Thuiskomst in de bijlmer

Koningshoef heet de flat in de Amsterdamse Bijlmermeer. Voor minder deden ze het niet in het begin van de jaren zeventig. Koninklijk moest-ie worden. Nu wordt-ie binnenkort gesloopt. Er woont al bijna niemand meer. Het jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel speelt in vijf woningen op de vierde verdieping een serie kleine voorstellingen onder de verzameltitel Thuis. De toeschouwers bellen aan en komen letterlijk ergens thuis. Bij een eenzaam meisje dat permanent haar eigen houseparty creëert, tegen het geluid van de buren in, en tegen haar eigen nachtmerries. Bij een Surinaamse familie die zich voorbereidt op een feest elders. Of bij twee Turkse broers die een vervanging zoeken voor hun gestorven moeder in een via een advertentie geworven dienstmeisje.

Het is allemaal heel intiem bedoeld, maar de voorstelling blijft hangen in de anekdote. Het eenzame meisje dat zichzelf staande houdt met bikkelharde housemuziek, haar drama had ik na vijf minuten wel gezien. Ze bleek getraumatiseerd door twee wandelende takken die ze in haar kleine terrarium te lang had verwaarloosd. Middenin haar scène viel het licht uit. Ook een probleem. Ja? Nou? En?
Het drama van de Surinaamse familie was ook in vijf minuten duidelijk. Op de talloze fornuizen pruttelden gerechten voor een feest waar niemand zin in heeft en waar ze toch naartoe moeten. De geur was heerlijk, ik had graag iets geproefd, maar voor de rest interesseerde het ‘conflict’ me al snel niks meer. En die twee Turkse jongens zijn ongetwijfeld hartstochtelijk op zoek naar een vervanging van hun gestorven moeder. En dat meisje dat op hun advertentie heeft gereageerd, wil zeker ook een keer echt erkend worden. En ze woont bovendien ook nog recht tegenover die zielige Turken. So what?
Drie van de vijf scènes uit Thuis zijn eigenlijk bedrog. Je wordt uitgenodigd tot intimiteit en je krijgt er vrijwel niks voor terug. Een anekdote. Die uit mijn geheugen was verdwenen op het moment dat ik weer buiten stond.
Er zijn in Thuis twee scènes die dat voorbijgaande karakter niet hebben. Op nummer 190 wonen de Olieslagers. De moeder van dit gezin (prachtig gespeeld door Elsje de Wijn) heeft besloten dat ze weg wil. Ze heeft in haar zware bestaan voldoende airmiles gespaard om naar Florida te reizen. Vlak voor ze gaat, onthult ze ons waarom ze dat eigenlijk wil. Ze introduceert ons de personages in haar leven waar ze van af moet: een zoon met 'elektronisch huisarrest’, een dochter die almaar solliciteert op foute banen, een man die op grote schaal blikken inkoopt die hij in de flat opstapelt om ze ooit voordelig weer te verkopen. Moeder is maar met één ding bezig: hoe komt ik hier uit? En terwijl wij in haar huis zijn, gaat ze weg.
Ook mooi is de belevenis op nummer 72. Daar wachten een oma (Marlies Hamelynck) en een opa (Simon Versnel) op hun zoon en hun kleinkinderen, de tweeling. Oma loopt gebrekkig, opa is bijna blind. Ze zijn elkaars ledematen geworden. En eigenlijk willen ze niet meer. Op een song van Sinatra doen ze een serieuze poging om van het balkon te springen. Springen was hun specialiteit: vroeger hadden ze samen een nummer - in het water springen van hoge bruggen. De inrichting van hun flatje is van een benauwdheid die je herkent en waar je tegelijk niks van wilt weten. Hun dansje op het balkon is dat ook. En net op het moment dat je vermoedt dat ze echt gaan springen… nee, dat onhul ik niet.
Thuis is half geslaagd. De scènes waarin mensen met een verleden de hoofdrol spelen zijn mooi, dramatisch, kernachtig geacteerd. Maar misschien zegt die observatie wel meer over deze kijker dan over de makers.

  • Macbeth moordenaar - een bewerking voor jongeren van Shakespeares kortste tragedie door Imme Dros - wordt nog tot het eind van deze maand gespeeld door Teneeter. Het voornaamste probleem is dat de voorstelling niet geregisseerd lijkt. Ze bestaat uit een reeks slimme trucs, de mistmachine staat op dertien, er is een ongetwijfeld mooie bewerking, maar die heb ik niet gehoord. Inlichtingen: 024-3600588.