Tijger Halbe

Met zijn maatregelen voor het hoger onderwijs heeft staatssecretaris Halbe Zijlstra zich niet geliefd gemaakt. Hij lijkt er lol in te hebben.

TOEN DE STAATSSECRETARIS voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Halbe Zijlstra, in februari 2008 goed en wel een jaar in de Tweede Kamer zat voor de VVD bleek hij van de ‘gewone’ nieuwelingen in het parlement het vaakst geciteerd te worden in de krant. Hij moest alleen Rita Verdonk, Alexander Pechtold en Marianne Thieme voor laten gaan, maar die konden in het Haagse circuit óf nauwelijks als nieuwkomer worden gezien omdat ze al in een kabinet hadden gezeten, óf waren fractievoorzitter, wat altijd meer media-aandacht garandeert, óf beide. Niet dat Zijlstra na een jaar Kamerlidmaatschap een grote landelijke bekendheid had. De uitslag van het in opdracht van weekblad Intermediair uitgevoerde onderzoek was voor hem zelf ook een verrassing. Aan de landelijke kranten had hij zijn toenmalige succes niet te danken, zoals hij zelf dacht, ook niet aan de Friese kranten, de provincie waar hij opgroeide, maar aan de Brabantse pers. Zijlstra had in zijn eerste jaar Kamervragen gesteld toen daar een Apache-helikopter neerstortte en er mede voor gezorgd dat een grote turnhal in Den Bosch extra geld kreeg.
Hoe aandoenlijk klinkt dat nu.
Zijlstra is inmiddels staatssecretaris met een portefeuille en daaraan gekoppelde bezuinigingsdoelstellingen die hem in kringen van studenten, hoogleraren en kunstenaars in een paar maanden tijd meer bekendheid hebben gegeven dan waar hij destijds mogelijk van droomde. Want niet veel kersverse staatssecretarissen kunnen erop bogen dat een bekend partijgenoot en nota bene het eigen grote voorbeeld in de politiek, Frits Bolkestein, tegen hem betoogt. Dat bovendien een bekend toneelregisseur, Erik Vos van De Appel, hem in een opiniestuk fileert vanwege zijn optreden, en met name vanwege zijn arrogantie en als minzaam bekendstaande glimlach. Dat daarnaast nog eens hoogleraren in toga tegen hem komen protesteren. En dat hij dan ook op diezelfde dag, uitgerekend zijn eigen, 42ste verjaardag, een joelende massa studenten mag toespreken op het Malieveld.
Zijlstra weet bovendien zijn naam verbonden aan een kabinetsmaatregel, de Halbe-heffing. De Halbe-heffing geldt voor studenten die langer dan een jaar extra over hun bachelorfase of masterfase doen. Dat die heffing ook gaat gelden voor studenten die nu dat jaar extra al hebben opgesoupeerd, krijgt binnen deze door studenten gehoonde maatregel de meeste kritiek.
Het lijkt Zijlstra vooralsnog allemaal niet te deren. Er zijn zelfs Kamerleden die hem ervan verdenken er juist lol in te hebben om onaardig gevonden te worden. Waarom had hij anders niet gewacht met zijn voorstellen om het langstuderen tegen te gaan totdat hij tegelijkertijd zijn plannen voor het verbeteren van de kwaliteit van het hoger onderwijs kon ontvouwen? Want nu kreeg de staatssecretaris vorige week direct het verwijt wel te bezuinigen, maar niet te investeren. En is niet iedereen het erover eens dat Nederland alleen het kennisland kan worden waarvan het droomt als er geïnvesteerd wordt in het onderwijs?
Toeval of niet, maar zie, al deze week is Zijlstra gekomen met zijn schriftelijke reactie op het kritische rapport over het hoger onderwijs van de commissie-Veerman. Conclusies van de commissie-Veerman vorig jaar april waren onder meer: het Nederlandse onderwijs is te star, te veel studenten vallen uit, studenten worden te weinig uitgedaagd, studenten proberen niet te excelleren en studenten besteden relatief weinig tijd aan hun studie. Dat laatste lijkt overigens de Halbe-heffing te rechtvaardigen, al zullen de studenten het daar niet mee eens zijn. Maar die wilden destijds ook niet de nu zo geliefde OV-kaart.
De staatssecretaris kondigt nu aan maatregelen te willen nemen voor selectie aan de poort en voor het financieel belonen van onderwijsinstellingen die kwaliteit bieden en kiezen voor een doelbewust profiel en niet voor de makkelijke weg van populaire studies. Echt uitgewerkte plannen volgen later, in juni. Is die brief aan de Kamer alsnog bedoeld om de criticasters snel wat wind uit de zeilen te nemen?
Volgens de commissie-Veerman kunnen de hoognodige investeringen in de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs niet plaatsvinden in een sfeer van bezuinigingen. Wie denkt met die opmerking Zijlstra nu om de oren te kunnen slaan om de bezuinigingsdoelstelling van 370 miljoen per jaar alsnog van tafel te halen, heeft het mis. Zijlstra denkt anders. Volgens hem dwingen bezuinigingen juist tot het maken van fundamentele keuzes. Die filosofie hangt hij ook in zijn cultuurportefeuille aan. Dat hij eerst de langstudeermaatregel naar de Kamer stuurt en later pas een brief met zijn schets van maatregelen voor beter hoger onderwijs, past als het ware bij zijn denktrant. Al zal hij ook hopen dat zijn toekomstvisie een deel van de kritiek doet verstommen.
Want op die toekomstvisie komt het aan.
In de Verenigde Staten heeft een Chinees-Amerikaanse hoogleraar, Amy Chua, de tongen losgemaakt met haar boek Battle Hymn of the Tiger Mother. Daarin beschrijft Chua hoe ze haar twee dochters, naar Chinese traditie, drilt: niks complimentjes, studeren zullen ze, en hard werken, heel hard werken. Als je erover leest, stuit het je tegen de borst, zo ver gaat Chua, maar tegelijkertijd realiseer je je dat dit de mentaliteit is in China en andere, sterk groeiende economieën waar ook wij in Nederland tegen aan het concurreren zijn: het is de tijgercultuur tegen de zesjescultuur.
Op zijn bijdrage aan die wedstrijd zal Zijlstra later worden afgerekend, niet op de Halbe-heffing. Met het beeld van Chua voor ogen moet de vraag zijn of Zijlstra wel genoeg van een tijgermoeder in zich heeft. Die brult niet alleen, die houdt ook van haar kinderen. Dat laat ze zien door erin te investeren én veel van ze te eisen. Dat gaat om meer dan geld.