Tijdloze bijbel

De overlevingskansen van jeugdliteraire helden zijn vaak minstens zo afhankelijk van een tekenaar als van een schrijver: geen Poeh zonder Ernest Shepard, geen GVR zonder Quentin Blake, geen Pluk zonder Fiep Westendorp, en Ot noch Sien zonder Cornelis Jetses. Het lot van de kinderboekenillustrator is dat zijn naam vaak nog minder gekend is dan die van de schrijver, zeker die namen die horen bij de tijd dat de internationale prentenboekenindustrie nog in de kinderschoenen stond.

Bert Bouman (1921-1979) is niet als Dick Bruna of Max Velthuijs bij een groter publiek bekend, maar zijn tekeningen moeten in veel vaderlandse hoofden een plekje hebben. In de eerste plaats dank zij Rijmpjes en versjes uit de oude doos, Abramsz’ verzameling traditionele bakerrijmen, waarvoor Bouman in 1971 een heel nieuw uiterlijk creëerde. In forse lijnen en met gedurfd veel wit op de pagina’s zet hij een quasi-onhandig universum neer, waar het voor de allerkleinsten goed toeven is. Bij die wonderlijke en vaak onbegrijpelijke regels van eigen bodem sluiten de beelden - de kerkjes, boerenwagens, kolenfornuizen, schoolbanken, klompen en straatlantaarns - naadloos aan.
Boumans magnum opus echter bestaat in zijn bijdrage aan de bijbelkennis van tenminste één generatie Nederlanders. Van 1964 tot en met 1976 zond de Ikon Woord voor woord uit. Belangrijkste auteur was Karel Eykman, belangrijkste verteller Aart Staartjes, en Bouman tekende alles van Abraham tot Paulus. In 1976 werden verhalen en tekeningen gebundeld in een kinderbijbel, waarvan de oplagecijfers inmiddels in de richting van de 300.000 gaan. Afgelopen week verscheen Woord voor woord in een tiende druk en een verruimde, kloeke uitgave. Tegelijkertijd kwam de Friese vertaling uit: Wurd foar wurd; Bernebibel (uitg. Afuk).
Presentatie van beide boeken vond plaats in het Bijbels museum, waar Boumans werk in een bescheiden tentoonstelling wordt belicht. De wezenlijke kenmerken vallen direct in het oog: het is aards en menselijk, hoe bijbels de achtergronden ook mogen zijn. De koppen zijn sterk, een zwangere vrouw draagt haar buik met trots, de blote voeten stevig op de grond geplant en terwijl Noach aan zijn ark knutselt, komen zijn kinderen aan met de armen vol konijnen, duiven en kikkers. Grappig atypisch is de omgeving van sommige oudtestamentische figuren: Job die samen met zijn vrouw op een echt Hollandse tuinbank zit bij een onmiskenbaar Hollands bloemperkje. Opvallend zijn ook de opgewekte anachronismen als Jezus die in spijkerbroek met een lullig roze schortje de afwas doet met Martha en Maria.
Ze passen bij Karel Eykmans hervertelling van de bijbel in gewone, hedendaagse mensentaal. Tot mijn verbazing blijkt die in de jaren zeventig opzienbarend eigentijdse aanpak nauwelijks gedateerd. Misschien komt dat omdat schrijver en tekenaar vooral de verhalen zelf in hun waarde hebben gelaten. De zoon die zijn vader bedriegt, het meisje dat snoept van de verboden vrucht, de dodelijke afgunst tussen broers, het blijft tijdloos drama voor alle leeftijden.