De Ring des Nibelungen in super audio surround sound

Ticket naar Bayreuth

De Nederlandse Opera heeft zijn uitvoering van de Ring des Nibelungen uit 2005 op cd uitgebracht. Een spectaculaire opname.

Het is bepaald niet zo dat er nog niet genoeg opnamen van de Ring des Nibelungen zijn. De markt is meer dan verzadigd. Live geregistreerd, in de studio opgenomen, met Wagner-vedetten van gisteren, eergisteren, vandaag en morgen, nieuwe opnamen, historische, goede, slechte, goedkope, dure… de keuze is gigantisch. En toch nam De Nederlandse Opera het risico om ‘zijn’ Amsterdamse Ring van 2005 op cd uit te brengen. Compleet. Als live-opname. Met Hartmut Haenchen op de bok van ‘zijn’ Nederlands Philharmonisch Orkest, waarmee hij in de laatste twintig jaar ettelijke Wagner-triomfen vierde. Twee dingen onderscheiden deze Ring van de grote massa bestaande opnamen: het super audio surround sound en het feit dat dit de eerste uitvoering is op basis van de nieuwe Richard-Wagner-Gesamtausgabe. In de praktische uitvoering betekent dat dat de orkestklank in zijn transparantie en kleur werkelijk spectaculair genoemd mag worden. Ik ken persoonlijk geen andere Ring-_opname, recent of oud, waarop het orkest door de geluidsmeesters zo briljant gevangen wordt, tot op de kleinste klarinettriller, zonder dat daarbij de balans en het Grote Geheel verloren gaan. Als je daarbij in aanmerking neemt dat het hier om een live-opname gaat, kan de opnamekwaliteit niet anders worden betiteld dan sensationeel. Alle zangers in deze _Ring zijn door de microfoons in ideale balans met het orkest vastgelegd, en omdat alles live op het enorme toneel van het Amsterdamse Muziektheater werd geregistreerd, heb je ook op de cd een sterk gevoel van beweging en ruimte, zoals dat in de studio maar lastig te creëren valt. Dat geeft de uitvoering een levendigheid, aanwezigheid en spanning, die bij andere opnamen vaak pijnlijk ontbreekt – bijvoorbeeld in Solti’s beroemde Decca-Ring.

Een probleem is wel dat Hartmut Haenchen geen echte muzikale geweldenaar is, geen Überwältigungsmusiker, en dat hij vooral met de extatische momenten in de mammoetpartituur slecht uit de voeten kan. Walküre en Götterdämmerung blijven bij hem zonder overdonderend geweld, zonder power, te veel op de vierkante meter. In de meer scherzoachtige Rheingold en Siegfried stoort dat niet, omdat de muziek daar minder emotionele overdruk verlangt.

Van alles het best geslaagd leek mij de Siegfried, wat te danken is aan de bezetting, die in sommige rollen buitengewoon sterk is. De triomf van de dno-Siegfried is de dwerg Mime, belichaamd door Graham Clark. Hij bracht naar de dno-cylus bijna twee decennia (Bayreuth-)ervaring mee. Dat hoor je in elke lettergreep, in elke giftige adem, in elke valse lach. Zoals Graham Clarks Mime kraakt, piept, sist en vloekt, dat moet je gehoord hebben om het te geloven. Daarnaast overtuigt vooral Stig Andersen als Siegfried, ook in de Götterdämmerung. Hij is een voorbeeldige Wagner-tenor, altijd verstaanbaar, met een baritonaal gekleurde stem, die zijn krachten goed verdeelt en tot aan zijn heldendood met bronzen tonen zingt. Net zo overtuigend is de slanke en jeugdig klinkende Wotan/Wanderer van Albert Dohmen (van wie ook al elk woord te verstaan is), al kan hij wellicht de vergelijking met de echt grote goden in de discografie van Wagners Olympus niet doorstaan. Dat geldt in nog sterkere mate voor de nieuwe Brünnhilde van Bayreuth, Linda Watson. Live in het Muziektheater klonk zij overtuigend, groot in klank, majesteitelijk in haar spel; op de cd is zij echter monochroom en veel te rijk aan vibrato. Deze rol is opwindender en glorieuzer te horen in de oude live-opname van Flagstad onder Furtwängler, uit 1950, of van Nilsson onder Böhm, uit 1967.

En dat is uiteindelijk het probleem met deze dno_-Ring:_ zo mooi en spannend als hij in afzonderlijke momenten ook is, hij kan nooit de discografische klassiekers vervangen. Daarvoor is de bezetting – afgezien van Mime en de Fricka van Doris Soffel – niet indrukwekkend genoeg. Als marketingmanoeuvre moet dno echter met de cd’s worden gefeliciteerd. Ze liggen in elke klassieke platenzaak van de wereld en vestigen met hun aantrekkelijke vormgeving de aandacht op dat operagezelschap aan de Amstel, dat (terecht) zo naar internationale erkenning snakt. In die zin alleen al is het beluisteren van de nieuwe Ring de moeite waard. Ook zijn er wat interessante details, zoals de door een jongenssopraan gezongen Waldvogel en de wind- en donderapparaten.

Voor Hartmut Haenchen zouden deze cd’s eigenlijk het langverwachte ticket naar Bayreuth moeten worden. Want ook al is hij geen muzikale geweldenaar in de stijl van Thielemann of Barenboim (of Furtwängler en Clemens Krauss), hij bewijst met deze opnamen dat hij een voortreffelijke vertolker van Wagners klankmassa’s is. In vergelijking met veel van wat er de laatste jaren op de Groene Heuvel te horen was, is hij meer dan klaar om het Festspiel-publiek zijn tot in de puntjes uitgevoerde kunsten te presenteren.