Prentenboeken

Tijdloos en oorspronkelijk

William Steig, Dokter De Soto ƒ29,75

Jean de Brunhoff, Het verhaal van Babar het olifantje ƒ39,55

Janosch, O, wat mooi is Panama! ƒ29,75

Jenny Wagner en Ron Brooks, Borre en de nachtzwarte kat ƒ29,75

Uitgeverij Lemniscaat

Dat in de boekenwereld productie- en verkoopcijfers te vaak zwaarder wegen dan het inhoudelijke belang van het gepubliceerde is de afgelopen tijd nog eens onmiskenbaar duidelijk gemaakt met de aardverschuivingen binnen het literaire bedrijf. Ook bij kinderboekenuitgevers speelt dit soort problemen. Zo werd goudhaantje Carry Slee vorig jaar weggekaapt bij Van Holkema & Warendorf door Prometheus, een uitgeverij zonder enig jeugdliterair benul die ook in het kinderboek wenst te gaan. Met Paniek, het zoveelste deel in Carry Slees serieproductie over menselijke rampspoed, presenteerde uitgeverij Lucifer zich onlangs als loot aan de Prometheusstam. Hopelijk heeft de fraaie bedrijfsnaam meer vuur en vlam voor ons in petto dan deze uitgebluste openingszet.

Overproductie die voornamelijk de waan van de dag en het beleid van buitenlandse coproducenten volgt, is met name aan de orde op het gebied van het prentenboek. Is er een hazenmoeder die met commercieel succes van haar schattige kleine houdt, dan volgen de epigonen elkaar in rap tempo op, van knuffelende moederleeuw tot voorlezende vaderbeer. Een opmerkelijk prentenboek met een goed verhaal en onvergetelijke plaatjes krijgt zelden langere tijd van leven dan de eerste druk. Daarna ligt er alweer een hoog glanzende, veelkleurige vervanger in de winkels. Zo is het werk van universele talenten als John Burningham, Janosch, William Steig, Tomi Ungerer of Anthony Browne volledig van de Nederlandse markt verdwenen. Toch zijn er binnen het betrekkelijk jonge boekengenre moeiteloos titels aan te wijzen die het door de combinatie van kwaliteit en bruikbaarheid verdienen om niet alleen in de herinnering, maar ook in druk te blijven.

Gelukkig is er eindelijk een uitgeverij die zich dat gerealiseerd heeft, om het vervolgens ook tot uitgangspunt van beleid te maken. Bij Lemniscaat zijn de eerste vier titels verschenen in de De Soto-reeks, een serie die jaarlijks met vier klassiek geachte prentenboeken zal worden uitgebreid. En deze hoeven niet uit het eigen Lemniscaatfonds afkomstig te zijn. Het eerste kwartet bestaat uit Het verhaal van Babar het olifantje van De Brunhoff (1931), Borre en de nachtzwarte kat van Wagner en Brooks (1977), O, wat mooi is Panama! van Janosch (1978) en Dokter De Soto (de naamgever van de serie) van Steig, daterend uit 1982. Het is een mooie, zinvolle keuze, waarin alleen Babar wat uit de toon valt. Natuurlijk, de olifant is eerbiedwaardig qua leeftijd, prachtig getekend en in kleine kring buitengewoon geliefd, maar hij is ook gedateerd, zijn avonturen vertonen weinig dwingende samenhang en zijn preoccupatie met mooie kleren grenst aan het ziekelijke.

Dokter De Soto is een tandarts in mui zenvel, die ondanks het uithangbord «Katten & andere gevaarlijke dieren worden niet behandeld» een vos van zijn kiespijn afhelpt en weet te voorkomen dat hij daarbij met instrumentarium en al wordt opgevroten. Het levert een krankzinnige variant op het thema «wie niet sterk is, moet slim zijn», met precies de goede mengelmoes van adembenemende spanning en grappigheid.

Op kleuterhoogte is Borre en de nachtzwarte kat een perfect verhaal over het «groenogig monster» jaloezie. De brave schapendoes Borre leeft al jaren volmaakt tevreden samen met Roosje, tot de nachtzwarte kat de harmonie komt verstoren. Wanneer Borre niet kijkt, zet de vrouw een schoteltje melk buiten en wanneer Roosje niet kijkt, kiepert Borre dat om. Schitterend getekend in bestorven kleuren, met een zorgvuldig oog voor detail. Wanneer er in de tekst staat: «Je hebt helemaal geen kat nodig», zie je de muizen onder de eettafel rondscharrelen.

Janosch laat het onafscheidelijke duo beer en tijger genoeg krijgen van het mijmeren in de schommelstoel, de knapperig gebakken visjes en de feesten met een goed glas ganzenwijn. Ze gaan op weg naar Panama, waar het machtig mooi moet zijn en naar bananen ruikt. De weg kent vele ongemakken en biedt ruimschoots de gelegenheid om vast te stellen hoe prettig het toch is een vriend te hebben. En Panama wordt uiteindelijk gevonden binnen de vervallen muren van het eigen huis. Het is geestig, lief, avontuurlijk, anarchistisch én veilig. Wat zou een klein mens nog meer willen?

In elke titel uit de De Soto-reeks meldt de uitgeefster dat het hier om «klassieke prentenboeken» gaat, «die behouden moeten blijven om hun charme en oorspronkelijkheid». Het lijkt mij een beperkte invulling van het begrip klassiek, waarin vooral «charme» truttig en weinigzeggend is. Tijdloosheid is een eerste vereiste en dus zal het niet gaan om prentenboeken met woest experimenteel artwork, maar wel om platen met een eigen handschrift. Het verhaal dient werkelijk ergens over te gaan en een oorspronkelijke kijk op het leven te bieden. En in elk geval moeten woord en beeld onafscheidelijk zijn in wat ze ieder op hun eigen manier te vertellen hebben.