Tijd rekken

Minister Jorritsma en mobiliteit: op de een of andere manier slaag ik er maar niet in die twee met elkaar te associeren. Toch prestenteerde de minister van Verkeer onlangs aan de collega’s van haar paarse fitnessclubje een Mobiliteitsplan dat de files met wel vijftien (!) procent zou reduceren. Het lijfblad van even wakker als autominnend Nederland sprak van ‘draconische maatregelen’: niet alleen de benzine een kwartje duurder, maar ook de voet ruw van het gaspedaal gerukt. Op de snelwegen in de Randstad - waar men zich doorgaans oefent in de geautomobiliseerde surplace - zal voortaan een maximumsnelheid van 100 kilometer gelden. Tjonge. En alsof dat niet genoeg is, komt er ook nog een inhaalverbod voor vrachtwagens ‘tijdens de spitsuren op snelwegen met twee rijstroken’. Geen wonder dat De Telegraaf ‘grote consernatie bij automobilisten, het wegvervoer en tal van organisaties’ signaleerde. Nederland Distributieland wankelt op zijn grondvesten; een staatsgreep van het rollend Mobiliteitsfront dreigt.

Zou die Jorritsma soms heimelijk lid zijn van Tempus? Onlangs las ik over dit opmerkelijke gezelschap in een Duits vakblad voor psychologie. ‘Tempus’ staat voor 'Verein zur Verzogerung der Zeit’. Deze Oostenrijkse vereniging - zo'n vierhonderd leden - maant tot vertraging en stilstand. Langzaamheid verlengt het leven, zo luidt de filosofie van de vereniging. Wie de statuten opvraagt, moet maanden wachten en de boekhouding ligt jaren achter.
Erhard Busek, voormalig Oostenrijks vice-kanselier, is een van de prominentere leden. 'Ik had het gevoel steeds sneller te lopen en tegelijk steeds verder van het doel verwijderd te zijn’, aldus de amechtige politicus. En oprichter Peter Heintel, in het jachtig dagelijks leven organisatie-adviseur, beroept zich beslist op zijn lidmaatschap van Tempus wanneer hij zich door een opdrachtgever onder druk gezet voelt: 'Das konnen Sie mit mir nicht machen. Ich bin Mitglied des Vereins zur Verzogering der Zeit.’
Dit is volgens mij de ultieme emancipatiebeweging. Een vereniging die ervoor ijvert de mensen hun tijd terug te geven. Het paradoxale is dat nergens meer tijd bespaard wordt dan in onze samenleving. De achtendertigurige werkweek is regel en parttime werken een breed geaccepteerd verschijnsel. Arbeid raakt steeds meer gecomputeriseerd en communicatie is sneller dan het licht tegenwoordig. Tegelijk is in onze cultuur tijd meer dan ooit een schaarste-artikel. Jonge langzaamheid hebben we verbannen naar speciale scholen en de oude traagheid sluiten we op in bejaarden- en verzorgingstehuizen.
Deze tijdneurose is te verklaren uit ons produktiesysteem. Met de komst van de industrialisatie in de vorige eeuw maakte de tirannie van de klok zich definitief van de hele samenleving meester. De Britse sociaal-historicus E./P. Thompson heeft treffend beschreven hoe de Britse fabrieksarbeiders in drie generaties de waarden van het begrip tijd werd ingeprent. De eerste generatie ondervond het aan den lijve door de verlenging van de arbeidstijden tot meer dan tachtig uur per week; de tweede generatie kwam succesvol in actie voor een verkorting van de werkdag; en de derde generatie ten slotte bewees de les van haar tegenspelers geleerd te hebben: zij staakte voor de uitbetaling van overuren. Tekenend voor de besmetting van de arbeiders met het 'tijd is geld’-virus is de verspreiding van het zakhorloge. Wie de laat-negentiende- eeuwse foto’s van opgedofte arbeiders bekijkt, valt op dat het zakhorloge met ketting zelden op de buiken ontbreekt.
Ook de Nederlandse vakbeweging heeft zich na de oorlog tot een behendige tijdonderhandelaar ontwikkeld: van de vrije zaterdag naar werkweken van achtendertig uur en korter. Maar de brede en maatschappijkritische taakopvatting van de FNV maakte tot voor kort duidelijk dat het nooit om brood en tijd alleen mocht gaan. Vooral de katholieke vakcentrale had sinds de federatie met het NVV in 1976 het typisch Roomse concept van 'heel de werknemer’ ingebracht. De werknemer moest niet alleen in het socialistisch hiernamaals gelukkig zijn, maar evenzeer op dit (verzuilde) ondermaanse. En daarom bemoeide de katholieke vakbeweging zich vanouds met uiteenlopende terreinen als onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en vrijetijdsbesteding.
Van deze historische erfenis heeft de FNV zich sinds vorige week ontdaan. De vakcentrale zal zich voortaan beperken tot het arbeidsbestel in smalle zin; en de vakbonden zullen voortaan optreden als 'coach’ van ondernemingsraden en werknemers. Voor maatschappijhervorming worden de leden beleefd doorverwezen naar de loketten van milieubeweging, mensenrechtorganisaties en politieke partijen (welke blijft natuurlijk onvermeld).
Na de PvdA heeft nu dus ook de FNV het streven naar een verandering van deze opjagende en neurotiserende maatschappij definitief opgegeven. Uit armoe? Uit ideeenloosheid? Of vanuit de veronderstelling dat het leven van een werknemer anno 1996 nog zo kwaad niet is?
En intussen wordt diezelfde werknemer knettergek van al de quality time die hem tegenwoordig ter beschikking staat. Cd'tje luisteren? Mooi boek lezen? Videootje kijken? Goed gesprek met beste vriend? Even sporten of een vluggertje met vriendin? Raah! Het wordt tijd voor een Nederlands filiaal van die Oostenrijkse tijdrekkersclub. Morgen richt ik een afdeling op.
Nee, rustig aan, volgende week. Eerst even hm…