Interview ex-VPRO’s Rob Muntz en Paul-Jan van de Wint

«Tijd voor weer een revolutie»

Rob Muntz en Paul-Jan van de Wint, pioniers van de antitelevisie, namen afgelopen maand afscheid van de VPRO. Maar geen kwaad woord over de oudere generatie. «Peter Flik prijst ons de hemel in.»

Zijn Rob Muntz (1963) en Paul-Jan van de Wint (1962), voorheen bekend van het satirische VPRO-tv-magazine Waskracht!, slachtoffer van een generatieconflict? Niet echt, vinden ze zelf. Tenminste, het is niet de oudere generatie van de VPRO die hun aanvankelijk zo veelbelovende loopbaan bij de vrijzinnige in de kiem heeft gesmoord. En, zo stellen ze, «jongeren werken er sowieso niet bij de VPRO».

Paul-Jan van de Wint: «Peter Flik, de legendarische radiomaker van de VPRO die inmiddels met de vut is, prijst onze programma’s juist hoog de hemel in. Hij vindt ons de ware erfgenamen van de anarchistische traditie van de VPRO, die van Anton Constandse en de zijnen. Wij maken ontregelende televisie, zoals Flik en de gebroeders Haasbroek in hun VPRO-tijd natuurlijk zeer ontregelende radio maakten. Alleen valt het bij televisie nu eenmaal wat meer op en is er eerder stront aan de knikker. Dat hebben de makers van Zo is het toevallig ook nog eens een keer al in de jaren zestig ondervonden. Wij ervaren het nu.»

Rob Muntz: «Het was ook Flik die ons op het idee bracht van de Hitler-act in Wenen. Hij vond dat we iets moesten doen met de overwinning van Haider in Oostenrijk. Het idee om rond te lopen met een gasfles met daarop ‹Zyklon B› stamde van hem. Trouwens, Flik is niet de enige VPRO-coryfee die ons wel ziet zitten. Rik Zaal vond De tv-dominee het beste tv-programma van de eeuw.»

Muntz’ Hitler-imitatie was verleden jaar zoals bekend het begin van het einde van het verblijf van het duo bij de VPRO. Met deze bijdrage aan Waskracht!, waarin Muntz getooid als Hitler de binnenstad van Wenen onveilig maakte, zorgden Muntz en Van de Wint voor een ware volksopstand binnen de gelederen van de VPRO. Muntz: «Er spelen bij de VPRO nogal wat paleisintriges en deze gelegenheid werd dankbaar aangegrepen om een poging te doen Hans Maarten van den Brink als hoofdredacteur beentje te lichten. Er werd onder meer geschermd met het feit dat VPRO-boegbeeld Netty Rosenfeld zou hebben gedreigd met haar vertrek als er geen excuses zouden worden aangeboden. In werkelijkheid, zo bleek ons later, had Rosenfeld ons programma helemaal niet gezien. Dat vertelde ze ons kort geleden. Ze bleek ook helemaal niet tegen ons. Ze vroeg ons die avond zelfs nog om een lift naar huis. Je gaat toch niet in de auto zitten bij mensen die je verantwoordelijk stelt voor de ondergang van je eigen omroep?»

Na de affaire-Hitler gingen Muntz en Van de Wint tijdelijk op non-actief. Muntz: «Geen hond wilde meer iets met ons te maken hebben. Als ik ’s ochtends met de trein naar de VPRO kwam, keken al mijn dierbare collega’s demonstratief de andere kant op. Ik was tot non-persoon verklaard, terwijl ze daarvoor altijd heel genoeglijk met me keuvelden. De angst regeerde. Het heeft maanden geduurd voordat dat weer een beetje opklaarde. Kennelijk was iedereen bevreesd voor zijn baantje.»

Van de Wint: «We werden zeer strikt in de gaten gehouden. Elk idee dat we inleverden, werd meteen aan de juridische afdeling voorgelegd en stap voor stap moesten we weer verantwoording afleggen. Zo werkt verder echt helemaal niemand bij de VPRO. Er is hooguit toetsing achteraf, voor de rest heerst redactionele vrijheid, zoals het natuurlijk ook hoort.»

Door dreiging met juridische actie dwongen ze af nog drie programma’s voor Waskracht! te mogen maken. Bij de eerste aflevering ging het echter meteen weer fout. Actualiteitenchef Peter van Ingen, belast met het toezicht op het duo, eiste dat hun programma De rijdende hufter zou worden gekuist. In deze persiflage op Pieter Storms’ Breekijzer zwaaide Muntz onder meer met een dildo naar een medewerkster van een bank die weigerde leningen te verstrekken aan de prostitutiebranche en reikte hij een (ongeladen) pistool uit aan een uitgeprocedeerde asielzoeker.

Van de Wint: «Van Ingen vond het allemaal niet ethisch verantwoord en eiste dat het programma zou worden gekuist. Dat weigerden we, omdat er volgens ons bij de VPRO totale vrijheid dient te zijn voor de makers, tenminste, zolang er geen zwaar wegende juridische bezwaren zijn.»

Muntz: «We gingen naar de nieuwe hoofdredactrice, Daniëlle Lunenborg, maar die weigerde ons te spreken, zoals ze ons sowieso nog nooit een blik waardig had gegund. We hebben nog uren voor haar kantoortje gelegen, wachtend op een kans op een onderhoud. Dat kregen we uiteindelijk, maar het heeft allemaal niet mogen baten.»

Van de Wint: «Toen hebben we dus de hele serie teruggetrokken. Ook onze Grote interprovinciale Oranjequiz, die al geheel gedraaid was, alsmede een uitzending over de islam, waarin we op geheel eigen wijze zouden onderzoeken hoe groot de animo is om in Nederland de sharia, de islamitische wetgeving, in te voeren. Waar we nu heen moeten, weet ik niet. Kennelijk is er in Nederland nog geen plek voor ons soort televisie. Nee, naar BNN gaan we ook niet. Daar hebben ze Eddy Zoëy al gehad, zeiden ze. Over een paar jaar, als Microsoft het tenminste goed vindt, kan iedereen zelf tv maken via internet. Misschien moeten we daar maar op wachten. We hebben al een website, www.muntzvandewint.com.»

Muntz en Van de Wint ontmoetten elkaar begin jaren negentig. Muntz, gewapend met een diploma van de Middelbare Detailhandelsschool, had een latente drang om iets met tv te doen. Op aanraden van zijn schoon vader, die een advertentie had gezien in Privé, meldde hij zich aan bij Joop van den Ende, toen nog aartsvijand van John de Mol. Door producent Wim Dröge (onder meer Rad van fortuin) werd hij meteen herkend als een groot talent in de dop. Na een screentest waaraan drieduizend kandidaten deelnamen, bleef hij met twee anderen over. Hij werd uiteindelijk productieassistent bij Rad van fortuin en belandde later in de redactie van Catherine Keijl, waar hij uiteindelijk zou worden ontslagen.

Muntz: «Het ging mis bij een programma over vermiste personen. Ik had advertenties geplaatst waarin mensen worden opgeroepen die al jaren als vermist staan opgegeven, maar die in werkelijkheid gewoon zijn onderge doken om van hun familie af te zijn. Helaas bleek een van de uitgenodigde gasten zijn verhaal geheel uit de duim te hebben gezogen en na de uitzending maakte hij dat gelijk heel trots bekend. Catherine Keijl was not amused. Ze vond dat haar ‹journalistieke integriteit› eronder had geleden. Zo kon ik direct mijn biezen pakken.»

Muntz kwam terecht bij de redactie van het «alternatieve datingprogramma» De hunkering van Theo van Gogh, alwaar hij uit de eerste hand kennis opdeed van de geheimen van de totaal smakeloze tv. Dat hij daar bij de VPRO even later zelf furore mee zou maken, kon hij toen nog niet vermoeden. «Ik had eigenlijk niet zo veel met de VPRO. Mijn ouders wel, die waren daar juist helemaal in. Ik begreep eigenlijk nooit waar de fascinatie voor die gewijde VPRO-zondagavond precies vandaan kwam. Nog steeds niet, eigenlijk.»

Paul-Jan van de Wint was al sinds 1991 werkzaam voor de VPRO, waar hij onder meer tekende voor bijdragen aan programma’s als Veldpost Europa en Tv-nomaden. Het klikte meteen tussen de twee. Ze besloten eerst een communicatiebureau voor bedrijven op te zetten.

Van de Wint: «We deden dat samen met een jongen die als editor bij Van den Ende werkte, eigenlijk de enige van ons die echt wat kon. Hij zou daar ’s avonds in de studio onze bedrijfsvideo’s monteren. Helaas werd hij meteen al op de eerste avond gesnapt en onmiddellijk ontslagen. Daarna zijn we weer naar de VPRO gestapt met het idee om een satirisch actualiteitenmagazine rondom Rob te maken. Ik maakte zuigende, treiterende items voor Waskracht!, maar met Rob erbij in beeld werd het opeens een stuk doeltreffender, gevaarlijker ook.»

Zo kwam Muntz bij Waskracht! terecht. De eerste aflevering, waarin Muntz Willibrord Fréquin interviewde door hem tot grote irritatie van zijn opponent «te spiegelen» (Muntz: «Dat is eigenlijk het enige trucje dat ik ken»), was direct een grote hit. Vervolgens was het raak met tv-goeroe Emile Ratelband, die zo van de kook raakte dat hij Muntz voor de camera een «knietje» gaf. Met het in mid dels legendarische optreden van Muntz als tv-dominee in Amerika was het helemaal raak. Van de Wint: «Daar waren ze bij de VPRO ook heel blij mee, hoewel een en ander qua formule niet zo gek veel verschilde van de Hitler-act of De rijdende hufter. De dominee Muntz-show leidde wel tot klachten van de EO, die ons gek genoeg later nog heeft gepolst of Robs domineeact niet bij hen kon worden ondergebracht. Helaas heeft Andries Knevel daar een stokje voor gestoken.»

Muntz: «Jammer natuurlijk. Anders hadden we kunnen zeggen: kijk, de EO durft wat de VPRO niet durft.»

Van de Wint: « Wij borduren voort op de traditie van Wim T. Schippers, het absurde van Barend Servet en Sjef van Oekel, maar gaan daarin ook verder. Wim T. Schippers deed alles in de studio, wij bedrijven satire met de werkelijkheid. Dat wordt gewoon niet geaccepteerd door Van Ingen en de zijnen, dat is zogenaamd niet ethisch. Die vinden dat je mensen tegen zichzelf in bescherming moet nemen. Misschien ontstaat er nu een richtingenstrijd binnen de VPRO. De programmaraad gaat de zaak onderzoeken. Wat er bij de VPRO speelt, speelt eigenlijk in heel de omroepwereld: angst, fatsoensrakkerij en grijzemuizenmentaliteit heersen. In die zin speelt bij ons dan ook geen generatieconflict, het is gewoon een cultureel verschijnsel. Het is de hoogste tijd voor nog eens een revolutie bij de VPRO, nu niet tegen de dominees, maar tegen de fatsoenstakkers».