Fotografie: Goudkoorts in zilverdruk

Tijd van roof en verwachting

Honderdzeventig jaar geleden kwamen in Californië de goudkoorts en een manie voor zilveren foto’s kort en hevig samen. Het leverde intrigerende tijdcapsules en prachtige portretten op. Foam toont een overzicht.

Medium outdoor view of miners from sterrett   company  1852 c unknown
Goudmijnwerkers van Sterrett & Company, 1852, daguerreotype met kleur © Canadian Photography Institute of the National Gallery of Canada / Archive of Modern Conflict

Van alle vormen van fotografie is waarschijnlijk de meest magische, misschien de mooiste, en zeker de meest gedetailleerde, ook de oudste vorm. De ‘daguerreotypie’, stamjaar 1839, is in feite een bevroren spiegelbeeld: een koperen plaat van nog geen millimeter dik, met daarop een flinterdunne laag zilver, met in dat zilver een beeltenis vastgelegd. Die bijzondere vorm van fotografie is op een opmerkelijke manier verbonden met een ander edelmetaal: goud.

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief en ontvang iedere ochtend het beste uit De Groene in je mailbox

De Gold Rush van 1848, de goudkoorts die honderdduizenden mannen naar Californië trok, is waarschijnlijk de eerste belangrijke historische gebeurtenis die uitgebreid op foto’s is vastgelegd. Fotografie was het nieuwe medium van die tijd en er vlamde in verschillende landen een korte en hevige ‘manie’ op voor de daguerreotype. In Californië viel die samen met de even korte en hevige manie voor goud. De jonge gelukszoekers zochten in de heuvels goud om er weer ‘zilver’ voor terug te krijgen – geld. Ze legden vaak claims op grond door er een daguerreotype van te laten maken. En ook in de daguerreotype zelf kwamen beide metalen samen: de Californische daguerreotypen werden vaak behandeld met een goudoplossing om de foto bestendiger te maken. Samen zakten de goudkoorts en de manie voor de zilveren foto ook weer razendsnel ineen.

De versmelting van deze gebeurtenissen begon met twee theatrale momenten. Het eerste was in Parijs, in januari 1839. De flamboyante showman Louis Daguerre presenteerde toen aan de Académie française de zilveren foto’s waarvan hij het procédé had ontdekt, en die hij onbescheiden daguerreotypes noemde. Dit wordt vaak ‘de ontdekking van fotografie’ genoemd. Daguerre was eigenlijk geen uitvinder. Hij was eerder ontwerper en decorschilder geweest en beheerde de befaamde Diorama: een ingewikkelde show die door middel van allerlei manipulaties de indruk van een veranderend landschap wekte. Hij was niet zozeer via de wetenschap, als wel via eindeloze trial and error tot zijn procédé gekomen.

Binnen en buiten de Académie waren velen perplex door de sierlijke foto’s met hun ongelooflijke hoeveelheid details. De schrijver Jules Janin betitelde ze als ‘goddelijke perfectie’. Portretten in het nieuwe medium hadden een onwerkelijke, magische gelijkenis met hun model. Voor de Franse elite werd een portret in de jaren 1840 een bijna verplicht attribuut; critici spraken spottend van daguerreotypemanie. Ook in andere landen greep die om zich heen.

Het meest in de VS, waar Samuel Morse (mede-uitvinder van de telegraaf) de grootste pleitbezorger was. Maar in de daguerreotype uitten zich de culturele verschillen tussen de VS en Frankrijk. De daguerreotype werd in Amerikaanse handen democratischer, commerciëler, massaler. Zonder kunstenaarspretenties bekwaamden jonge ondernemers zich in het complexe procédé en maakten de daguerreotype een volksmedium, dat doordrong tot in de haarvaten van de Amerikaanse samenleving. Ze volgden ook de plotselinge volksverhuizing naar het Eldorado van Californië.

Die was op gang gekomen door de slimme ondernemer Sam Brannan, die had gehoord dat in de heuvels van de Sierra Nevada goud was gevonden, waarop geen eigendom rustte. Hij zette snel de enige winkel op tussen San Francisco en dat gebied, propte die vol met alle schoppen, houwelen, pannen en lampen die in de wijde omtrek te krijgen waren en rende toen met een pot vol goudklompjes door de straten van de stad , terwijl hij schreeuwde: ‘Goud, goud, uit de American River!’ San Francisco stroomde eerst leeg en werd een spookstad, met verlaten schepen aan de kades, en stroomde vervolgens weer over toen nieuws van de goudvondst zich verspreidde aan de Amerikaanse oostkust, in Latijns-Amerika en Oost-Azië.

De gevolgen waren groot. Californië groeide binnen drie jaar van minder dan tienduizend niet-native inwoners tot ruim 250.000, driekwart tussen twintig en veertig en 92 procent man. De inheemse bewoners werden verdreven en uitgeroeid. De staat trok een miljoen dollar uit voor doodseskaders en regelde bij wet dat inheemse bewoners tot slaaf mochten worden gemaakt. Hun aantal had een paar decennia voor de gold rush nog tegen de driehonderdduizend gelopen; rond 1870 lag dat rond de dertigduizend. De schade aan de natuur was immens: hele bergen werden opgeblazen en weggespoeld, houthakkers stortten zich op de reuzenbomen. Ook voor de goudzoekers was het een ruige wereld: de wet bestond er nog niet en conflicten over grond, claims en materiaal waren legio. Dagelijks waren er steekpartijen, afranselingen, moorden en lynchpartijen. Eén op de twaalf goudzoekers kwam om.

Lijnen in het zilver openbaren goudzoekers met pan en zeef in beekjes of met scheppen in de grond

Maar er waren ook instant-miljonairs, er groeide een geïmproviseerd systeem van zelfbestuur en een ruwe lokale roofeconomie die de hele wereld een financiële injectie gaf (omgerekend naar nu werd er ruim tien miljard dollar aan goud opgegraven). Veel schrijvers en historici zien de gold rush daarom als een van de momenten die alles van de VS samenbalden: ‘het internationalisme, de psychologie van verwachting, zijn artistieke en literaire cultuur, zijn racisme, de achteloze verwoesting van natuur, zijn snelle creatie van politieke, economische en technologische infrastructuur’, volgens historicus Kevin Starr. Een case study van het Amerikaanse karakter.

Small portrait of an unidentified bearded gold miner  1852 c unknown
Portret van een anonieme goudmijnwerker, Canada 1852 © Canadian Photography Institute of the National Gallery of Canada / Archive of Modern Conflict

Van deze wereld is een doorsnede te zien in het Fotografiemuseum Amsterdam (Foam): een selectie daguerreotypen, projecties van portretten en albumenprints van de gold rush in Canada, een halve eeuw later. De collectie is afkomstig van het Canadian Photography Institute, dat haar eerder dit jaar tentoonstelde in de Canadese National Gallery. Elk van die onderdelen neemt een eigen ruimte in beslag.

In de eerste zaal wordt de bezoeker meteen het persoonlijke van de gold rush in getrokken. Er hangen geen daguerreotypen, maar de reusachtige vergrotingen daarvan op een vier meter hoog scherm – de originele foto’s meten 8,3 bij 7 centimeter – onderstrepen juist hoe extreem gedetailleerd en levensecht een geslaagde daguerreotype is. De portretten zijn gemaakt in studio’s in San Francisco of in de Sierra Nevada, en tonen de jonge forty niners in hun beste pak of juist in vervuilde hemden, met (later ingekleurde) goudklompjes, houwelen of andere gouddelversattributen – vaak een pistool. Het zijn prachtige, intieme portretten van tamelijk hipstergelijkende mannen, waar je hoop, angst, zelfvertrouwen en soms wreedheid in kunt lezen – de ogen staan vaak hard.

Dan volgen de 27 daguerreotypen, in het donker, door spots uitgelicht – een daguerreotype wordt pas een foto als hij licht reflecteert in de juiste hoek. Ze meten 16 bij 22 centimeter, soms nog minder, en de nauwe kadering van het licht versterkt hoe ze vanuit een andere tijd de zaal in lijken te stralen. Lijnen en tinten in het zilver openbaren goudzoekers met pan en zeef in beekjes of met scheppen in de grond. Gaandeweg groeien de operaties: we zien haastig in elkaar getimmerde dorpjes, beken die door goten worden geleid, open mijnen met groepen gravers en uiteindelijk hele heuvels en kliffen die met hogedrukspuiten in modderstromen worden veranderd. De daguerreotypen zijn soms bijna zoekplaatjes, die pas na bestudering hun details prijsgeven. Wie op die manier de foto’s in wil duiken, kan een voorbeeld nemen aan de leden van de Académie française honderdtachtig jaar geleden en een vergrootglas meenemen.

In de laatste zaal hangen met gewone belichting afbeeldingen uit Alaska en Canada, uit de laatste jaren van de negentiende eeuw. De daguerreotype was toen al lang weer in onbruik geraakt. Nieuwe fotografische procédés maakten misschien minder scherpe en magische beelden dan de daguerreotype, maar hadden talloze voordelen. Foto’s waren er veel makkelijker en veel goedkoper mee te maken, vereisten geen edelmetaal, geen gevaarlijke chemicaliën en geen dure studio om ze te maken, waren minder kwetsbaar en waren (in tegenstelling tot een daguerreotype) zo vaak te reproduceren als de eigenaar wilde.

Dat was de stand van de techniek toen in 1896, in een afgelegen gebied op de grens van Alaska en Canada, goud werd ontdekt. In dit gebied, bij de samenvloeiing van de Klondike- en de Yukon-rivier, was een kamp van de lokale Hän-stam de enige permanente nederzetting. Binnen twee jaar was het veranderd in een goudzoekersstad van veertigduizend mensen, en uitvalsbasis voor de Klondike Gold Rush. Ook die zakte even snel in als hij opgekomen was. Er werden maar weinig mensen echt rijk van en de meeste van de honderdduizend gelukszoekers trokken snel weer weg – ook hier bleven de natuur en de oorspronkelijke bewoners met de gevolgen achter.

De foto’s van deze gebeurtenis zijn gemaakt door geoloog George Dawson, die al tien jaar in het gebied werkte toen er goud werd ontdekt. Het zijn albumenprints (een procédé op basis van eiwit) die een wilde uithoek op de grens van Alaska en Canada tonen, voor en nadat er goud was ontdekt. De foto’s hebben een totaal andere sfeer dan de Californische daguerreotypen. In dromerige, bijna impressionistische lijnen en tinten zien we uitgestrekte wildernis. Meestal heeft het landschap de hoofdrol; soms staat er in een benedenhoek een man met of zonder kano. Over de goudkoorts spreekt vooral de foto van een honderden meters lange rij mannen, die met voorraden de steile, besneeuwde Chilkoot-pas beklimmen. Over de rand de wildernis in: een testament van een tijd van roof en verwachting.


Gold and Silver, tot 10 juni bij Foam in Amsterdam; foam.org