klassieke krakers uit het wereldrepertoire is nu een lijvig boek verschenen, dat eenvoudig Het Boek 1996-2008 De Paardenkathedraal heet. Het is een standaardwerk, waarin de ongekroonde koningin van de Nederlandse toneelkritiek, Hana Bobkova, in haar inleidend essay het belang van Tanghe’s werk nog eens samenvat: ‘De grote visuele en muzikale composities verleidden de toeschouwer tot een feestelijk gevoel voor klanken en beelden die waren geleend uit de populaire cultuur, ook al was de onderliggende toon er een van tragedie, destructie en ontreddering. Door het fantasierijk gebruik van vormen en genres als show, variété, circus en cabaret, dans en clownerie, in een wervelende stroom van ritmische aaneenschakelingen van scènes, wekten deze voorstellingen de indruk van totaaltheater. De ensceneringen appelleerden niet aan ratio en rede, maar deden een beroep op de musische en emotionele sensibiliteit van de toeschouwer.’ Bij het boek is een registratie gevoegd van Dirk Tanghe’s voorstelling Midsummernightsdream uit 2001.

Het Boek 1996-2008 De Paardenkathedraal is voor vijftien euro te koop in de betere (theater)boekwinkel, de schouwburgen van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en via de website van de opvolger van het Utrechtse gezelschap, www.deutrechtsespelen.nl