Het ‹Strippinggirls›-kunstproject

Tieten-kont

‹Strippinggirls› was een opmerkelijk project binnen de kunstwereld. De oorspronkelijke tekst van de catalogus, op het laatste moment door fotograaf Corbijn afgekeurd, staat hier afgedrukt.

Striptease, the old fashioned way: Het publiek zit op krappe stoeltjes achter krappe tafeltjes naar een even krap podium te kijken. Wolken rook teisteren de asgrauwe gezichten van de geroutineerde nachtclubbezoekers, het door alcohol en cocaïne geruïneerde lichaam gestoken in elegante smoking. Men drinkt, men lacht, men tikt sigaren en sigaretten af, men levert droog commentaar op de slecht getimede grap van de goedkope stand-up comedian, die zojuist als een gebroken man het podium verlaten heeft en nu in de kleedkamer zijn ongeluk verdrinkt in een emmer Johnny Walker Red, wanhopig op zoek naar die zacht knetterende netkous waarmee hij zich in een laatste gebaar van zelfkennis zou willen verhangen.

Dan dimmen de zaallichten. Tromgeroffel. Opkomst van de spreekstalmeester, master of ceremonies of Stimmungsmacher. Hij grijpt de microfoon en kondigt met stemverheffing aan dat ´Jetzt/ Maintenant/ Now/ The Amazing, Luscious, Full Bosomed/ Die Wohllustige/ La Vraiment Voluptueuse Ms./ Madame Lola/Elvira/Mirabelleª het publiek versteld zal doen staan met haar wervelende en zinnenprikkelende striptease-act.

Dan dooft het licht, de gordijnen gaan open, het tromgeroffel sterft weg waarna de leden van het in belendende kroegen bij elkaar gescharrelde jazzcombo de beat overnemen en de vrouw op het podium langzaam met haar heupen begint te zwaaien en zich – langzaam – van alles ontdoet wat het zicht op haar vrouwelijkheid versluiert.

Alles?

Net niet. Want op het moment dat zij met een laatste verleidelijk gebaar haar slipje achteloos tussen haar benen trekt en haar tepels vreugdevol wil bevrijden van de hypnotiserend ronddraaiende kwastjes dooft, begeleid door een laatste overdonderende pats! boem! paukenslag! het licht en is Lola/Elvira/Mirabelle verdwenen in de coulissen, waar zij de in slaap gesukkelde spreekstalmeester met een speels klapje op de wangen wakker tikt.

Gestopt op het hoogtepunt, zogezegd, terwijl het publiek zich de handen stuk klapt voor een erotische act waarvan de onvermijdelijke afloop zo vakkundig en speels mogelijk werd uitgesteld.

Zo ging het eraan toe in de jaren dat striptease nog werd aangeprezen als ´levende naakte dansª, de onderbuik van het uitgaanspubliek in beroering werd gebracht door opzwepende saxofoonklanken en voeten onweerstaanbaar meetikten op de maat van mambo, rumba en gogo’s roffelende drums en gitaren. Jaren ook waarin menig limbodanser, getroffen door acute hernia, horizontaal het pand verliet en clubs naar illustere namen luisterden als Le Tabu, Sheherezade, Casablanca of Tony’s Pleasure Palace.

We kennen de sfeer uit de misdaadfilms van de jaren veertig, de film noir, de B-films van Russ Meyer en, last but not least, de softpornoproducties van de jaren zestig en zeventig. Voorgoed verdwenen zijn ze, die gloriedagen van de striptease, verzekerden mij diverse professionals achter de toog van zieltogende clubs in wereldsteden als Londen, Parijs, Antwerpen en Krakov. ´Meneerª, antwoordden ze, gevraagd naar de stand van zaken in stripteaseland, ´vroeger nam een stripper de tijd en werd het publiek op afstand geprikkeld. Uitkleden is een vak en de vrouwen die het deden hadden nog stijl en humor. Nu willen ze tieten-kont en ze krijgen het ook – recht in hun gezicht.ª

Striptease, the modern fashioned way: Nog steeds is er een volgspot en nog steeds is er een master of ceremonies – al komt de stem van de laatste uit de luidsprekers en staat het podium in het teken van een zilverkleurige paal waaraan de strippers hun erotische capriolen uitvoeren. Strip in de jaren negentig is meer lichaam per vierkante meter naakte vrouw, meer uitgewerkte acts, meer erotische attributen waarmee meer expliciete handelingen worden verricht en directer contact met het publiek in de zaal. De strip gaat sneller, de act is harder en acrobatischer en de tease is ingeruild voor een agressievere aanpak waarin het publiek geprikkeld wordt met balletjes aan een touwtje, zwepen, kaarsen, bananen en verontrustend grote dildo’s.

Niet alleen de acts zijn professioneler geworden, ook aan de lichamen van de strippers wordt vakkundig gedokterd met behulp van siliconenmagie en veelvuldig sportschoolbezoek. Prachtige, perfecte lijven zijn het, waarin een gezonde, exhibitionistische geest schuilt. Stripper Larissa, 27 jaar: ´Ik vind het leuk om het publiek uit te dagen. Flirten, oogcontact, knipoogjes. De mannen in de zaal denken natuurlijk: ze doet het voor mij alleen. Ik geef ze het gevoel dat ik ze aan het versieren ben. Het lijkt alsof je hun ego streelt maar het is andersom: zij strelen jouw ego. En dat geeft je een bijzonder soort macht. Jij bepaalt wat er gebeurt en jij bepaalt tot hoe ver hun opwinding mag gaan.ª

Vicky uit Brazilië, leeftijd tussen de 25 en 31 jaar, danst met de zweep en laat mannen als hondjes over het podium huppelen. Zegt: ´Ik ben een actrice; ik bespeel het publiek en controleer hun emoties. En ik moet zeggen, het werk geeft me nog steeds een geweldige kick ook al doe ik het nu een aantal jaren.ª Afstand tot zichzelf en het publiek, het genot waarmee het lichaam wordt getoond en gecontroleerde opwinding: ziedaar de drie ingrediënten waarvan de stripper haar erotische bouillon trekt. Manipulatie is haar sleutelwoord, macht haar drijfveer – voor zolang de show duurt natuurlijk.



De opnamen voor Strippinggirls speelden zich af in sekstheaters, op de Amsterdamse wallen, in nachtclub Blue Bell op het Thorbeckeplein en in een privé-woning aan de Lijnbaansgracht, hartje Jordaan. Striptease, gezien door de ogen van schilder Marlene Dumas en fotograaf Anton Corbijn. Striptease als ruwe grondstof voor de verbeelding van kunstenaars. Net zoals – in de woorden van Corbijn – een geslaagde foto van een clown niet per se grappig hoeft te zijn, kan een strippersportret koel, ironisch, documentair of grotesk van toon zijn.

Zo kan het gebeuren dat een stripgirl in gewone kleren bij vol daglicht wordt gefotografeerd, leunend tegen de bakstenen muur van een Amsterdams grachtenpand. Of dat de door haar gebruikte attributen in de computer worden bewerkt. En dat de fotograaf woorden als soul, mind, warm en home in de foto plaatst. Corbijn: ´Ik ben niet echt bezig met erotiek en verleiding als ik strippers fotografeer. Mijn doel is een goede foto maken die een verhaal vertelt. Wat zou er door zo’n vrouw heen gaan als ze haar act doet? Misschien is ze met haar gedachten wel heel ergens anders.ª

Anton Corbijn, rock ’n’ roll’s most famous photographer, een bijnaam die nauwelijks de lading dekt van zijn laatste, meer verhalende werk, en Marlene Dumas (´I paint because I am an artificial blondeª) schilderen en fotograferen mensen die zich bewust zijn van de door hen ingenomen pose. Dat maakt hen als geen ander geschikt om de leugen van de podiumverleiding tot uitdrukking te brengen. Dumas en Corbijn gaan aan de haal met het beeld dat hun onderwerp van zichzelf heeft ontworpen. Popsterren, beroemde modellen, filmregisseurs, schrijvers en denkers verschenen voor Antons lens of belandden in Marlenes knipselarchief en werden opnieuw belicht op fotopapier en schilderdoek. Glamour onder het fileermes? ´Gruizigª noemde Corbijn zijn beroemde portretfoto’s van Henry Rollins, David Bowie of Miles Davis ooit. Corbijn zou in zijn directe zwart-witstijl het verborgen gezicht van zijn muziekhelden hebben blootgelegd. Captain Beefheart, door Corbijn geportretteerd met zijn onafscheidelijke hoed in de handen in plaats van op het hoofd, sprak geschrokken: ´Je hebt m’n ziel te pakken!ª Een uitspraak waarop je geen van de geportretteerden in Corbijns laatste boek 33 Still Lives zou kunnen betrappen. In deze imaginaire, in paparazzo-stijl geflitste film stills verdwijnen U2’s Bono, Kylie Minogue en Robbie Robertson bijna anoniem in een nachtblauwe wereld. Zonder bijschrift zouden we hen niet herkennen als de beroemde film- en popsterren die ze zijn.

Ook van Dumas is vaak beweerd dat zij de essentie, de naakte mens achter de façade van de camerapose zou blootleggen. Als je haar oeuvre bekijkt is het misschien waar, ook al heeft ze gezegd dat schilderen vooral gaat over de organisatie van lijn en vorm, over de sensualiteit van het naakt, over licht en kleur, en niet zozeer over het doen van uitspraken over de staat van de menselijke soort. Dat ze haar werk voorziet van allerlei interpretatie opwekkende titels draagt bij tot de verwarring. Gaan haar schilderijen over schuldgevoelens, schaamte en ongemakkelijkheid, over de kwetsbaarheid van vrouwen, mannen en baby’s, of moeten we haar onderwerpen meer op hun schilderkunstige aspecten beoordelen? Dumas: ´Nee, niet al mijn schilderijen zijn zelfportretten. Nee, het gaat niet altijd over mijn dochter. Nee, ik heb een gelukkige jeugd gehad. Nee, ik ben nooit in therapie geweest.ª

Als Dumas haar archief met anonieme pornoplaatjes opent – opnamen van Naomi Campbell, pin-ups of historische figuren – verdwijnt het moment van de waarheid achter de dubbele laag van haar artistieke interpretatie. Dumas: ´Ik gebruik tweedehands beelden en eerstehands ervaringen.ª



Strippinggirls vertelt je niets over de vrouw achter de stripper. Integendeel: Corbijns en Dumas’ afbeeldingen doen volledig recht aan de illusie die de danseressen onder het spotlicht weten op te roepen. Zoals de strippers dagelijks hun publiek manipuleren (´Ik schakel mijn publiek aan en uit als een lichtknopª, beweerde onlangs een Las Vegas-stripper op tv), zo werden ze voor Strippinggirls door de fotograaf en de schilder in verschillende posities gemanoeuvreerd. De vrouwen dansten langzaam of snel, stopten kaarsen of balletjes in hun vagina, draaiden met hun billen en heupen, om even later weer een sigaretje te roken of een gezellig praatje te maken, aan en uit gezet door de fotograaf met wiens cameralens de strippers een korte, maar hechte relatie onderhielden. Professioneel deden ze hun erotische ding op het podium en even professioneel stapten ze er volkomen nuchter vanaf.

Verleiding door een stripper duurt maar een champagnefluitje lang. Genoeg tijd voor een fotograaf om later zijn verhaal te maken. Over een in flets blauw licht gevangen vrouw, op handen en voeten voor de camera. Waarbij de flits weerkaatst op de puntige hak van haar linker high heel en een oogbol wit oplicht. Een hard-romantisch beeld van een vrouw met soul, in de meest letterlijke zin van het woord.

Binnen de kunstwereld, waarin fotografen en schilders zich meestal ver van elkaars werkterrein houden, is Strippinggirls een opmerkelijk project. Niet vaak zien we een beroemde, boomlange fotograaf zich in nachtclubs en sekstheaters in allerlei bochten wringen om het juiste camerastandpunt te vinden, daarbij terzijde gestaan door een beroemde, kleine nep-blondine met een polaroidcamera in de hand. Want dat is wat er gebeurde: de schilder keek naar de stripper, de stripper acteerde voor de fotograaf en de fotograaf kaderde in de zoeker de act van de stripper. Vervolgens drukte de fotograaf af, op de voet gevolgd door de schilder die het sluiterknopje van haar polaroidcamera geen moment onberoerd liet. Soms ook drukte Dumas tegelijk met Corbijn af of was zij in haar eentje met een danseres in de weer – meestal wanneer Corbijn een nieuw rolletje in de camera stopte. Uiteindelijk lag de vloer dan bezaaid met kleurenpolaroids en weggeworpen lingerie. Met op het podium nog een smeulend stompje kaars.

Voordat ze wist dat ze ooit met een fotograaf zou samenwerken, schreef Dumas: ´Een schilderij néém je niet zoals je een foto neemt — een schilderij máák je.ª

Maar wat als de fotograaf zijn opnamen in de computer bewerkt, zoals Anton Corbijn heeft gedaan met een vijftal kleurenopnamen van stripacts? Is zijn foto dan volledig losgezongen van de realiteit? Het is een boeiende vraag die in dit digitale tijdperk steeds minder van belang wordt. Dankzij nieuwe technieken is het mogelijk foto’s te bewerken op een manier die in de buurt komt van schilderen: je kunt kleuren veranderen, naar hartelust vormen vergroten, verkleinen of uitrekken, nieuwe achtergronden en teksten invoegen. Kortom, alles doen wat een ouderwetse schilder kan maar dan zonder verf. En toch is ook een gemáákte foto van een vrouw als kaarsenstandaard nog steeds een foto.

In Strippinggirls zijn de fotograaf en de schilder zich volledig bewust van de wereld van verschil tussen hen. Corbijn werkt binnen de begrenzing van een cameralens; Dumas gebruikt haar instant polaroids als uitgangspunt voor een schilderij, als ´nabeeldª van een live naaktperformance. De fotograaf opereert binnen de marge van zijn sluitertijd, de schilder in zijn atelier kijkt bij wijze van spreken niet eens op de klok. Zegt Anton Corbijn: ´Ik ben jaloers op de vrijheid van Marleneª, waarop Dumas verzucht: ´Ik zou best zo snel en direct willen werken als Anton.ª

Over dit verschil gaat Strippinggirls. Over hoe de overtuigingskracht van professionele verleiding botst op het analyserend en invoelend oog van de schilder en de fotograaf. De stripper gestript? Zeker is dat Strippinggirls iets vertelt over hoe een met pop- en filmsterren werkende fotograaf zich verhoudt tot een anoniem onderwerp. En over hoe een met plaatjes uit de massamedia werkende schilder zich verhoudt tot een levende stripper op het podium. Hoe vang je beweging? Hoe schilder je, in een tijd waarin de publieke erotische ervaring gereduceerd is tot simpel, recht-op-en-neer tv- en internetbloot, een sensuele voorstelling? Dumas: ´Ik zou graag schilderijen willen maken die dezelfde sex appeal hebben als soulmuziek.ª Strippinggirls is een beeldverhaal. Over glamour die soms kitschtreurig is. Over de humor van de tease en de soms twijfelachtige prikkeling van de strip. Corbijn: ´Prikkeling? Je kunt het ook als freakshow zien.ª

Sommigen noemen het theater. Anderen een goedkope grap.

Strippinggirls, Marlene Dumas en Anton Corbijn. Theatermuseum, 15 april-3 juli. Tel: (020) 5513300, www.tin.nl