Media

Tijdplaten

Afgelopen week hielden we op de School voor Journalistiek van Utrecht een congresje over media. Er was voor alle smaken wat te beleven, te beluisteren en te doen. Lezingen c.q. workshops over geïntegreerde redactie, Google Maps, multimediale journalistiek, ethiek, lokale media, veel Twitter natuurlijk, datavisualisatie en nog veel meer. Ik loop op dergelijke manifestaties altijd in twee gedaantes. De ene is m’n gewone ik. Hij kijkt, luistert, praat, kortom doet mee. De andere is m’n meta-ik. Hij neemt afstand, doet juist niet mee, kijkt achter de schermen, ziet het sociaal spel, de individuele inspanning en zoekt de overeenkomsten.

Medium schermafbeelding 2013 01 28 om 11.11.19

Wat betreft dat laatste kan er volgens mij geen twijfel bestaan over de rode draad van alles wat op de bijeenkomst verteld, besproken en onderzocht werd. Het is in één woord samen te vatten: onzekerheid. Er is niemand die weet welke kant het met de media op gaat. Iedereen zoekt, onderzoekt, suggereert, voorspelt maar de gemeenschappelijke noemer van al die bezigheid is eerst en vooral niet-weten: verwarring. Alles staat op z’n kop en we hebben geen idee wat uit de chaos te voorschijn komt.

Nu zou dit nog wel te behappen zijn als we ons zouden kunnen troosten met de gedachte dat die chaos alleen de media betreft. Maar dat is natuurlijk niet zo. De media laten in een gemediatiseerde wereld de zaken hoogstens scherper zien dan andere maatschappijvormen.

Een van de jongere sprekers op het congresje was Jaap den Ouden. Hij is – wat heet – redactiemanager bij Dichtbij.nl, de site van de Telegraaf Media Groep die zich geheel richt op de eigen gemeenschap en nadrukkelijk gebruik maakt van burgerjournalisten. Terug naar de dorpspomp, geen nieuws over wat sinds geruime tijd denigrerend Verweggistan wordt genoemd maar verhalen over een weggelopen hond, geruzie over een bouwaanvraag, de faux pas van een wethouder. Het scoort. Terwijl landelijke, regionale en lokale printmedia in de misère zitten, werken er bij Dichtbij.nl zo’n 120 mensen. Het verdienmodel achter het succes is evident: lokale advertenties scoren en zijn bovendien goedkoop.

Marco van Kerkhoven vertelde over zijn ervaring in de VS met journalistieke experimenten. Een daarvan is Narratively, een New Yorkse site die zich volledig richt op het vertellen van alledaagse verhalen over de stad der steden. De site werd opgezet via crowdfunding, dat wil zeggen een aantal mensen dat in het plan geloofde en het startkapitaal leverde. Vijftigduizend dollar. Inderdaad genoeg om te beginnen, maar er is sindsdien weinig bij gekomen. Hoe verder? Een ander experiment waarvan Van Kerkhoven vertelde is de Star Ledger, een krant in Newark die televisie maakt. Met deze televisie werden in 2011 maar liefst vier New York Emmy’s gewonnen. Succesvol dus. Maar nieuw, hoopvol?

Nieuw is wel een derde experiment: Narrative Science, een site die data vertaalt in verhalen oftewel statistische gegevens over bijvoorbeeld sport of economie via computerprogramma’s in nieuwsberichten omzet. Robotjournalistiek dus. Fascinerend, maar veelbelovend? Ik zou het niet durven zeggen.

Yael Woortman-De Haan, lid van de Raad voor de Journalistiek, vertelde over de ethische dilemma’s die onder meer een medium als Twitter met zich meebrengt. Moet de Raad Twitter-berichten beoordelen? Maken dergelijke berichten, indien verstuurd door een journalist, deel uit van het werk? En indien dat het geval is, zouden Twitter-berichten van niet-journalisten (wie is eigenlijk journalist?) niet ook tot de competentie van de Raad moeten behoren? Zo ja, dan is het eind zoek. Geen wonder dat ook dit ertoe bijdraagt dat het bestaansrecht van de Raad voor de Journalistiek steeds vaker betwijfeld wordt. Zoals alle grenzen vervagen ook die van de journalistieke ethiek.

Een van de thema’s die op dit moment overal, ook in Utrecht, veel aandacht krijgen is visualisatie. We hebben op de lagere school allemaal leren lezen – letters. Maar geen van ons heeft geleerd plaatjes te lezen. Wat betreft visuele geletterdheid – een paradoxale term trouwens, zoiets als radio met ogen voor televisie – zijn de meesten van ons analfabeten. Dat is des te vreemder omdat onze wereld in toenemende mate uit plaatjes bestaat. En het is des te kwalijker omdat plaatjes kijken eenvoudig lijkt maar verduiveld moeilijk is. Plaatjes zitten immers vol verborgen verleiders. Die moet je leren zien.

Sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw is verandering onze enige constante. Het is een schrale troost. Want het voelt steeds weer, op dit moment sterker dan ooit, alsof tijdplaten over elkaar schuiven. De meesten van ons staan op de onderste plaat en kijken naar de plaat die eraan komt. Enkelen staan al op die plaat maar weten zich nog niet in evenwicht te houden. Ondertussen roepen we elkaar toe. Doe dit, kijk uit, doe dat, moet je daar eens zien! En: oei, kijk hem ’s op z’n plaat gaan! Spannend maar verwarrend.