Toneeltip -  Song from Far Away

Thuisloos in de grote wereld

Bankier Willem, 34, is een aantal jaren geleden naar New York vertrokken. Hij is daar nogal succesvol. Hij lijkt ook gevlucht. Voor zowel zijn familie in Amsterdam als voor een mislukte relatie met een jongen in die stad.

Medium 9992 791x545

Hij vertelt ons over het moment waarop hij, eerst via een sms, daarna direct van zijn moeder, hoort dat zijn broer Pauli dood is. Hartaanval, of zoiets. De details komen later. Hij moet naar Amsterdam. Voor de begrafenis en alles. Willem begint vrijwel meteen brieven aan zijn broer Pauli te schrijven. Tussen 25 en 31 januari van een onbestemd jaar, vanaf de ontvangst van het doodsbericht tot het moment van zijn terugvlucht van Amsterdam naar New York, houdt hij ons op de hoogte, reizen we met hem mee. De brieven zijn dagboekbladen, verslagen van ontmoetingen, observaties, overdenkingen. Opgetekend in de losse, associërende schrijfstijl van toneelschrijver Simon Stephens. Hij schreef eerder (voor Johan Simons) Three Kingdoms , over wreedheden in de internationale vrouwenhandel en seksindustrie. Een rauwe toneelavond was dat. Waarin Stephens’ liefde voor de hedendaagse muziek-scene hoorbaar was. En een van de grote thema’s in zijn werk aan de orde kwam: we globaliseren ons een slag in de rondte en worden almaar thuislozer – dat gaat ons een keer opbreken. Hoe onomkeerbaar is die globalisering eigenlijk? Dat thema speelt ook in Song from Far Away , een monoloog, met songs van Mark Eitzel, speciaal geschreven voor acteur Eelco Smits. Bij Toneelgroep Amsterdam. Ivo van Hove regisseerde, Jan Versweyveld maakte de ruimte.

Willem is een globalist in persoon. Zijn bankzaken vliegen letterlijk de wereld rond. Hij komt pas echt los in hotelkamers, bars, in wachtruimtes op vliegvelden. Plekken op een vluchtroute lijken zijn natuurlijke biotoop. Geconfronteerd met alles wat intiem is, staat hij hulpeloos, badend in angstzweet. Als hij het verdriet waarneemt dat zijn vader heeft over de dode zoon Pauli, een onmatig huilen dat lijkt op het schreeuwen van een gewonde hond, kijkt hij een andere kant op. Wanneer zijn eigen tranen plotseling stromen, bij een klein moment van herwonnen intimiteit met ex-lover Isaac, weet Willem niet waar hij het zoeken moet van een schaamte die grenst aan zelfhaat. De aanblik van zijn kleine nichtje Anka, die ‘oom Willem’ in haar wereld opneemt als een vertrouwde en grappige kinderheld, vult hem met vertedering maar vooral met schrik. Verwoord in observaties die zowel geestig zijn als deprimerend.

Want hoe doe je dat, reageren op dood? Als iemand van heel dichtbij sterft, een kind, een minnaar, dan slaan de shock en het verdriet een bomkrater. Dan houdt alles opeens op met kloppen en stromen. Anders, veel grilliger, gaat het bij de doden die net iets verder van je af staan. De doden waarvan je vergeten was hoe belangrijk ze voor je zijn. Of van wie je, om wat voor redenen dan ook, de betekenis hebt verdrongen. Die bijna vergeten doden, die plotseling uit hun tijd en uit jouw leven vallen, die doen op een andere manier pijn. Dat verhaal vertelt Stephens hier, in een meanderende alleenspraak. Die spiritueel is en dartel en lekker springerig. En ook intens droevig, ongemakkelijk, stoïcijns en snoeihard. ‘We bestaan in de stiltes tussen de geluiden die we maken. We sterven allemaal onderbroken. En jij hebt geen geluiden meer over Pauli. Je bent spoorloos verdwenen.’ Broer Pauli lijkt in de vertelling voor Willem een dubbelganger te worden, een slagschaduw. Door een bijna nonchalant gelanceerd, kortdurend en surrealistisch lichteffect ergens midden in de voorstelling, gebeurt dat zelfs letterlijk. Pauli neemt als het ware bezit van Willem. Uiteindelijk vooral via diens gitaar. En door liedteksten. Die de broers aan het slot samen lijken te zingen. In een eenstemmig duet. Of is het een tweestemmige solo?

Regie en scenografie hebben een zijkamertje voorzien, waarin de gestorven broer als het ware op een lege stoel tegenspel biedt, en kan worden toegesproken. Eelco Smits bespeelt een rijk, breed en muzikaal toneelspelersregister. Hij diminueert en verhevigt, hij schakelt van simpel kijken naar woede en afgrijzen. Zijn hoop op een vrijer leven, met meer adem en veel meer liefde, vervliegt langzaam maar zeker. Hij is verloren aan de huiver van een depressie die hem in de armen sluit. Hij vecht, maar hij is aan de verliezende hand. Met de eenvoudige middelen van een groot acteur schildert Smits een soort oer-gevecht. De sterke voorstelling gaat een ruime maand op tournee.

Song from Far Away van Toneelgroep Amsterdam is van 7 mei tot en met 11 juni door het hele land te zien


Beeld: Jan Versweyveld