Constructief formeren met Mark Rutte

Tien jaar BV Nederland

Dat Mark Rutte het afgelopen decennium regeerde met drie totaal verschillende coalities, betekent niet dat zijn VVD gemakkelijk idealen inlevert. Integendeel. Het zegt vooral iets over de andere partijen, die concessies deden voor regeringsmacht.

Sybrand Buma, Alexander Pechtold, Mark Rutte en Gert-Jan Segers op weg naar de presentatie van het regeerakkoord voor kabinet-Rutte III. Den Haag, oktober 2017 © Maarten Hartman / ANP

‘We zijn een land dat in de kern diep socialistisch is’, sprak premier Mark Rutte vorig jaar tijdens een van de vele debatten over de coronacrisis. De vvd-leider zei dat tien jaar na zijn eerste, rechtse kabinet met het cda en gedoogpartner de pvv. Daarna regeerde hij met de pvda en nu zit hij met het cda, D66 en de ChristenUnie in het demissionaire schip van de overheid. Hij heeft in binnen- en buitenland een reputatie opgebouwd als de altijd goedgemutste premier van teflon met een principiële lenigheid waardoor hij eigenlijk met iedereen kan regeren.

Oppervlakkig gezien lijkt de vvd daardoor al snel een politieke partij die aan de lopende band idealen inlevert om aan de macht te blijven. Maar klopt dat beeld wel? De Groene analyseerde de regeerakkoorden en verkiezingsprogramma’s van het afgelopen decennium en concludeert eerder: het zijn juist de andere partijen die veel weggeven om mee te kunnen regeren. Nederland is anno 2021 een land dat is vormgegeven vanuit heel duidelijke vvd-idealen en waar het liberale gedachtegoed overheerst.

Wanneer de VVD in 2010 voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis de premier mag leveren, na wat Rutte zelf kwalificeerde als ‘de belangrijkste verkiezingen in een generatie’, volgt direct een periode waarin het ‘rechtse’ cadeautjes regent. Er komt een streng immigratiebeleid, het mes gaat in cultuursubsidies, er is ruimte voor een nieuwe kerncentrale (alleen tekenen bedrijven niet in wegens te hoge kosten), kraken wordt verboden, automobilisten mogen 130 kilometer per uur rijden, er komen minimumstraffen en cameratoezicht wordt de norm.

Kortom, de toon is gezet. Een triomfantelijke Mark Rutte had zelfs nog vóór het regeerakkoord werd gesloten de pers laten weten dat rechts Nederland de vingers af zou likken bij zijn nog te vormen kabinet met het cda. Heus, nuanceerde hij kort daarop, wordt hij een premier voor álle Nederlanders. Om ook die uitspraak twee zinnen later weer te bij te stellen. ‘Dit is een kabinet dat natuurlijk een politieke kleur heeft. Het is liberaal-confessioneel. Met de parlementaire steun van de pvv.’

Het gaat de nieuwe regering dan ook niet alleen om een regeltje minder hier en wat hardere handhaving daar. Rutte wil af van het idee dat de staat een ‘geluksmachine’ is, waar mensen altijd maar op kunnen leunen. In de uitkeringen bijvoorbeeld wordt direct flink gesnoeid. ‘We schrijven niemand af, maar spreken iedereen aan’, aldus het akkoord dat de titel Vrijheid en verantwoordelijkheid draagt. ‘Een baan is immers de beste sociale zekerheid.’

En wat in het regeerakkoord staat is heilig tijdens Rutte I. De nieuwe leiders hebben goed gekeken naar het kabinet-Balkenende IV (cda, pvda en ChristenUnie) dat ruziënd ten onder ging. Dat gaat hun niet overkomen. Dus wordt er een ijzeren discipline ingevoerd. Te beginnen met elke maandag een overleg tussen de gedoger Geert Wilders (pvv), Mark Rutte en vicepremier Maxime Verhagen van het cda. Vervolgens schuift elke dinsdag de pvv-leider aan bij de fractieleiders Stef Blok (vvd) en Sybrand Buma (cda) voor de zogeheten ‘fijne afstemming’, zodat alle Kamerleden uit de coalitiefracties hetzelfde doen.

Zo stemmen alle cda-Kamerleden tegen heug en meug voor de strengere bijstandswet waardoor gezinnen met werkende kinderen (ook al is het een krantenwijk) een flink deel van hun uitkering gaan verliezen. Het cda wil graag nog een kleine tegemoetkoming voor degene die te hard getroffen worden door de maatregel, maar stuit op een njet. Het staat nou eenmaal in het regeerakkoord. ‘En dan is er geen millimeter ruimte’, verduidelijkt Blok in de NRC. Het is dus niet de bedoeling als parlementariër ‘zonder ruggespraak’ iets te doen. ‘Zo’n akkoord is ook een kwestie van zelfbinding’, voegt Eddy van Hijum (cda) er plechtig aan toe.

Het regeerakkoord van het kabinet-Rutte I effent ook voor andere ingrijpende hervormingen de weg. Als D66-leider Alexander Pechtold in het najaar van 2010 het kabinet uitdaagt op te sommen welke hervormingen er op stapel staan, krijgt hij niet veel later een waslijst retour. Wat het liberaal-conservatieve kabinet betreft zou er een ‘stelselwijziging’ moeten komen voor de voorzieningen in de langdurige zorg, marktwerking in de zorg zal verder worden doorgevoerd, de samenleving wordt dusdanig ingericht dat het bedrijfsleven kan profiteren van het wetenschappelijk onderzoek op universiteiten en uiteraard van gunstige belastingwetgeving, de pensioenleeftijd moet omhoog via een sociaal akkoord, er is de oprichting van de nationale politie, de hervorming van de huurmarkt, de culturele sector moet op de schop en zo nog een reeks rechtse afslagen.

De boodschap is duidelijk: de liberalen gaan niet op hun handen zitten. Nu de vvd immers voor het eerst in de geschiedenis als grootste partij uit de bus is gekomen, zal er doorgepakt worden, herinnert ook Uri Rosenthal zich. De vvd’er – later wordt hij minister van Buitenlandse Zaken – zit als informateur met zijn neus boven op de vorming van Rutte I. Als fractievoorzitter in de Eerste Kamer had hij zich flink geërgerd aan het gebrek aan dadendrang van het kabinet-Balkenende IV. ‘Regeer! Regeer!’ riep Rosenthal de partijen op, toen in 2009 de financiële crisis wereldwijd was uitgebroken. Hij verweet het de coalitiepartijen ‘vast te zitten’ in de ‘defensieve compromissen’ uit het akkoord. Dat zou de liberalen niet overkomen. Natuurlijk zou het geven en nemen worden om met andere coalitiepartijen tot een kloek regeerakkoord te komen, maar dat was niet erg zolang er stappen in de goede richting zouden worden gezet. Rosenthal in een telefoongesprek: ‘Je sluit compromissen. Maar je wilt wel verder komen.’

Het resultaat mag er zijn, bij die eerste formatie in 2010. vvd-woorden als ‘aanpakken’ en ‘doorpakken’ zetten de toon. Grofweg driekwart van het akkoord Vrijheid en verantwoordelijkheid is terug te vinden in het verkiezingsprogramma van de vvd, dat voor alles wordt gekenmerkt door stevige bezuinigingen op de verzorgingsstaat. Het harde veiligheids- en immigratiebeleid wordt al snel gezien als een verdienste van de pvv, maar ook de liberalen hadden daar in hun campagne al op ingezet. Illegaliteit wordt strafbaar, uitgeprocedeerden kunnen moeilijker naar de rechter stappen en uitzetten wordt makkelijker.

Wie de winnaars en verliezers zijn van deze coalitie-afspraken, is niet moeilijk aan te wijzen. Wie een auto heeft, mag voortaan lekker doorrijden. Wie een bedrijf heeft, wordt optimaal gefaciliteerd. Natuurbehoud daarentegen moet zichzelf terugverdienen. Het buitenlands beleid zal voortaan vooral gericht zijn op: wat schiet Nederland ermee op. Ambassades en consulaten, die fors moeten inkrimpen, richten zich voortaan vooral op economische diplomatie en binnen het budget voor ontwikkelingswerk (waar al fors op is bezuinigd) wordt gekeken naar mogelijkheden voor het bedrijfsleven.

Met het ‘crimefighters’-duo Ivo Opstelten en Fred Teeven (beiden van de vvd) op het nieuwe ministerie van Veiligheid en Justitie als mascottes, gaat Rutte I met gezwinde spoed aan de slag. Het regent plannen en persberichten. ‘Dat gaan we dus gewoon eventjes doen’, is het adagium van Opstelten.

Presentatie van het regeer- en gedoogakkoord van kabinet-Rutte I door Maxime Verhagen, Mark Rutte en Geert Wilders. Den Haag, september 2010 © Vincent Mentzel / de Beeldunie

De rechtse euforie is niettemin van korte duur. Al anderhalf jaar nadat het kabinet van vvd en cda op het bordes staat, klapt de gedoogconstructie met de pvv op 21 april ruziënd uit elkaar. Geert Wilders weigert akkoord te gaan met nieuwe miljardenbezuinigingen. Over de WW, het ontslagrecht, de aanpassing van de hypotheekrenteaftrek en zelfs de aow-leeftijd is met hem te praten, maar bij de zorg trekt hij een streep. Verdere versobering durft hij niet voor zijn rekening te nemen. ‘Met bloedend hart’ neemt de pvv’er in het voorjaar van 2010 afscheid van het enige kabinet waar hij tot nu toe in zou zitten. ‘Ik kon niet anders’, is zijn overtuiging.

Rutte I ligt in puin, de meeste plannen blijven onuitgevoerd achter op de ambtelijke tekentafels. Gelukkig voor de geflopte coalitie snellen D66, GroenLinks en de ChristenUnie het demissionaire minderheidskabinet van de vvd en het cda te hulp om toch een pakket van zestien miljard euro aan bezuinigingen en lastenverzwaringen in elkaar te timmeren.

Dat gebeurt met de botte bijl. De huren gaan een procent extra omhoog, de aow-leeftijd wordt versneld hoger, de btw gaat van 19 naar 21 procent, de eigen bijdrage in de zorg stijgt naar 350 euro en het ontslagrecht wordt hervormd. De meewerkende oppositiepartijen krijgen er onder andere subsidie voor vergroening voor terug. Ook worden bezuinigingen op passend onderwijs en ontwikkelingssamenwerking deels teruggedraaid. In een paar dagen tijd ligt er een lente-akkoord op tafel. Politiek commentatoren komen woorden tekort om te benadrukken hoe uniek deze samenwerking is. Frits Wester van RTL Nieuws roemt de bezuinigingsslag als een politiek ‘huzarenstukje’.

Intussen staat de kersverse leider van de pvda, Diederik Samsom, aan de zijlijn toe te kijken. Dat hij zich niet heeft aangesloten bij de vijf ‘constructieve’ partijen, zoals ze liefkozend worden genoemd, wordt door de pers een ‘historische vergissing’ genoemd. ‘De pvda stond erbuiten, ik spartelde hopeloos aan de interruptiemicrofoon en de kranten oordeelden de volgende dag genadeloos’, zal Samsom later tijdens zijn afscheid van de Kamer spijtig zeggen. ‘Juist die avond werd de basis gelegd voor een constructieve parlementaire politiek die de afgelopen periode heeft bepaald.’

Een half jaar na het lente-akkoord zit een andere pvda-prominent met een bezwaard gemoed in de studio van het televisieprogramma Buitenhof. Waar de pvv het niet meer zag zitten, heeft zijn partij na een nipt verloren verkiezingsstrijd tegen de vvd de handschoen opgepakt om samen met de liberale rivaal pijlsnel het regeerakkoord Bruggen slaan in elkaar te sleutelen. Samsom, die met zijn ‘eerlijke verhaal’ 38 zetels haalde, is niet van plan nog een keer ‘hopeloos aan de interruptiemicrofoon te spartelen’ en levert constructief in. Té snel, zegt Ruud Koole, oud-partijvoorzitter en senator op de nationale televisie. ‘De geloofwaardigheid van de politici kan in het geding komen.’

De professor politicologie wijst tijdens de uitzending op thema’s waarvan het een tijdje terug nog ondenkbaar was dat de pvda er haar handtekening onder zou zetten. Hij noemt de strafbaar-stelling illegaliteit, de verkorting van de WW-duur (‘een heel pijnlijk punt’) en de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking – die juist bij het lente-akkoord waren verminderd. In een bijna euforische dadendrang hadden de onderhandelaars van vvd en pvda besloten om elkaar vooral zaken ‘te gunnen’ en moeilijke programmapunten als een soort kaartspel tegen elkaar ‘uit te ruilen’.

De kiem van het akkoord werd een dag na de verkiezingen al gelegd. Terwijl Henk Kamp (vvd) officieel door de Tweede Kamer werd aangesteld als verkenner voor mogelijk nieuwe coalities, spraken Rutte en Samsom in het geheim af. Ze praatten uren aan de keukentafel van het Haagse pied-à-terre van Loek Hermans. Daar legden ze de basis voor een nieuw regeerakkoord dat razendsnel in elkaar werd gezet.

Koole kiest in Buitenhof diplomatiek zijn woorden, maar merkt op dat de gekozen formatie-aanpak best eens voor grote problemen kan gaan zorgen. Liever had hij gezien dat de onderhandelende partijen voor ‘creatieve compromissen’ hadden gekozen, waar beide zich in hadden kunnen herkennen. Hij voorziet: ‘Er moeten straks mensen van de pvda dingen gaan verdedigen waar ze zelf niet achter staan en waarvan de leiders hebben gezegd: “Ja dat is nu eenmaal een hobby van de vvd of van de pvda.”’

Terugblikkend vertelt Koole tijdens een telefoongesprek dat zijn kritiek hem destijds niet bepaald in dank werd afgenomen. Desalniettemin constateert hij dat hij op veel punten gelijk heeft gekregen, helaas. Met name dat de pvda razendsnel akkoord ging met de bezuinigingen is volgens de emeritus hoogleraar zeer bepalend geweest voor de koers van Rutte II. ‘Als je de kaart “bezuinigingen” trekt, dan behelst dat niet zomaar één beleidsterrein. Dat is álles. Je kunt dat dus ook niet zomaar tegenover een andere kaart uitruilen, maar je moet de tijd nemen om de gevolgen daarvan voor het hele beleid eens goed door te exerceren.’

Met Rutte II gaat de bezem door de verzorgingsstaat, al probeert de PvdA-top het met mooie woorden te verbloemen

Als voorbeeld noemt hij de decentralisaties in de zorg. Dat was niet louter een vvd-wens, ook de pvda wilde de zorg ‘dichter bij mensen organiseren’ en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (onder voorzitterschap van vvd-prominent Annemarie Jorritsma) had er zelfs flink voor gelobbyd. Koole: ‘Maar als je decentraliseert, moet je er eerst geld bijzetten. In plaats daarvan werd het over de heg gekieperd bij de gemeenten, waarbij er direct twintig procent van de middelen werd afgehaald.’ Zo ziet hij wel meer ingrepen die veel te rigoureus werden aangepakt. Zoals de decentralisatie van de jeugdzorg en het opheffen van de sociale werkplaatsen. ‘Je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt. Je moet bij dergelijke cruciale voorzieningen eerst zeker weten dat iets lukt, voor je het oude opheft. En die bezuinigingen hadden nooit gemoeten.’

Ook Uri Rosenthal, net als Koole van huis uit politicoloog, analyseert dat in 2012 geen sprake was van een echte koerswending ten opzichte van Rutte I. Zelf speelde hij geen rol bij die formatie, maar hij heeft wel altijd korte lijntjes gehouden met de partijtop. ‘Mij staat niet bij dat we toen geweldige veren hebben moeten laten’, memoreert de liberaal. ‘De punten die voor de achterban van de vvd erg belangrijk zijn, zoals veiligheid en immigratie, daar werd een bepaalde lijn in doorgetrokken. Wel stonden we ook open voor bepaalde zaken van de Partij van de Arbeid, zoals duurzaamheid.’

De PvdA, bezwangerd door de modieuze term ‘constructieve politiek’, omarmt in ruil het liberale gedachtegoed alsof het sociaal-democratische ideeën zijn. Waar het cda in het eerste kabinet-Rutte de sociale werkplaatsen nog in stand hield, schaft Rutte II ze af, onder het mom van ‘meedoen’. De bezem gaat door de verzorgingsstaat, al probeert de pvda-top het met mooie woorden te verbloemen. Tot de koning in de jaarlijkse troonrede het woord ‘participatiesamenleving’ laat vallen: een idee over een Nederland dat via ‘WhatsApp-groepjes de dagelijkse bezoekjes en het verzorgen van de buurvrouw’ regelt, zoals Mark Rutte zijn visie op zo’n samenleving even later samenvat. ‘Amerikaans, klassiek liberaal en zichzelf uiteindelijk marginaliserend. Zeg me dat het niet zo is!’ schrijft pvda-prominent Wouter Bos meteen in zijn Volkskrant-column.

De sociaal-democraten nuanceren her en der. Samsom ziet, zegt hij tijdens de Algemene Beschouwingen, vooral een duurzame maatschappij waarin mensen naar elkaar omkijken. ‘Hoe je zo’n samenleving noemt, dat zou mij een zorg zijn.’ Maar er komt wel een Participatiewet, een vurige wens uit het vvd-verkiezingsprogramma. De bijstand, de regeling voor sociale werkplaatsen en de uitkering voor jonggehandicapten komen onder één wet. Het is een enorme stelselwijziging, waarbij gemeenten ook worden gedwongen fraude snoeihard de kop in te drukken.

Het is pvda’er Jetta Klijnsma die als staatssecretaris van Sociale Zaken de wet invoert. Net zoals ze de aow-leeftijd sneller (nog sneller dan eerder was afgesproken in het lente-akkoord) verhoogt. Sowieso zijn het tijdens de kabinetsonderhandelingen juist pvda’ers die de posten krijgen waar voor hen pijnlijke maatregelen moeten worden uitgevoerd. Lilianne Ploumen gaat als minister van Ontwikkelingssamenwerking een miljard bezuinigen. Martin van Rijn voert grote hervormingen in de zorg door. Verzorgingshuizen sluiten, enkel verpleeghuizen blijven en daar is alleen plek voor mensen met een heel slechte (geestelijke) gezondheid. Ouderen moeten langer thuis blijven, het is beter dat hun omgeving hen verzorgt.

De praktijk blijkt echter weerbarstiger, het regent berichten over slechte zorg. In 2014 verschijnt er in het Algemeen Dagblad zelfs een interview met ene Joop van Rijn (81, de vader van de staatssecretaris) over de slechte zorg voor zijn dementerende vrouw in een Haags verpleeghuis. ‘Soms is ze niet verschoond. Dan staat ze even op en loopt het urine langs haar enkels.’ Zoon Van Rijn erkent voor de schermen dat er ‘fundamenteel’ iets moet veranderen, achter de schermen voerde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tevergeefs druk uit om het interview niet te plaatsen.

Ook Ronald Plasterk krijgt na de razendsnelle onderhandelingen van de pvda een portefeuille toegeschoven (Binnenlandse Zaken) waar hij totaal niet over heeft kunnen meepraten. Om dezelfde reden vindt hij het lastig om op die formatie terug te blikken alsof hij er deel aan had. Wel zegt hij, over de uitvoering van de plannen: ‘Die decentralisaties die ik moest uitvoeren, die had ik niet verzonnen. Het idee was natuurlijk om de zorg dichter bij de klanten te organiseren. En met die argumentatie heb ik het uitgevoerd. Tegelijkertijd… Laat ik het zo zeggen: mijn vrouw werkt in de zorg en bij haar heb ik van meet af aan gefronste wenkbrauwen gezien.’

Maar terwijl het de pvda is die belangrijke liberale hervormingen slikt, is het de vvd die direct na de presentatie van het regeerakkoord van Rutte II de wind van voren krijgt vanwege enkele in het oog springende sociaal-democratische successen. ‘Marx Rutte’, sart De Telegraaf op de voorpagina, in reactie op nivellerende maatregelen – in eerste instantie binnen de zorgpremie, maar na liberaal oproer in de sfeer van de inkomstenbelasting. Elsevier wrijft het de vvd-leider bovendien in dat er niet nóg harder is bezuinigd, bijvoorbeeld op de zorg en ontwikkelingshulp, en dat er nog wat geld naar armoedebeleid is gegaan. Het AD hekelt daarnaast de zeer geleidelijke aanpassing van de hypotheekrenteaftrek en haalt vvd-prominent Hans Wiegel van stal die briest dat het nieuwe kabinet ‘misschien nog wel nivellerender is dan Den Uyl’. Het helpt allemaal niet dat pvda-voorzitter Hans Spekman intussen kirrend roept dat ‘nivelleren een feestje is’.

Presentatie van het regeer- en gedoogakkoord van kabinet-Rutte I door Maxime Verhagen, Mark Rutte en Geert Wilders. Den Haag, september 2010 © Vincent Mentzel / de Beeldunie

De reputatie van slappe onderhandelaar zou Mark Rutte vanaf dat moment blijven achtervolgen. En niet helemaal onterecht, zeggen kenners binnen de partij. Rutte wil er altijd uit kunnen komen, hij gaat altijd voor het compromis. Bij de verschillende formaties was het telkens zijn secondant die de vvd-lijn scherp in de gaten moest houden. Bij de eerste twee kabinetten keken de rechtse arendsogen van Stef Blok mee. Bij het derde kabinet was het Halbe Zijlstra die de principes van de vvd tijdens de onderhandelingen moest bewaken.

Rutte zelf vindt het allemaal al gauw prachtig, zijn liefde voor de politiek is leidend. Zoals hij zelf in 2018 tijdens een partijcongres zijn leden vertelt over de formatie van zijn derde kabinet waar Zijlstra hem had geflankeerd: ‘Hoe hij daar zeven maanden lang met een onwaarschijnlijke energie telkens weer ons programma bleef voorlezen en dan lukte het hem toch weer dingen in dat akkoord te krijgen waarvan ik had gedacht: dat is hopeloos! Dat is zo knap.’

Tegelijkertijd leest juist dat regeerakkoord in veel opzichten als een correctie op Rutte II. Niet dat de stelselwijzigingen werden teruggedraaid – de decentralisaties en de op afstand gezette uitvoeringsorganisaties bleven grotendeels overeind – maar wel werden de scherpe kantjes van veel van die maatregelen afgevijld. Zoals in de jeugdzorg, de ouderenzorg, of binnen het inburgeringsbeleid, waar al tegen het einde van Rutte II vrijwel iedereen, inclusief de vvd, het erover eens was dat de plannen niet zo succesvol uitpakten als ze in 2012 op papier waren gezet. Zoals Rosenthal het ziet: ‘Na de forse bezuinigingen wilden we dat het regeringsbeleid beter zou gaan werken voor de middengroepen in de samenleving. Dat moest anders.’

De pvda kreeg in 2017 van de kiezer evenwel niet de kans zelf de missers goed te maken, de partij tuimelde bij de verkiezingen omlaag naar negen zetels. Ditmaal was het de beurt aan cda, D66 en ChristenUnie om met de liberalen in het regeringsbootje te stappen. Dat betekende opnieuw dat de vvd op klimaatgebied concessies moest doen en bovendien dat er met D66 als coalitiepartij een meer pro-Europese wind zou gaan waaien. Tegelijkertijd hielden de liberalen ook op die terreinen een stevige vinger in de pap. Er was deze keer niet simpelweg uitgeruild, er was gezocht naar creatieve compromissen. Want waar Pechtold trots sprak over ‘het groenste kabinet ooit’, worden die doelen, vastgelegd in allerlei ingewikkelde akkoorden, lang niet gehaald, berekende het Planbureau voor de Leefomgeving onlangs. Dankzij zonnepanelen en windmolens neemt het aandeel schone energie toe, maar er is nauwelijks vooruitgang met gasloze huizen, schone mobiliteit en landbouw, terwijl de fossiele industrie geld toe krijgt om haar CO2-uitstoot simpelweg onder de Noordzee te pompen.

Creatieve oplossingen golden bijvoorbeeld ook voor de plannen om de problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken en het voornemen om tot een pensioenakkoord (de wet is wederom uitgesteld en naar het volgende kabinet overgeheveld) te komen. Het lukte Rutte en zijn secondant tijdens de onderhandelingen om koers te houden, wat volgens Rosenthal resulteerde in ‘een milde variant van stevige veranderingen’. Nog altijd slaagde zijn partij er volgens de coryfee in ieder geval in om Nederland ook in het derde kabinet-Rutte weer een stukje liberaler te maken. ‘De richting was goed, maar van de vvd had het wel wat scherper gemogen.’

Ook Koole constateert dat de vvd-agenda misschien niet altijd even letterlijk is overgenomen, maar dat het denken over de maatschappij in termen als de ‘BV Nederland’ is gaan overheersen. Waarbij hij wel opmerkt dat dit niet alleen aan de vvd te wijten is, ‘maar ook aan de tijdgeest, die al sinds de jaren tachtig in het teken staat van minder overheid en meer markt’. In zijn ogen is de uitwerking van tien jaar vvd-beleid zelfs nog meegevallen, in vergelijking met de liberaliseringsslagen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. ‘De verzorgingsstaat heeft hier gelukkig nog wel heel veel schokken opgevangen. Dat heeft de liberale golf enigszins gedempt.’ Als voorbeeld noemt hij de staat van de gezondheidszorg in Nederland. ‘Er is op sommige plekken te veel marktwerking, maar het uiteindelijke effect is niet dat het zorgterrein er nu volledig door wordt gedomineerd.’

In 2020, tien jaar nadat de vvd voor het eerst het initiatief tot een coalitie nam, wordt Rosenthal zelf door zijn partij aangesteld als voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma schrijft. Waar het kabinet-Rutte III al meer oog krijgt voor de ‘middenklasse’ en ‘het mkb’, werkt fractievoorzitter Klaas Dijkhoff die focus tijdens deze regeerperiode uit tot een nieuwe vvd-koers. ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’, noemt hij het discussiestuk dat hij in 2019 presenteert. De lijn is dat niet alleen de grote bedrijven en de rijken moeten profiteren van de toenemende welvaart, maar dat er ook oog is voor ‘de tandartsassistente’. Hij pleit daarom voor een ‘sterke overheid’, die weliswaar vóór marktwerking is, maar ook corrigerend optreedt als er negatieve uitwerkingen zijn op de samenleving.

‘Binnen de partij noemen we dat ook wel het Klaas-verhaal’, aldus Rosenthal. De uitgangspunten monden uit in een verkiezingsprogramma dat in zijn woorden ‘de rafelranden van het kapitalisme bijschaaft’, maar waar niettemin nog altijd een optimaal vestigingsklimaat, lage belastingen, beperkte sociale zekerheden en hard veiligheids- en migratiebeleid de boventoon voeren. Veel van de standpunten zijn evenwel intussen al in meer of mindere mate door de afgelopen Rutte-kabinetten doorgevoerd, waardoor het nieuwe vvd-programma vooral leest als een bevestiging van de status quo, of hooguit een opschuiving richting het politieke midden. Het is de vraag hoe de partij met zo’n programma nog een zichtbaar profiel in een eventueel nieuw regeerakkoord kan krijgen: valt er na ruim tien jaar regeren nog wel iets te winnen?

Zichtbaar ongemakkelijk zit Mark Rutte op maandagavond 10 mei in de studio van Nieuwsuur waar Mariëlle Tweebeeke hem scherp ondervraagt. Wekenlang is politiek Den Haag in de ban van de ‘nieuwe bestuurscultuur’ waarbij continu gestrooid wordt met termen als transparantie, tegenmacht en dualisme. Een onderwerp waar het tijdens de campagne in februari en maart niet over ging – tijdens de debatten op televisie kon Rutte vooral met zijn favoriete tegenstander (Wilders) over zijn favoriete thema’s (veiligheid en immigratie) debatteren. Over het toeslagenschandaal, waarbij tienduizenden ouders vermorzeld werden door de overheid, ging het nauwelijks.

De vvd is met 34 zetels na de verkiezingen weer de grootste geworden. De formatie verloopt echter verre van soepel nadat per ongeluk bekend werd dat er werd gesproken (‘functie elders’) over het populaire cda-Kamerlid Pieter Omtzigt dat zich als een terriër vastbeet in het schandaal. Sindsdien gaat het alleen nog maar over de bestuurscultuur waarover Rutte al een tijd ‘heel radicale ideeën’ zegt te hebben die hij dus, aldus een vlammende aankondiging, nu in Nieuwsuur zou ontvouwen. Alleen komt er bitter weinig. Sterker, hij zegt dat hij níet opeens ‘allerlei dingen anders gaat doen’ en benadrukt trots te zijn op wat hij de voorgaande tien jaar heeft bereikt.

Wel noemt de vvd-leider terloops in het interview dat een toekomstige regering meer naar de flanken moet luisteren, waarbij hij de pvda en GroenLinks expliciet noemt. Het is een openlijke flirt met zo’n beetje de enige partijen die hem aan een meerderheid kunnen helpen. Rutte ten voeten uit: als het moet, flirt hij met iedereen zolang hij zijn grote liefde, de politiek, maar kan bedrijven. Het is zijn ‘plicht’, zegt hij ook, om ‘het land voor te gaan in een crisis’.

Een paar dagen later praat Rutte over de nieuwe bestuurscultuur in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer. Hij heeft ook de kranten gelezen waarin staat dat hij bereid zou zijn om zo’n beetje alles in te leveren om te regeren. Onterecht, zegt hij. ‘Ik ben een liberaal en daar sta ik voor.’ Laat daar geen misverstand over ontstaan. ‘Wij zullen, net zoals altijd, met een mes tussen de tanden onderhandelen om ónze idealen te verwezenlijken.’ En na tien jaar vvd-regeringen is dat dus vooral de status quo, met een beetje extra voor de middenklasse en het mkb.

Na enige overpeinzing reageert Uri Rosenthal vrolijk: ‘Ik kijk daar pragmatisch tegen aan. Als andere partijen willen zeggen dat de vvd naar hén is toegekomen, moeten ze dat vooral zeggen. Allemaal prima, zolang de middengroepen er inderdaad maar beter van afkomen. Als er op die manieren oplossingen worden bereikt die de vvd een warm hart toedraagt, dan interesseert het mij niet of daar een blauw, groen of rood stempeltje op wordt gedrukt. Als er maar sprake is van offensieve compromissen.’


Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877