Popmuziek: De Moody Peaches

Tieners op helletocht

De band The Moldy Peaches geeft in zijn absurdistische liedjes blijk van een fixatie op uitzichtloze tienerlevens. De songs vertellen verhaaltjes over grofgebekte en verdwaalde pubers die hun dagen slijten met online-porno en andere armetierige seks.

Een «pendeldienst tussen muzikale en literaire genres en andere kunstvormen», zo presenteert het Vlaamse festival De Nachten — waarvan komend weekeinde een spin-off plaatsvindt in het Amsterdamse Paradiso — zichzelf. Met een dergelijke omschrijving is de vergelijking met Crossing Border natuurlijk snel gemaakt. Met dit verschil dat De Nachten, vooralsnog, meer risico’s durft te nemen met zijn programmering.

Dat laatste blijkt vooral uit het boeken van The Moldy Peaches, een groep die het publiek scherp zal verdelen. The Moldy Peaches is op zichzelf al een «pendeldienst» voor meerdere «kunstvormen». Het New Yorkse duo, bestaande uit Kimya Dawson en Adam Green, combineert op theatrale wijze folk, punkrock en kinderliedjes, alles gespeeld in een primitieve, moedwillig amateuristische stijl. Of misschien kunnen ze echt niet beter.

Hoe dan ook, het leverde op hun vorig jaar verschenen titelloze debuut-cd een amusante verzameling absurdistische liedjes op, waarin een scherp portret wordt geschetst van de helletocht waar het leven van tieners zo vaak in ontaardt. Het is bij uitstek een cd waarvan de teksten belangrijker zijn dan de muziek. De liedjes zijn vehikels voor verhaaltjes over grofgebekte en verdwaalde pubers die hun dagen slijten met de uitwassen van de hen omringende cultuur: drugs, online-porno en andere armetierige seks.

Dawson en Green schreeuwen het uit, vaak dwars door elkaar heen. Neem hysterische meezingers als Who’s Got the Crack? en Down loading Porn with Davo, met een alle kanten op vliegende pianoriedel à la Jerry Lee Lewis. En D2 Boyfriend, waarin Dawson haar jeugdtrauma over het niet hebben van een «Duran Duran-vriendje» verwerkt.

Al haar vriendinnen hadden natuurlijk zo'n droomjongen, en zij zat daar dan helemaal alleen «with my Converse on». De pijn veroorzaakt door de celebrity-cultuur heeft ze lichtvoetig vertolkt. Live doet het duo er zo nu en dan nog een schepje bovenop: Dawson is dan meestal verkleed als konijn, Green als Robin Hood. Nee, voor de popmuziek geldt niet dat alles al gedaan is.

Maar hoort humor in de muziek? vroeg Frank Zappa zich ooit af. De muziek van The Moldy Peaches is makkelijk af te doen als puberale meligheid, maar daarmee worden de bandleden tekort gedaan. Ze hakken met de botte bijl, maar ze sla gen er met dat stijlmiddel wél in de ontluisterende banaliteit van het leven bloot te leggen.

Zowel qua stijl als qua thematiek doen The Moldy Peaches denken aan de jonge en door vooral Amerikaanse critici wegens vermeende exploitatie verguisde filmmaker Harmony Korine, de scenarist van Kids en regisseur van Gummo. Korine filmt bij voorkeur uit de hand, The Moldy Peaches blazen de microfoon graag op en laten de gitaar doorpiepen. Allebei willen zij zo een rauwe, realistische sfeer oproepen.

Maar Korine en The Moldy Peaches delen vooral een fixatie op uitzichtloze tienerlevens. De situatie van de tieners van The Moldy Pea ches is echter niet zo treurig als die van de personages in Kids. «We are not those kids, sitting on the couch», zingen ze dan ook. De vergelijking met Gummo is gepaster, en niet alleen omdat in de film over een door een tornado verwoest dorp in Ohio op gepaste momenten een jongen opduikt met een konijnenmuts op zijn hoofd. Net als de jongen Gummo zijn de tieners in de liedjes van The Moldy Peaches eigenlijk vrij onschuldig. Ze kunnen gewoon niet veel méér doen dan wat bijverdienen met het afschieten van zwerfkatten. Het geld dat ze daarmee verdienen, spenderen ze aan tubes lijm. Achteloosheid is het codewoord. De pubers in de nummers van The Moldy Peaches doen het zelfs voorkomen alsof niets zo leuk is als «Sleeping in a Van Between A and B/ Sucking Dick for Ecstacy». Maar af en toe valt die façade weg en onthullen ze hun ware gevoelens. Zoals in het ontroerende Nothing Came Out, waarin een meisje haar onmogelijke liefde voor een iets oudere jongen verklaart. Ze is gevangen tussen haar kinder- en puberjaren. «And besides you’re probably holding hands, with some skinny little girl that likes to bands/ And all I want to do is ride bikes with you and stay up late, and watch cartoons.»

Het is allemaal een gimmick, natuurlijk. Maar wel een welkome gimmick op een moment dat de popmuziek wordt gedomineerd door ernst.