Tolerantie na iman el-Moummi

Tijd voor herbezinning

De discussie die volgde op de uitspraken van imam el-Moumni over homoseksualiteit heeft Nederland wakker geschud. Nu gaat het zijn eigen tolerantie evalueren.

Als Janmaat van de extreemrechtse Centrumpartij «een nette kerel was geweest met een snelle babbel, hadden wij er nu allemaal op gestemd om dat gespuis er voorgoed uit te gooien», schrijft iemand die zich «M de Vries» noemt in een bijdrage aan het internetforum van de Gaykrant. De Vries is niet de enige die in de discussie rond de homofobe uitspraken van de in Rotterdam prekende imam Khalil el-Moumni het Hollandse tolerantiemasker laat vallen. «De Nederlandse samenleving is te welwillend geweest in de afgelopen 25 jaar, al die zieke uit de Middeleeuwen afkomstige moslims hadden hier met goed fatsoen nooit mogen zijn», schrijft een ander in het Gaykrant-forum. «En je kunt dan wel gaan terugroepen dat ze hun geit moeten gaan palen, maar voor je het weet lig je buiten de tram. Hebben ze ook nog je geld gejat om de laatste aflossing te betalen voor hun vakantiehuisje in Marokko», meent «Paul de Leeuw».

Het mag weer, schelden op moslims en ander allochtoon gespuis. Liefst op jonge Marokkanen, want die zijn crimineel én islamitisch. Dat in tegenstelling tot Antillianen, die het bij de «nieuwe politiek correcten» ook goed doen, maar slechts crimineel zijn en de islamitische geur van onverdraagzaamheid missen. Turken daarentegen zijn doorgaans wel islamitisch, maar niet crimineel genoeg. En Surinamers, tja, Surinamers. Die zijn weliswaar wat luidruchtig, maar doorgaans goed christelijk en rap van de Nederlandse tongriem gesneden. Zij doen het dus niet echt goed als vijand van de Nederlandse verworvenheden, net als al die «gewone» jonge Marokkanen die, in Nederland geboren en getogen, studeren, kranten lezen en stemmen.

Het laatste «multiculti-debat» dat is losgebarsten, is een cynisch grand demasqué van dé vijand van de Nederlandse waarden: de islam. Hoe kunnen we die moslims, vooral de Marokkaanse, zo ver krijgen dat ze «onze waarden en normen» accepteren? De discussie naar aanleiding van de uitspraken van imam el-Moumni van de Rotterdamse «Nasr»-moskee — Arabisch voor «overwinning» — woedt nu bijna een maand. Aan de vooravond van Dodenherdenking noemde deze sjeik in een tv-uitzending van het actualiteitenprogramma Nova homoseksualiteit een besmettelijke ziekte. Toen daarover commotie losbarstte en homo-organisaties aanklachten jegens discriminatie indienden, op grond waarvan het Openbaar Ministerie inmiddels een onderzoek is begonnen, sloten andere, niet-Marokkaanse imams zich bij el-Moumni aan. Zij waren voorzichtiger in hun woordkeus, maar de boodschap was duidelijk: de islam staat homoseksualiteit niet toe.

Net als overigens het christendom, dat het als een doodzonde bestempelt. (Leviticus 20:13). Het had dan ook iets of iemand anders kunnen zijn dan meneer el-Moumni en de homo’s. Maar het feit dat het hier een Marokkaanse imam betrof — «een brabbelende baard in een soepjurk», om het forum van de diepgekrenkte Gaykrant-lezers nog maar eens aan te halen — die geen woord Nederlands spreekt en fundamentalistisch zou zijn, maakte dat de gemoederen van kamerleden en stukjesschrijvers zeer verhit raakten. Er werd gepleit voor uitzetting van el-Moumni, voor verplichte inburgering van imams, voor het aan hen toevoegen van een «persoonlijk begeleider» en voor het voortaan weigeren van import-moslimpriesters, daar slechts een Nederlandse imam opleiding (maar hoe zat het ook weer met de scheiding van Kerk en Staat?) uitkomst zou kunnen bieden.

Sinds enige jaren geleden het integratiebeleid door de regering officieel bij het grofvuil werd gezet, is er wat afgediscussieerd. Eerder werd er tot vervelens toe gepubliceerd over het «multiculturele drama», op de opiniepagina’s van NRC Handelsblad: waarom nieuwkomers en oudkomers maar niet ingeburgerd raakten en succesvol werden. De discussie leverde, behalve bergen drukwerk, niets op. Taalbarrières, cultuurkloven en sociaal-economische afgronden laten zich nu eenmaal weinig gelegen liggen aan de polderpraatmachine. We hebben de hoofddoekjes gehad, de eerwraak en de vrouwonvriendelijkheid — maar islamieten en doorgaans christelijk georiënteerde «etnische» Nederlanders komen maar nauwelijks tot elkaar.

Met de homodiscussie lijkt het integratiedebat een nieuwe fase ingegaan. De (etnisch) Nederlandse cultuur is op een punt aanbeland dat er blijkbaar een herijking wordt verlangd van de opvattingen en waarden waarmee al decennia wordt geleefd. De aanval van de imam op de homo’s en de daaropvolgende verdediging der homo’s door gans het Nederlandse volk, ministers en de premier incluis, hebben de samenleving in ouderwetse zin wakker geschud.

De vraag waar het in dit geval werkelijk om gaat is niet of homoseksualiteit een ziekte is, en hoe besmettelijk eventueel, ook niet of Marokkanen achterlijk zijn en hun mond moeten houden, maar: hoe staat Nederland er op dit moment voor in zijn cultuur? In een samenleving die al zo lang is gebaseerd op individuele vrijheid en verdraagzaamheid?

Nederlanders weten niet anders dan dat ze hun medemens, allochtoon of autochtoon, te allen tijde tegemoet treden met respect voor zijn eigenheid. Ze laten iedereen in zijn waarde, of het nu gaat om godsdienst, sekse, etnische afkomst, maatschappelijke situatie of seksuele voorkeur. Dat is goed. Ook al slacht die ander een schaap op zijn balkon. Ook al loopt die ander in een roze rokje zonder billen, met in zijn rechterhand een fles bier en in zijn linkerhand het geslachtsdeel van een andere man in een rokje zonder billen. Want Nederlanders zijn tolerant. Het tolerantste volk op aarde.

Bij die verdraagzaamheid zijn eigenlijk nooit vraagtekens gezet. De vanzelfsprekendheid van een tolerante opvoeding is nooit aan twijfel onderhevig geraakt. Er was geen oorlog die noopte tot een herwaardering van alle waarden; er waren geen rampen op wereldniveau die leidden tot een herziening van onze denkbeelden; er waren, kortom, geen ingrijpende gebeurtenissen die de, naar nu blijkt nodige, kans gaven tot een evaluatie van onze cultuur. Een evaluatie van de pijlers van de Nederlandse samenleving.

Die kans is nu gekomen. Gezien de aard van de reacties van «weldenkende» Nederlanders biedt de discussie die el-Moumni losmaakte de gelegenheid zich te bezinnen op de eigen levenshouding. Nederland kan, over de rug van de Marokkanen en de homo’s heen, zijn cultuur aan een consciëntieus onderzoek onderwerpen, en zijn normen en waarden — die er heus wel zijn, maar nog niet helder genoeg geformuleerd — onder de loep nemen. Willen we wel zo tolerant zijn als we, wellicht zonder na te denken, zijn geworden? Nederland is nu pas in staat, na decennia van praat- en knuffelcultuur, zijn eigen (morele) grenzen — die er heus wel zijn, maar nog niet zo scherp geformuleerd — te definiëren. We kunnen de imam dus alleen maar dankbaar zijn voor zijn woorden.

Een teken aan de wand dat ook deze discussie echter weinig zal opleveren, is het slordige omspringen met de feiten. Wordt er niet gesputterd tegen spoken? Uitgangspunt van het hele debat was het (vermeende) allochtone, en dan vooral Marokkaanse geweld jegens homo’s. Dáárover ging de Nova-reportage. Die was tamelijk tendentieus in elkaar gezet, en betrof geen onderzoek, maar een bevestiging van het anti-homogeweld. De totale omvang daarvan is niet duidelijk. Het enige wat van de Nova-reportage bleef hangen, waren de uitspraken van el-Moumni. «Als de ziekte zich verspreidt, kan iedereen besmet raken. Daar zijn we bang voor.» Over die angst — die hier veertig jaar geleden ook menige brave burger in de greep had — in de collectief-correcte grenzentrekkerij verder geen woord. Noch over de wijze opmerkingen van de leraar levensbeschouwing A. Edouddi in dezelfde reportage, die stelde dat dertig jaar logischerwijs niet genoeg was voor angstige Marokkanen om de waarden te aanvaarden van een volkomen andere maatschappij die er zelf eeuwen over had gedaan om te komen waar ze nu is. «Maar je ziet dat ook Marokkanen steeds vaker taboes doorbreken. Het komt wel. Ik heb hoop.» Dat de imam naast homoseksualiteit ook geweld tegen homo’s sterk zei af te keuren, werd uit de reportage geknipt, gaf hoofdredacteur Dielessen toe.

De discussie heeft zich inmiddels ver van de feiten af bewogen. Vrijwel niemand vraagt zich af of de imams wel zoveel invloed hebben op de jongens die het op homo’s zouden hebben voorzien. De excuses die el-Moumni inmiddels ettelijke malen heeft aangeboden, worden van tafel geveegd of genegeerd. Hoegenaamd niemand vraagt zich af wat dat eigenlijk is, «integratie». Betekent integratie in veel geval len niet simpelweg «assimilatie»? Het overboord gooien van eigen, «geïmporteerde» waarden? In hoeverre verhoudt die impliciete Nederlandse eis zich met de veelgeprezen tolerantie?

Veel moslims voelen zich intussen niet begrepen en slecht behandeld door de media. In een brief aan de NRC, waarin hij wederom zijn excuses maakte, stelde el-Moumni: «De algemene opvatting — ook in de politiek — is dat moslims achterlijke en gevaarlijke mensen zijn die vooral door de Binnenlandse Veiligheidsdienst in de gaten gehouden moeten worden. Dat lijkt mij een volstrekt verkeerde benadering. (…) Waarom worden deze afwijkende meningen door de overheid en de intelligentsia beantwoord door dreiging met uitzetting? (…) Hoe lang gaan ministers door moslims de les te lezen in plaats van met hen een volwassen discussie te voeren over zaken die zij belangrijk vinden en waarbij moslims gelijkwaardige partners zijn? Ik begin te twijfelen of Nederland bereid is te accepteren dat moslims ook mee willen doen aan relevante discussies over de ordening van de samenleving.»

Een zeer gerede twijfel, want autochtoon Nederland gruwt alleen al van de gedachte dat die Grondwet waar men de laatste tijd zo hoog van opgeeft in de toekomst wel eens fundamenteel gewijzigd zou kunnen gaan worden als het percentage moslims dat aan de Nederlandse democratie deelneemt verveelvoudigt.

Het onderwerp islam en homoseksualiteit werd al uitgebreid behandeld in de Nederlandse islamitische gemeenschap lang vóór el-Moumni. Op de «Naffersite» (Naffer staat voor Noord-Afrikaan) kwam het uitvoerig aan bod. In het forum dat specifiek ingaat op de homodiscussie is de sfeer dan ook een stuk verdraagzamer dan in het Gaykrant-forum. Homofobie wordt er over het algemeen lacherig van de hand gedaan als gekwezel van oude mannen. Toch werd de Naffersite door het Meldpunt Discriminatie op de vingers getikt. Er waren homovijandige uitlatingen gedaan. De provider van de site werd daarvan in kennis gesteld en het meldpunt deelde mee dat de Naffersite verantwoordelijk was: maximaal een jaar gevangenisstraf. Mohamed El Fers, initiator van de site, liet de gewraakte reactie echter staan, en uiteindelijk ontspon zich een serieuze discussie op het scherpst van de snede — over tolerantie en de (on)gelijkwaardigheid van culturen — die in veel opzichten realistischer, helderder en eerlijker is dan die gevoerd door weldenkend Nederland.

Op het Gaykrant-forum haakt intussen menigeen af. Ook Michael uit België. «Ik dacht even dat ik per ongeluk op een site van het Vlaams Blok was terechtgekomen», schrijft hij. «Heel wat reacties getuigen van heel veel haat en intolerantie, maar vooral van een gebrek aan kennis over de islam en de Marokkaanse cultuur. Ik hoop dat jullie voortaan allemaal in Nederland blijven. Ik zou niet willen dat jullie domme Amsterdamse nichten de multiculturele en rijke Belgische homoscene nog langer besmetten en verzieken met jullie intolerantie.»

Het forum heeft vooralsnog niets gehoord van het Meldpunt Discriminatie.