Tijd voor een misdrijf

De herontdekking van Georges Sorel laat nog even op zich wachten, maar voor de promotie van zijn gedachtengoed zijn we al op de goede weg. En na de postmoderne populariteit van Heraclites’ anything goes is nu diens andere kerngedachte aan de beurt om school te maken: ‘Geweld is de vader van alles. ’ Als antwoord op dit fin de siècle lijkt moord en molest een passende uitweg. Nog even en we marcheren weer juichend richting oorlog, hopend op loutering en initiatie.

Overdrijving? Ik hoop het. Maar als ik me niet vergis wijzen voldoende tekenen in die richting. Zelfs in de kunst, die relatief veilige regio van esthetisch genoegen. Misschien wel juist in de kunst. Daar is men eindelijk overgegaan tot wat al zo lang voor de hand lag. De vermenging van ethiek en esthetiek. Al decennia lang overschrijdt men daar de grenzen dat het een lieve lust is. Maar steeds zonder echte pijn tot gevolg. Het mag nog een wonder heten dat nu pas de corruptie van al wat mooi en goed is, overslaat naar de echte wereld. Ook daar ondervinden ze eindelijk de gevolgen van het opblazen van de kunst. En dat kan pijn doen. Trouwens, ook in die echte wereld weten ze wel raad met corruptie, maar dan van wat waar en juist is. Deze domeinen moesten elkaar toch eens ontmoeten.
Sinds ongeveer een eeuw onderzoeken kunstenaars de grenzen van de kunst. Dan zeggen de mensen: mag dat nu ook al kunst heten? Sinds de jaren zestig onderzoeken kunstenaars de grenzen van het kunstenaarsschap. Ze maken niet alleen objecten, maar installeren environments, doen performances, agiteren. Dan zeggen de mensen: kan dat allemaal maar zo van onze belastingcenten? En nu? Nu onderzoeken ze de grenzen van het kunstwerk. Het kunstwerk als laatste bastion van een autonome zone, als toetssteen waaraan kunst en kunstenaar nog altijd te herkennen zijn, is misschien het einde nabij. Dan zeggen de mensen… Ze weten nog niet goed wat te zeggen.
Honderd jaar geleden waren kunstenaars zieners, die de wereld een spiegel voorhielden. Ze waren in principe geniaal. Sinds de jaren zestig zijn kunste- naars querulanten. Ze waren in principe ‘recalcitrant’.
En nu? Nu zijn het misdadigers aan het worden. Althans sommigen, en niet de minsten. Een kwestie van een schepje erbovenop doen. Steeds meer kunstenaars trekken de enig mogelijke conclusie uit de geschiedenis van hun vak: wie durft, wordt crimineel. Na honderd jaar van overtredingen wordt het tijd voor het echte werk: een misdrijf.
Wat de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan op zijn kerfstok heeft - het als artistieke actie leegroven van de Amsterdamse Bloom Gallery met de bedoeling de buit te tonen in De Appel als onderdeel van de tentoonstelling Crap Shoot-(de afscheidstentoonstelling van de curatorenopleiding, nog tot en met 19 mei) - is natuurlijk niet meer dan wat uit de hand gelopen kattekwaad. Maar gezien de verhitte reacties op zijn daad is dat voor zijn boodschap kennelijk al ruim voldoende. En die boodschap is dat echte appropriation art doet wat het zegt: niet alleen betekenis, maar ook de drager van die bete- kenis ontvreemden. Kortom, citationisme wordt echte diefstal. Kunst die er echt toe doet, valt onder het strafrecht, heeft niet genoeg aan de tuchtcommissietjes der kritiek.
Wat Cattelan heeft bedacht om 'de aandacht te trekken’, is essentieel voor de kunst van dit moment. Hoe hard er ook wordt geroepen dat dit grachtengordelschandaaltje slechts een flauwe reprise van de 'jaren-zestigaksies’ betreft, de kunstenaar doet wat geen kunstenaar voor hem durfde: hij geeft de kunst op door de heilige grens tussen esthetiek en de wet te overschrijden. Hij steelt. Hij geeft zijn kunstenaarschap op door crimineel te worden. En tenslotte geeft hij het herkenbare kunstwerk op door iets te doen wat nog slechts tactiek is, geen produkt. De oogst is publieke gramschap. Niemand kan de letterlijke stijlloosheid van terrorisme waarderen. Cattelan maakt zich hiermee tot een kunstparia. Hij doet het nog met een flauw geintje. Maar zijn opvolgers zullen verder gaan…
Schrijver dezes idem dito. Graag tot de volgende keer.