Media

Tijdperk

Omdat ik vind dat je een artikel nooit met ik mag beginnen, begin ik het met omdat. Maar eigenlijk zou het zo moeten beginnen: ik ben in verwarring over hoe het verder moet met mijn schrijverij.

Dit niet omdat ik last heb van een schrijversblok of zo, het is niets persoonlijks, als dat zo was zou ik het vermoedelijk voor me houden. Nee, het gaat om iets algemeners, iets ook dat, voorzover ik kan zien, iedereen geldt die zich met non-fictie bezighoudt. Het gaat zelfs om twee zaken, de belangrijkste van alle maar liefst: inhoud én vorm.

Over die inhoud schreef ik op deze plek al eerder. Laat ik het deze keer anders, persoonlijker doen. Al een jaar of veertig ben ik een soort bibliofaag – boekeneter –, het type dat nooit zonder boek de deur uit gaat, elk opschrift leest en steeds weer een nieuw lees- en schrijfproject onder handen heeft. Van die laatste zijn er in de loop van de jaren honderden gepasseerd, de meeste klein (een artikel, tv- of radioprogramma, tentoonstelling), enkele tientallen groot. Deze laatste waren meestal boeken. Het proces verliep bijna altijd op dezelfde wijze. Eerst kwam het plan, dan las ik in het wilde weg, vervolgens bedacht ik de invulling, las gericht, begon te schrijven, kreeg een steeds duidelijker beeld van wat ik wilde, zocht daarbij materiaal, paste mijn gedachten aan, puzzelde, verschoof en voltooide aldus in een langer of korter proces van denken en schuiven, knippen en plakken, trial and error het artikel, boek, programma of project.

Crux van dit procedé is het gevoel van beheersing: dat ik op een gegeven moment meende over het onderwerp dat ik om handen had het belangrijkste wel gelezen of gezien te hebben. Dit gevoel nu – en dat is het eerste punt – ben ik in de afgelopen jaren in toenemende mate kwijtgeraakt. Dat zal vast deels persoonlijk zijn, leeftijd en zo. Maar het gevoel van verlorenheid heeft minstens zo sterk culturele of technologische oorzaken. Welk onderwerp ik tegenwoordig ook aanpak, in no time beschik ik over zoveel materiaal, zoveel verschillende uitgangspunten, invalshoeken en doelstellingen dat ik welhaast genoodzaakt ben tot pedanterie om weer dat gevoel van beheersing te krijgen. Misschien heeft niet iedereen hier even veel last van maar dat komt, denk ik, in negen van de tien gevallen omdat hun onderwerp klein is als Bishop Rock of omdat ze onvoldoende ervaring hebben in goed zoeken via moderne media. Wie dit laatste kan – en dat geldt voor mij, denk ik – kan haast niet anders dan door wanhoop overvallen worden.

Was dit maar alles! Want niet alleen wat inhoud, ook wat vorm betreft hebben we in het afgelopen decennium een revolutie doorgemaakt. Natuurlijk kwam ook deze niet uit de lucht vallen. Terwijl twee generaties geleden elk intellectueel project een taal-_project was, wordt sinds enkele decennia bij dergelijke projecten steeds vaker gebruik gemaakt van beeld en geluid. Die tendens is in de afgelopen jaren oneindig versneld. Zoals kranten steeds meer aandacht besteden aan foto’s, vormgeving, infographics en andere visualiseringen, zo worden boeken meer en meer verzamelingen van relatief korte teksten, kaders, tabellen en verklarende tekeningen. Op internet is die tendens nog sterker. Een – wat tegenwoordig denigrerend heet – ‘lap tekst’ voldoet niet meer. Hij moet voortdurend doorbroken worden, door beeld, geluid, citaten of fragmenten. _De Groene Amsterdammer is een van de weinige bladen die hieraan, in de gedrukte editie althans, niet meedoen. Dat is waarschijnlijk verstandig, iedereen zwemt al richting oceaan. Tegelijkertijd is onmiskenbaar dat het _Groene-_deel van de wereld niet groter dan een vijver is.

Ik zie steeds vaker vrienden en collega’s die een blog of website beginnen. Ze behoren tot de generatie die volwassen werd, afstudeerde, de carrière begon toen de personal computer nog in opkomst was, een kwart eeuw geleden dus. Ze volgden een loopbaan in wetenschap, journalistiek of cultuur, zijn nu meestal even boven de vijftig en zien zichzelf ingehaald worden door een generatie die gemakkelijk met andere inhoud en andere vorm speelt. In de huidige bezuinigingen worden velen van de oudjes op een zijspoor gezet, of ontslagen. Nog steeds gedreven en bang om de boot te missen, grijpen ze naar moderne media en knutselen in hun groeiende hoeveelheid vrije tijd een virtuele plek in elkaar. De een doet dat over actuele politiek, een ander over een specifiek onderwerp, een derde over een persoonlijke fascinatie. Op een gegeven moment lijkt de plek ‘klaar’, althans zo ver dat hij openbaar gemaakt kan worden, en stuurt de maker verheugd een berichtje de wereld in. Hij krijgt van de Wereldwijde Webmaster geen direct maar wel een indirect antwoord: er zijn nog tien miljoen blogs vóór u!

Een tijdperk is geëindigd. Na vijfhonderd jaar boekdrukkunst zullen we opnieuw moeten nadenken hoe de wereld te ordenen. Het antwoord zal anders zijn dan het voor ons vanzelfsprekende, daarvan ben ik overtuigd.