Tienerkillers

Kinderen van elf jaar gooien hun vriendje van de dertiende verdieping naar beneden. Omdat hij weigerde snoep voor hen te stelen. Kinderen van dertien lopen met vuurwapens op zak. Wat is er toch aan de hand in Amerika?
DE BLIK VAN de twaalfjarige moordenaar in de tv-camera, uitdagend en boosaardig, jaagt koude rillingen over je ruggegraat. Hij haalt zijn schouders op als de rechter hem vraagt of hij berouw heeft. Met een stalen gezicht ondergaat hij zijn vonnis. Twee agenten die boven hem uittorenen, klikken de boeien rond zijn dunne polsen en enkels. Dan wordt hij weggevoerd, voor vele jaren naar een gevangenis. Maar plots is de moordenaar weer een kind. Mijn kind, jouw kind, dat nog een keer omkijkt met hete tranen in zijn grote, bruine ogen en een iel, wanhopig stemmetje dat me blijft achtervolgen: ‘Mama, mama!’

Volgens een recente opiniepeiling jaagt niets Amerikanen zoveel schrik aan als het groeiend aantal kinderen dat moordt. Het was dan ook voorspelbaar dat het probleem een speelbal zou worden in de huidige verkiezingscampagne. In een recente speech had Bob Dole het over ‘een epidemie’ van jeugdig geweld, die door strengere straffen moet worden gestuit. Waarop Clinton repliceerde dat Dole, door zijn verzet tegen de beperking van de wapenverkoop, de situatie alleen erger heeft gemaakt.
Spectaculaire gevallen van moordende kinderen domineerden de afgelopen jaren vaak het nieuws. De daders worden steeds jonger. Hun motieven, als ze die al hebben, zijn vaak kinderachtig. Daarom roepen deze moorden meer verbijstering en onbehagen op dan moorden gepleegd door volwassenen. Steeds jongere misdadigers, steeds beter bewapend, steeds willekeuriger moorden: een machtige metafoor voor de onderhuidse angst in de Verenigde Staten.
Op het proces dat dit jaar, na dat tegen O. J. Simpson, de meeste aandacht trok, waren de beklaagden twee knaapjes die tien en elf jaar oud waren toen ze hun vijfjarige vriendje Eric Morse van de dertiende verdieping uit het venster gooiden. Omdat hij weigerde snoep voor hen te stelen. Een nieuw record, dat verschillende staten ertoe aanzette om de minimale leeftijd voor gevangenisstraf te verlagen tot tien jaar. Nog niet laag genoeg, volgens sommigen. In april werd een zesjarige in Californie in staat van beschuldiging gesteld wegens een moordpoging. Het jongetje had een baby de schedel ingeslagen. Met elk record slaken de media een collectieve kreet van afgrijzen en kibbelen druk over de vraag of meer bestraffing of meer preventie het tij kan keren.
Maar alles went. Toen onlangs een tienjarige in Brooklyn zijn vriendje doodschoot, haalde dit nieuws slechts een binnenpagina van de New York Times. De moord op een kleuter door een elfjarig meisje in Texas was nog goed voor een bericht van twintig regels, met de vermelding dat het kind veertig jaar celstraf riskeert.
Gewenning doet de angst echter niet verdwijnen. En die angst steunt op een reele trend. In de afgelopen tien jaar is het aantal veertien- tot zeventienjarigen die gearresteerd werden voor moord verdrievoudigd. Het aantal moorden door tieners met revol vers steeg sinds 1984 met 418 procent. 'De misdaadtrends voor volwassenen en kinderen gaan elk een andere kant op’, zegt criminoloog James Allen Fox. 'Terwijl het aantal moorden door volwassenen tussen 1990 en 1995 met achttien procent verminderde, onder meer doordat er een einde kwam aan de oorlogen tussen drugsbenden, steeg het aantal moorden door kinderen in die periode met 22 procent. En het ergste moet nog komen, want de volgende tien jaar zal het aantal oudere tieners toenemen met twintig procent. Die demografische tijdbom houdt ook in dat het aantal moorden door tieners verder zal groeien.’
De meeste slachtoffers van moordende kinderen zijn ook kinderen. Elke anderhalf uur sterft er eentje aan een kogel. Vuurwapens zijn nu de tweede doodsoorzaak voor Amerikaanse kinderen van tien tot negentien jaar oud en de eerste voor zwarte tieners van vijftien tot negentien. Per 100.000 worden er jaarlijks 153 doodgeschoten, tegenover 28,8 onder hun blanke leeftijdsgenoten en 9 onder de hele bevolking. Het aantal slachtoffers zou nog veel hoger zijn zonder de spectaculaire vooruitgang die Amerikaanse hospitalen de laatste jaren gemaakt hebben in de behandeling van kogelwonden. Voor elke tiener die wordt doodgeschoten, zegt het Center for Disease Control, zijn er honderd anderen die gewond raken.
'De verandering kwam zo'n tien jaar geleden’, zegt Louise Layton, een stokoude dame die meer dan dertig jaar in St. Thomas woont, een verpauperde zwarte wijk in New Orleans. 'Eerst kwam de crack en toen kwamen de wapens.’ Na enkele jaren luwde de crack-epidemie, maar de wapens bleven. En kwamen steeds meer in handen van kinderen. 'Vroeger kweekte ik hier bloemen’, zegt Miss Layton. 'Nu kan dat niet meer. Ik ben te bang om buiten te komen, zelfs overdag.’ De kogelgaten in vensters en muren bewijzen dat dit geen paranoia is. 'Het geschiet, God, het is overal rond ons. Ik kan ’s nachts niet slapen en overdag is het soms even erg. Ik hoor het en ik prevel “Onze Vader, die in de hemel zijt…” ’
Als het schieten begint, stuiven de kleuters op het speelpleintje uiteen en vluchten de huizen binnen. Ze verstoppen zich onder hun bed of in de badkuip, zoals hun moeders hun geleerd hebben. De kinderen van Miss Laytons buurvrouw, Ramona Boyd, mogen niet meer buitenspelen sinds hun vierjarig broertje door een verdwaalde kogel werd gedood. Hun fietsen in de gang zijn zo weinig gebruikt dat ze er nog gloednieuw uitzien.
'De dertien-, veertienjarigen zijn het gevaarlijkst’, zegt Miss Layton. 'Ze schieten in het wilde weg, om de knallen te horen. Revolvers zijn speelgoed voor hen.’ Het zijn die kinderen, met wapens die vaak te groot zijn voor hun vuisten, die de baas spelen in de straten van St. Thomas en andere getto’s. Volwassenen zijn bang voor ze. Diegenen die werk hebben, haasten zich na hun dagtaak naar huis om binnen te zijn voor het donker wordt. Er is een avondklok voor tieners in New Orleans, maar in wijken als St. Thomas werkt dat niet. 'Politie komt hier zelden, zeker niet ’s nachts en nooit te voet of alleen’, zegt Ramona. 'Alle brave kinderen zijn ’s nachts binnen, niet vanwege de avondklok maar omdat de stoute dan allemaal buiten zijn.’
Maar de grens tussen 'braaf’ en 'stout’ is beweeglijk in buurten als St-Thomas. 'Nicholas was een brave jongen tot hij dertien was’, zegt de depressieve Diana Mason over haar zoon die sinds zijn veertiende in de gevangenis zit wegens moord. 'Toen werd zijn broer Troy vermoord en brak er iets in hem. Hij begon te stelen en drugs te verkopen. Maar in zijn hart is hij niet slecht. Hij heeft gewoon de moed opgegeven. Het is hier moeilijk om goed te zijn. Er is geen fatsoenlijk werk en wie niet meedoet met de drugsbendes, wordt hun eerste slachtoffer.’ Zoals andere jonge revolverhelden in St. Thomas had Nicholas al op voorhand betaald voor zijn begrafenis. Hij zei dat hij dacht dat hij dood zou zijn voor hij zestien zou worden.
TIENERS MET automatische wapens die terreur zaaien met willekeurig geweld - het doet denken aan tv-beelden uit Liberia en Sierra Leone. Volgens de militair historicus Martin Van Creveld zijn de oorlogen in die landen extreme versies van de low intensity wars die woeden in Amerikaanse binnensteden. De gelijkenissen zijn volgens hem frappant: in beide situaties is het geweld vaak een doel op zich, zonder ideologische of andere motieven. Kinderen zetten een gang of guerrillaleger op om aan de kant van de sterkste te staan, om te ontsnappen aan wanhoop en machteloosheid. Ze beschouwen hun eigen leven en dat van anderen als waardeloos.
En niemand is echt veilig. Patricia Lexie werd vermoord toen ze met haar man op de ringweg rond Washington reed. 'Ik heb zin om iemand te vermoorden’, had een tiener in de auto naast de hunne tegen zijn vrienden gezegd. Hij had zijn autoraampje opengedraaid en zijn pistool geleegd op de eerste persoon die hij zag. Hij vond dat grappig en een bewijs van zijn mannelijkheid.
ZIJN NAAM WAS Robert maar zijn vrienden noemden hem Yummy omdat hij zo van koekjes hield. Hij was elf jaar maar in zijn veel te grote pak in zijn doodskist ziet hij er uit als nauwelijks zeven. Heel zijn kort leven lang werd hij genegeerd en verwaarloosd, maar nu hij dood is, komen honderden afscheid van hem nemen. De meesten hebben hem nooit gekend. 'Ik ben hier met mijn kleinzoon naartoe gekomen om hem te tonen wat er kan gebeuren als je bij een gang gaat’, zegt Catherine Wilder. 'Er ligt een baby in die kist en ik ben doodsbang voor de mijne.’
Een baby maar ook een moordenaar. Op zijn negende werd Robert lid van een gang. Daar vond hij de geborgenheid, het gevoel ergens bij te horen, dat hij noch thuis noch op school had gekregen. Toen de gangleiders hem opdroegen om een kind van een rivaliserende bende dood te schieten, aarzelde hij niet. Maar hij schoot het verkeerde kind dood en werd daarom drie dagen later door leden van zijn eigen bende vermoord. De daders werden ingerekend. Hun leeftijd: dertien en veertien.
De foto op Roberts doodskaartje komt uit zijn politiedossier; de enige foto die men kon vinden. 'Er zijn veel kinderen zoals Robert’, zegt de achttienjarige Javon Goodlow, nadat hij langs de kist is gelopen. 'Niemand geeft om ze. Hun moeders niet, de school en de politie niet. En henzelf kan het ook niet schelen of ze leven of niet.’ Hij begint te huilen. Zijn vrienden lachen, ze weten niet goed wat anders te doen. 'Het is zo moeilijk om in deze wereld te leven,’ gaat Javon voort. 'Ik ben bang om naar school te gaan. Daar gebeurt hetzelfde. Ze verkopen drugs. Ze schieten. Ze sterven.’
UIT EEN ONDERZOEK in de school vlakbij het gebouw waar Eric Morse uit het raam werd gegooid - in Chicago’s Southside, de wijk waar ook Robert vandaan kwam - bleek dat 45 procent van de leerlingen een moord heeft zien gebeuren. Ruim de helft was zelf ooit beschoten. Natuurlijk loopt het in de meeste scholen zo'n vaart niet. Maar een onderzoek uit 1993 op 96 middelbare scholen over het hele land toont wel aan dat vuurwapens niet alleen op zwarte getto-scholen griezelig gewoon zijn geworden. Volgens dat onderzoek was elf procent van de leerlingen het afgelopen jaar beschoten; negen procent had zelf op iemand geschoten. Veertig procent kende iemand die door kogels was verwond of gedood. Vijftien procent had die maand een wapen gedragen, zestig procent wist waar je een revolver kon kopen. Meer dan een derde achtte het onwaarschijnlijk dat ze oud zouden worden.
Sinds 1994 verplicht een federale wet de scholen maatregelen te nemen tegen wapens. Sommige doen dat met metaaldetectors en getrainde honden. Op veel scholen zijn boekentassen verboden en krijgen de leerlingen niet langer een kastje om hun spullen in op te bergen. Toch worden er volgens de vereniging van schoolraden nog dagelijks zo'n 135.000 wapens mee naar school genomen.
DE RECHTER DIE de moordenaartjes van Eric Morse voor de rest van hun jeugd achter tralies zond, besloot zijn vonnis met de opmerking dat het 'essentieel is om te ontdekken hoe deze kinderen moordenaars werden, zonder respect voor menselijk leven, zonder gevoelens voor hun slachtoffer’. Maar dat is allesbehalve een raadsel. Criminologen zijn het opvallend eens over de oorzaken: een complex proces van sociaal verval dat in een stroomversnelling raakte toen blanken en bedrijven na de rellen van de jaren zestig uit de binnensteden wegtrokken. Samen met de buurten vervielen ook de scholen. De crack-epidemie in de jaren tachtig deed de rest: met de drugsbendes werden ook vuurwapens alomtegenwoordig. De globalisering van de wereldeconomie in de jaren negentig versnelde weer de economische uitstoting van laaggeschoolden en verspreidde zo de cyclus van verval tot ver buiten de getto’s. De verheerlijking van geweld in film en op tv blijft intussen olie op het vuur gooien. 'Dat heeft weinig effect op de meeste mensen, maar heel veel op kinderen die noch via de school noch via het gezin sociaal geintegreerd werden’, zegt criminoloog Alfred Blumstein.
Alleen een aanpak op vele fronten zou dus werken. 'Maar ook als dat niet haalbaar is, zijn er nog stappen mogelijk om jonge misdadigers te rehabiliteren’, zegt dokter Krisberg van de National Council on Crime. 'In het huidige politieke klimaat worden behandeling en rehabilitatie echter vereenzelvigd met het goedpraten van misdaad.’ 'We zijn geobsedeerd door snelle oplossingen zoals strengere straffen, waarvan alle criminologen weten dat ze niets uithalen’, zegt zijn collega James Fox. 'De oorlog tegen de misdaad is een oorlog tegen kinderen geworden’, meent Mark Kappelhoff van de Amerikaanse Vereniging voor Burgerlijke Vrijheden.
Maar volgens politici als Jay Hoffman moeten jonge moordenaars niet als kinderen beschouwd worden maar als 'roofdieren’. Op voorstel van Hoffman nam de staat Illinois na de moord op Eric Morse een pakket maatregelen aan waardoor kinderen als volwassenen berecht kunnen worden. Vorig jaar werden in de Verenigde Staten in totaal zevenhonderd wetsontwerpen ingediend die de leeftijd verlagen waarop men als volwassene kan worden berecht - en dus de doodstraf kan krijgen. In het Congres ligt een wetsvoorstel klaar dat de staten toelaat kinderen in gevangenissen voor volwassenen op te sluiten. Dat gebeurt nu al, hoewel het eigenlijk niet mag (in april werd een 17-jarige vermoord door oudere gevangenen in een gevangenis voor volwas senen in Ohio). Dat zo'n wet strijdig is met de VN-verklaring over de rechten van het kind lijkt geen bezwaar. 'We moeten ophouden met het vertroetelen van gewelddadige kinderen’, zegt senator Hatch, een van de initiatiefnemers van het wetsvoorstel.
Maar criminologen voorspellen een averrechts effect. 'Mensen denken dat de hardere straffen een afschrikkingseffect hebben op tieners, maar ze vergissen zich’, zegt James Fox. 'Die kinderen denken niet na over de consequenties, ze hebben geen toekomstperspectief. Ze riskeren elke dag de dood op straat en zelfs op school, dus waarom zouden ze bang zijn van de politie of van de doodstraf?’ 'Gevangenissen voor volwassenen zijn misdaadscholen’, zegt zijn collega Mark Soler. 'Kinderen daar in opsluiten is de beste manier om te garanderen dat ze keiharde beroepsmisdadigers worden.’ Dat blijkt ook uit onderzoek in Florida, de staat waar de meeste tieners in gevangenissen voor volwassenen terechtkomen - 7000 vorig jaar alleen al. Het recidivisme blijkt onder hen veel hoger dan onder dat van tieners die even lang vastzaten in instellingen voor jonge delinquenten.
In bijna alle staten is de trend echter: minder therapie, minder nazorg, meer bestraffing. Toch zijn er preventieve projecten die hun nut hebben bewezen. Het Children at Risk-project bijvoorbeeld, dat in 1992 be gon, volgt in zes steden zeshonderd kinderen die gedoemd lijken voor galg en rad op te groeien. Hun begeleiders moeten alle mogelijke problemen die de kinderen thuis, op school en in de buurt bedreigen, trachten op te lossen. Vaak zijn ze verplicht om de rol van surrogaatouder te spelen en de kinderen te leren hoe ze hun tanden moeten poetsen, hoe ze zich moeten wassen en hoe ze op problemen kunnen reageren zonder geweld. Uit een tussentijdse evaluatie blijkt een relatief succes: het aantal arrestaties van kinderen in een (niet-begeleide) controlegroep is twee keer zo hoog als dat van de begeleide kinderen. Omdat ze zich zo intensief met de kinderen bezig houden, kunnen de sociale werkers van het project er maximaal twintig tegelijk begeleiden. Daarom is het project relatief duur: 4000 dollar per kind per jaar. Maar, zo zei ex-minister van Gezondsheidszorg Califano, 'opsluiting in de gevangenis kan tot 100.000 dollar per jaar kosten’.
'Preventie had het leven van Eric Morse kunnen redden’, meent Alex Kotlowitz, die verscheidene boeken schreef over kinderen. 'De elfjarige die Eric uit het raam gooide, kreeg nooit enige begeleiding: niet toen hij negen was en iemand voor zijn ogen werd vermoord, niet toen hij op school problemen had, niet toen hij acht keer was aangehouden voor winkeldiefstallen en wapenbezit. Niemand keek naar hem om, tot het te laat was. Toen Eric naar beneden viel, rende zijn achtjarige broer zo hard als hij kon van de dertiende verdieping naar beneden, in de hoop zijn broertje nog te kunnen opvangen. Als wij onze buurten en scholen blijven verwaarlozen, zullen we net als dat jongetje zijn: zinloos rennend om een kind op te vangen dat zijn ouders en anderen die voor hem moesten zorgen, hebben laten vallen.’