Toneel - Turing

Tijdspringer

‘Alan Turing van de film The Imitation Game.’ Het staat er echt. Op de folder van Lowie van Oers en zijn solo Turing. Toneel aangeprezen via een speelfilm.

Medium toneel 202

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er al een toneelstuk over Turing, Breaking The Code van Hugh Whitemore. The Imitation Game is wat ze tegenwoordig een biopic noemen. Turing van Van Oers is van alles maar geen biodram. Juist niet. Hij begint bij zichzelf. En komt daar ook min of meer weer uit.

Lowie van Oers is toneelspeler en schrijver. En dus… fantast. In een vorig bestaan is hij een bijzonder schaaktalent en student natuurkunde met wiskundevakken. Binnen een paar minuten zitten we met hem in een ‘enclave’ uit zijn vorige leven: ‘tentamen’, een ‘luchtbel van drie uur’ waarin hij zich ‘heel licht’ voelde. En dan dat mooie zinnetje: ‘Het goede antwoord bestond al, met of zonder mij, het goede antwoord had mij, of mijn medestudenten, helemaal niet nodig.’ Daarna doet de acteur iets wat hij niet benoemt maar ruim een uur gewoon doet: hij is een tijdspringer. Zoals alle tovenaars in het toneel, alle kunstenaars. En misschien zoals alle natuurkundigen en schakers. Galileï was ook een tijdspringer. De katholieke inquisitie werd er nerveus van.

Omdat hij natuurkunde verruilt voor het toneel leeft hij in meerdere werelden tegelijk, die met elkaar verbonden zijn. In de wiskunde van Alan Turing en zijn zielsverwanten. In Elseneur van Hamlet, en in de woede van Macbeth. Als robot naast Batman tijdens het carnaval. En als verschillende personages tegelijk in Sneeuwwitje. Al die werelden zijn ook samen heel erg Alan Turing. Hoe, dat leg ik niet uit, dan zou ik dezelfde fout maken als de maker van de folder van Turing. Er is één wereld waar Van Oers en Turing een beetje bonje over krijgen: wie is homo, wat is een homo? Hermann Göring zei ooit: wie flikker is, bepaal ik. Maar die opvatting is sinds 1945 een tikje uit de tijd gevallen. Turing had zo zijn eigen oplossingen. Hij noemde zijn ‘machine’ ‘Christopher’, naar de eerste en enige grote liefde uit zijn leven.

Turing is slim geschreven, illusionistisch, maar geen Hans Klok. Eerder een bijna pesterige serie verdwijntrucs die geen foefjes zijn maar identiteitswisselingen, die uit een mengsel van bewondering, nostalgie, spot en mededogen langzaam tot poëzie van de verbazing worden. Prettig pedant hier en daar, beetje ‘Meneertje Warum’ zoals de wiskundige Kurt Gödel heette, die voorbij komt. Net als Einsteins vriend David Hilbert, de man van de uitspraak Wir müssen wissen. Wir werden wissen – ook een verborgen motor onder deze intrigerende solo. Lowie van Oers is een aanstekelijk en aanminnig toneelspeler, die zichzelf tegen het slot het zwerk in hijst. Geen robot. Of toch? Daar kom je niet uit.


Turing is te zien van 15 t/m 17 april in OT Rotterdam, op 20 april in Theater aan het Spui Den Haag en 11 t/m 14 mei in Theater aan het Hof Arnhem, www.generaleoost.nl

Beeld: Lowie van Oers, Turing (Menno van der Meulen)