Nederland is het rangeerterrein van Europa. Hier bevindt zich van oudsher de belangrijkste in- en uitgang van de Europese interne markt. De heruitvinding van Nederland als exporteconomie na de oorlog werd gestuurd door de handel via de Rotterdamse haven – die was niet langer gefixeerd op ‘de Oost’ maar gericht op de Europese markt. Daarmee liep Nederland voorop, en dat werd een daverend succes. Niet alleen dankzij de export van agrarische producten naar Duitsland, maar ook door de Nederlandse expertise op het gebied van het verpakken en doorsluizen van dozen, containers, pallets, et cetera.

Nederland excelleert van oudsher in de kunsten van de import-export. Door de Europese economische integratie kon Nederland dit kenmerk op een ongekende manier uitbouwen en werd het land meer dan ooit het rangeerterrein van Europa, de eeuwige raison d’être van de rivierdelta aan de Noordzee. Maar de activiteiten op het rangeerterrein zijn de laatste decennia wel wat veranderd.

De oorzaak daarvan ligt in de jaren tachtig. Toen nam de liberalisering van de kapitaalmarkten een vlucht. Parallel daaraan verschoof de focus van de Nederlandse transito-economie van goederen naar (financiële) diensten. Verpakken en doorsluizen werd steeds meer de professie van bankiers, advocaten, accountants en consultants. Zij verpakten fiscaal en juridisch advies, zo nodig in de vorm van bv’s, brievenbusfirma’s of trusts.

Ook in deze tak van de transito-economie, gekenmerkt door een ongekende herglobalisering van kapitaal, werd Nederland al snel een kampioen. Dat was niet zo gek. Voor betrouwbare toegang tot deze nieuwe en verleidelijke dimensie van de wereldeconomie, die nauwelijks gereguleerd kon worden vanwege het transnationale karakter, kon men via Nederland hoogwaardige navigatie inclusief de geavanceerde fiscale en juridische verpakking krijgen. Het Nederlandse rangeerterrein was bovendien ideaal gelokaliseerd tussen de Europese en Atlantische sferen van het wereldkapitalisme.

De Pandora Papers zijn een zoveelste sfeer-verpester. Wat nu?

Dit bracht niet alleen lucratieve nieuwe business, het maakte van Nederland ook een gewilde vestigingsplaats voor multinationals en vehikels van de nieuwe economie, die van nature opereren in de (ongereguleerde) transnationale economie. Al spoedig grensde de stemming op het rangeerterrein aan feest, en de realiteit aan belastingparadijs. De regering zag echter vooral kansen.

Niets streelt het Nederlandse zelfbeeld zachter dan voorop te lopen in Europa. In de jaren 2010 verlaagden Duitsland, Frankrijk en de Scandinavische landen hun bedrijfsbelasting tot onder de dertig procent. Belastingparadijzen werk je niet tegen maar imiteer je, zo leek het devies. Dit was ‘de tijdgeest’ die Wopke Hoekstra aanvoerde als excuus voor zijn naam in de Pandora Papers.

De stemming is intussen omgeslagen. De Italiaanse misdaadjournalist Roberto Saviano noemde Nederland ‘het rottende hart van Europa’, vanwege het optimaliseren van offshore-praktijken en witwasserij. De Pandora Papers zijn een zoveelste sfeerverpester. Wat nu? Er is in ieder geval een voorbeeld van hoe het niet moet: het Verenigd Koninkrijk. Terwijl de Brexit twee derde van de Britse EU-export vernietigd heeft, met dramatische gevolgen voor de samenleving, lijkt dit de Brexit-regering nog steeds niet te deren. Voor inzicht in dit raadsel moeten we naar de situatie in de Londense City kijken.

Op dit megarangeerterrein van financiële diensten wint het ‘nieuwe geld’ van hedgefunds en durfkapitaal terrein. Dit heeft ook politieke implicaties. Zo was deze ‘nieuwe City’ van het durfgeld de grote sponsor van de Brexit-campagne. Dit vanuit de drang om radicale laissez-faire-politiek te bevorderen, inclusief haar platforms, algoritmes en gelieerde (extreem-)rechtse bewegingen. Doel: het creëren van een vrijhaven voor het financiële kapitalisme. Daarvoor mag veel wijken, allereerst de ouderwetse handel (op de gereguleerde Europese markt), maar vervolgens ook andere tegenkrachten, te beginnen met de overheid en rechtsstaat, en eindigend met de democratie als zodanig.

Om hieraan het hoofd te bieden zal de Nederlandse regering voorop moeten lopen in nieuwe regulering van financiële diensten en bedrijfsbelasting. De organisatie van het rangeerterrein moet op de schop, voordat de activiteiten die er nu plaatsvinden de sociale samenhang, rechtsstaat en democratie verder aan geloofwaardigheid doen inboeten. Zoiets moet per definitie transnationaal, en dus Europees. Maar de tijdgeest is ernaar. Een eigentijdse heruitvinding van de Nederlandse transito-economie is urgent, ook voor Europa.