Peter Adolphsen, Bromsteen

Tijdsnedes

Peter Adolphsen
Bromsteen
Uit het Duits (Brummstein, 2005) vertaald door Edith Koenders
Cossee, 90 blz., € 12,50

Een ezelsbruggetje dat het kleinbehuisde brein in staat stelt zich een universum van miljoenen jaren voor te stellen: geef de ouderdom van de aarde weer als een kalenderjaar, dan sterven de dinosaurussen uit op tweede kerstdag, ontstaan de hominiden op oudejaarsavond en zijn er sinds het Romeinse rijk vijf seconden verstreken. Met deze akte van bescheidenheid begint het boekje van de Duitse (in 1972 in Denemarken geboren) schrijver Peter Adolphsen. De eerste dertig pagina’s zijn een stoomcursus geologie. Dan wordt ingezoomd op één plaats en één tijdstip. In 1875 wordt in Zwitserland een grottenstelsel ontdekt, Hollöch, waarin eind 1907 een Duitse bankemployé afdaalt. De man geloofde in de contractietheorie: door uitdroging zouden er zoals bij oude appeltjes holle ruimtes onder de aardkorst zijn waar onderaardse mensen leven, de vril-yanen. Helemaal beneden legt hij zijn oor tegen een rotsblok, waaronder hij 125 miljoen jaar aardbevingen hoort donderen. Geen wonder dat hij een halfuur totaal doof is. Hij bikt een stukje steen eruit, het trilt, vandaar dat het bromsteen zal heten. De bankman noteert de feiten op een briefje, stopt het samen met de steen in een doosje, dat na zijn dood door een anarchistische neef gevonden wordt, die er zijn briefje aan toevoegt. Daar begint het verhaal.
Het is een beproefd, maar als het lukt aardig procédé: volg een voorwerp op zijn weg langs de ene vinder na de andere, even zovele sneetjes in de tijd en inkijkjes in verschillende werelden. De stations van de bromsteen zijn wat plaats en persoon betreft toevallige ijkpunten, maar bij elkaar vormen ze een kronkelweg door een eeuw Duitse geschiedenis. Het wordt vooral kunstgeschiedenis als het doosje in handen komt van een kunstenares en ongeopend in de kunsthandel circuleert.
In 1989 gaat het eindelijk weer open, dan wordt ook de steen gedetermineerd. De eigenares gaat op zoek naar de vindplaats, vindt het gesteente in Hölloch en ook zij wordt tijdelijk doof; bovendien loopt ze een verkoudheid op met als gevolg dat ze de volgende dag op een kruispunt moet niezen en een auto met een gezin met kinderen ramt. Negen jaar later vindt iemand de gearchiveerde inventarisatiebeschrijving en reconstrueert dan het verhaal.