Kunst: ‘The Torlonia Marbles’

Tikkertje tussen de beelden

Bankiersfamilie Torlonia heeft eindelijk haar belangrijke collectie met beelden uit de Griekse en Romeinse oudheid opengesteld voor publiek. The Torlonia Marbles zal moeten wachten tot 2021, maar aan wachten zijn de beelden wel gewend.

Sarcofaag met op het deksel een overleden man en vrouw naar Etruskisch model. Een samenraapsel van beelden, 170 na Christus © Oliver Astrologo

Exact drie weken is zij open geweest, de tentoonstelling The Torlonia Marbles; van 14 oktober tot 4 november. Het moment waarop anderhalve eeuw is gewacht, de openbaring van de belangrijkste privécollectie van beelden uit de Griekse en Romeinse oudheid ter wereld, eindelijk bevrijd uit de kelders van het Palazzo Torlonia langs de Tiber, was in een zucht voorbij. Alsof ze het daglicht na al die eeuwen duisternis toch niet konden verdragen, de 96 marmeren topstukken die door twee archeologische en kunsthistorische experts zijn geselecteerd uit de groep van 620 antieke beelden waaruit de legendarische collectie Torlonia bestaat.

Een enkeling in Rome is erin geslaagd om de tentoonstelling in het Palazzo Caffarelli aan het Capitoolsplein al te zien. Tien bezoekers per tijdslot, op de hielen gezeten door Italiaanse suppoosten die stap voor stap bewaken, mondkapjes uiteraard strak over neus en mond, want in Italië gelden de coronaregels echt. Maar toch, het was het waard, voor Filippo Ceccarelli (65), politiek commentator van de Italiaanse krant La Repubblica. ‘Mijn moeder van 87 wilde dit per se nog meemaken, en op je 87ste denk je niet “het komt nog wel”. Ik vond het eigenlijk alweer doodeng eind oktober, met de stijgende aantallen op dat moment en mijn oude moeder, maar zij wilde de beelden van de Torlonia’s zien, covid of niet. Het was haar laatste wens, zei ze, ik kon het haar niet ontzeggen. Voor ons waren het de buren hè.’

Dat de journalist Ceccarelli iets speciaals had met de collectie Torlonia bleek al wel uit een geweldige column van zijn hand in december 2018, waarin hij met veel humor de stand van zaken in kaart brengt van de toen nog in de kelders van het Palazzo Torlonia aan de Via della Lungara opgesloten beeldencollectie. De belangrijkste privécollectie van beelden uit de oudheid, en al anderhalve eeuw zo goed als onzichtbaar voor publiek. Vooral het schitterende detail van de directeur van de Belle Arti, de toezichthouder op de kunstwerken, die zich had verkleed als straatveger en op die manier het vertrouwen van de portier van het Palazzo Torlonia had weten te winnen, om uiteindelijk, na veel geveeg, één keer een steelse blik op de beelden in het gesloten museum te kunnen werpen, herinnerde ik me nog goed.

Filippo Ceccarelli, lachend: ‘Ja ja, dat was Ranuccio Bianchi Bandinelli, de beste archeoloog en kunsthistoricus die we ooit hebben gehad. Hij is die man die wijzend van links naar rechts naast Hitler en Mussolini loopt tijdens het bezoek van de Führer aan Rome en Florence in mei 1938. Een dienstopdracht, en het waren tijden waarin je een dienstopdracht beter niet kon weigeren, wilde je in leven blijven. Mussolini wilde bella figura slaan bij Hitler en Bianchi Bandinelli kon, behalve dat hij natuurlijk alles wist van alle kunst en historie in heel Italië, ook nog eens vloeiend Duits. De arme man. Hij was overtuigd en van huis uit antifascist, een telg uit de oude aristocratie van Siena. Hij kreeg de taak om die twee ignoranti vier dagen lang in hoog tempo langs de kunsthistorische hoogtepunten van Rome en Florence te leiden. Vooral de Duce, die bij alles wat Bandinelli vertelt met de armen over elkaar wijdbeens staat te knikken alsof hij het allemaal zelf heeft bedacht en gemaakt. Hitler had nog een vorm van burgerlijk-beleefde belangstelling, maar zo niet onze Duce natuurlijk.’

En deze aristocraat uit Siena, oppertoezichthouder op de Italiaanse kunstschatten, leermeester van hele generaties, heeft zich in 1947 als straatveger moeten vermommen om de collectie Torlonia ten minste één keer te mogen zien. Waarom was dat? ‘Omdat de laatste prins van Torlonia, Alessandro, de meest nukkige, norse en chagrijnige stronzo was die je je kunt voorstellen. Hij had om wat voor redenen dan ook geen zin om de collectie aan Bianchi Bandinelli te laten zien, en dus bleven de deuren van het palazzo dicht, al was het toen officieel nog een museum. De Torlonia’s zijn een beetje operapersonages, vreemd en grillig, maar het is dan ook geen echte oude Romeinse adel zoals de Orsini’s, die nog stammen uit het Heilige Romeinse Imperium’, aldus Filippo Ceccarelli, Romano de’Roma, ‘Romein uit Rome’, zoals wordt gezegd van iemand die zo Romeins is als mogelijk.

Het meisje van Vulci, ook genoemd ‘Het meisje van de Torlonia‘s’, eerste eeuw voor Christus. Vulci was een Etruskische plaats in de buurt van Canino, een landgoed van de Torlonia‘s; © Lorenzo De Masi / Collezione Torlonia / ©FondazioneTorlonia PH

Filippo Ceccarelli’s grootvader voerde het pseudoniem ‘Ceccarius’. Hij was een groot kenner en beschrijver van de stadsgeschiedenis van Rome, en oprichter van een studiegroep die Gruppo dei Romanisti heet en die nog steeds bestaat. Ceccarius heeft vele boeken over Rome geschreven én hij woonde om de hoek van het Palazzo Torlonia met het beeldenmuseum, in de Via Corsini. Niet dat er direct contact was over en weer – de Torlonia’s bezitten nog tal van andere palazzi en villa’s op de mooiste plekken van Rome en waren na de Tweede Wereldoorlog sowieso erg op zichzelf geraakt – maar toch heeft grootvader Ceccarius de prins vaak genoeg gekruist. ‘En mijn vader heeft als jongetje nog tussen de beelden in het museum tikkertje gespeeld met de Torloniaatjes, voor de prins alles achter slot en grendel opborg in de kelder.’

Dat was in 1976. Prins Alessandro Torlonia de Tweede besloot om de ruimtes van het Museum Torlonia, waar hij toch niemand meer toeliet, op te delen in ‘mini-appartementen’, een woord dat steeds terugkomt in de kronieken over deze gigantische bouwfraude, abuso edilizio in het Italiaans. De gemeente Rome had alleen toestemming gegeven voor de reparatie van de enorme hoeveelheid vierkante meters dak die zich boven de twee delen van het langgerekte Palazzo Torlonia aan de Via della Lungara uitstrekken. Natuurlijk niet voor het omturnen van een historisch palazzo op de monumentenlijst van Rome in ruim negentig ‘mini-appartementen’, al is onduidelijk wat er ‘mini’ was aan het appartement van bijvoorbeeld wijlen regisseur Bernardo Bertolucci, die er direct in 1976 kwam wonen en dat tot zijn dood in 2018 heeft gedaan.

Bertolucci had een mooi, groot appartement op de begane vloer van het Palazzo Torlonia aan de Via della Lungara, in het linkerdeel waar voorheen de paardenstallen lagen, en het koetshuis. Een prachtplek, naast de Porta Settimiana, de stadspoort in de Aureliaanse Muur naar de antieke volkswijk Trastevere. Hartje Rome, maar beschermd tegen indiscrete blikken dankzij een portier bij de ingang en een lange slalom door de ingewanden van het koetsgebouw voor je bij de deur van het Bertolucci-appartement uitkwam dat uitkeek op een stille binnentuin.

Ondanks het definitieve vonnis van het Hof van Cassatie in 1979 dat het hier een grove schending van de bestemming van het palazzo betrof en dat de vernietiging van het museum Torlonia en het in de kelder stouwen van 620 belangrijke beelden uit de oudheid ‘op een ongelooflijke manier, bovenop elkaar gepakt’ strafbaar was, is het vonnis nooit uitgevoerd. Dit zijn dingen die kunnen in Italië, zoals iedereen weet.

En de toen zeer fanatieke marxist Bertolucci, die in 1976 een vuistslag uitdeelde met zijn meesterwerk Novecento I en II, een soms gruwelijke aanklacht tegen de wandaden van het fascisme, kocht in datzelfde jaar zijn helemaal niet ‘mini’ appartement van de prins van Torlonia. Het feit dat de Torlonia’s zich na de Tweede Wereldoorlog in diepe stilte hadden teruggetrokken uit het openbare leven had alles te maken met de warme band tussen prins Giovanni Torlonia junior (1873-1938) en Mussolini. De Duce mocht tijdens zijn ‘Ventennio’ (‘De twintig jaar’, zoals de fascistische dictatuur in Italië vaak wordt genoemd) in de Villa Torlonia aan de Via Nomentana wonen, voor slechts één lire per jaar, een symbolisch huurbedrag. De smidszoon Mussolini en de boerendochter Rachele woonden er ver boven hun stand, in het Casino Nobile waar eerst de prins zelf had gewoond, maar hij stond het neoklassieke hoofdgebouw met zuilen graag af aan de man die het voor het zeggen had in Italië.

Oude man van Otricoli, plaatsje op de grens tussen Lazio en Umbrië. Het hoofd is Grieks, de buste Romeins. Typisch voorbeeld van een samengesteld beeld. Opmerkelijk omdat niet een keizer maar een burgerman wordt getoond © Lorenzo De Masi / Collezione Torlonia / ©FondazioneTorlonia PH

De Villa Torlonia met het omringende park was een fantastisch decor voor Mussolini’s regime in opmars, en hij liet zich er ook graag filmen en fotograferen, de trappen van het bordes op en af rennend in pofbroek en laarzen, of galopperend op zijn paard door het park. Van 1925 tot de val van zijn fascistische dictatuur in 1943 mocht hij er met de hele familie wonen, en het was dat de geschiedenis tussen hen is gekomen, want aan de Torlonia’s zou het niet hebben gelegen. Ook na de dood van Giovanni junior in 1938 bleef Mussolini de eregast voor één lire per jaar van diens broer, prins Carlo Torlonia, de vader van de latere ‘stronzo’ prins Alessandro (1925-2017), de laatste prins van de Torlonia’s.

Omdat de oorlog inmiddels was begonnen en Mussolini een scherp overlevingsinstinct had waar het hemzelf en de zijnen betrof, mocht hij een onderaardse bunker in het park van de Villa Torlonia laten graven op de plek waar een joods kerkhof uit de derde en vierde eeuw was aangetroffen. Op kosten van de Torlonia’s. Natuurlijk. De machthebber dien je, dat is de levensles van de oer-Torlonia, de Franse boerenzoon Marin Tourlonias (1725-1785) uit een klein stadje in de Auvergne in de buurt van Lyon, die rond 1750 naar Rome kwam en de basis voor de razendsnelle opmars van de familie legde in devote dienst van kardinaal Acquaviva.

De Torlonia’s bezaten zoveel landgoederen dat ze de beelden zo uit de grond konden halen

Maar nog even terug naar Bertolucci, die dus in hetzelfde jaar, 1976, zijn meesterwerk-aanklacht tegen het fascisme, Novecento, presenteerde op het festival van Cannes én zijn fijne appartement kocht van de in onmin geraakte Torlonia’s vanwege hun onmiskenbare steun aan de vanaf 1945 door heel Italië verguisde Mussolini. Moet je dat niet vreemd vinden?

‘Nee’, zegt Filippo Ceccarelli, ‘dat is Rome.’ Juist omdat Ceccarelli toonaangevend politiek commentator van de linkse La Repubblica is, de krant waarbij Bertolucci zich het meest thuis voelde en waarvoor hij sinds de jaren tachtig al zijn opiniestukken schreef, is het interessant. Want wat betekent ‘Dat is Rome’ in deze context?

‘Dat alle mooie plekken, antieke gebouwen, de manier van leven zoals iemand met goede smaak en geld het graag doet in Rome, in handen zijn van de adel en van het Vaticaan’, zegt Ceccarelli. ‘Rome is de meest promiscue stad ter wereld, waar je op hetzelfde feest de belangrijke politicus, de kardinaal, de afstammelingen van de adellijke families, en al wat zich om die macht beweegt, tegenkomt. Ze bezitten echt álles hier. En ja, Bertolucci wilde ook graag wonen op een mooie, bijzondere, historische plek in het hart van Rome. Neem ik aan, want hij is er niet meer, dus we kunnen het hem niet meer vragen. In dat Palazzo Torlonia van Trastevere, daar hebben zo veel artistieke beroemdheden gewoond, of wonen er nog. Natuurlijk, in de illegale appartementen, die door prins Torlonia zijn aangelegd zonder vergunning. Maar daar kraait geen haan naar in Rome, als de rechtspraak het ook niet doet. Weet je trouwens zeker dat Bertolucci het appartement had gekocht? Want de Torlonia’s zijn in één ding onverslaanbaar en dat is geld. De Torlonia’s verkopen nooit. De Torlonia’s kopen en potten op.’

En dat is de grote verklaring voor het feit dat een Franse familie van nouveau riches zich in relatief korte tijd – gemeten naar de eeuwigheid – kon binnenwerken en opwerken in het uiterst delicate spinnenweb van de Romeinse adel en al zijn bezittingen. Want inderdaad, de bankiers Torlonia waren onverslaanbaar met geld, en met geld kocht je alles; titels, kunstverzamelingen, palazzi, villa’s, en dus ook aanzien. De oer-Torlonia uit Frankrijk wist zich zo goed in te werken in de gunsten van kardinaal Acquaviva dat hij een aanzienlijk legaat kreeg bij diens dood, waarmee hij in 1764 een winkel in Franse luxestoffen kon openen vlak bij de Spaanse Trappen. De naam Tourlonias werd veranderd in Torlonia, en Marino timmerde voortvarend door aan de weg. Het prestigieuze Palazzo Raggi aan de Via del Corso werd gekocht en betrokken, waar naast de stoffenwinkel ook een bankfiliaal werd geopend.

En voor bankieren bleken de Torlonia’s geboren, zo snel ging het allemaal dat Marino’s zoon Giovanni Torlonia (1754-1829) de stoffenwinkel kon sluiten en zich helemaal op bankieren kon richten, dankzij lucratieve contracten met de pauselijke regering die het toen voor het zeggen had in Rome. Giovanni snapte ook dat je pas echt meedeed in Rome met een adellijke titel, en dat lukte ook, dankzij handig manoeuvreren en een goed huwelijk met de Duitse Anna Schultheiss, weduwe van een belangrijke Italiaanse bankier en ook een groot talent in het wheelen en dealen met de verschillende machten van het moment. De ideale echtgenote.

Uitnodiging om te dansen, een stampende satyr en een zittende nymf. Gevonden in 1830 in het park van de Villa dei Sette Bassi. Romeinse kopie van een Grieks origineel © Oliver Astrologo

In 1794 werd Giovanni Torlonia op voorspraak van de Prins van Fürstenberg bij de Heilige Stoel benoemd in de adelstand van het Heilige Romeinse Rijk. In 1809 schreef paus Pius VI hem bij in het Grote Boek van de Romeinse Adel met de titels Graaf van Bracciano en Markies van Romavecchia, twee landgoederen die hij had gekocht van de altijd in geldnood verkerende Romeinse adel, in dit geval de Odescalchi’s, en de titels verhuisden mee met de landgoederen. Vanaf toen ging het razendsnel met de argentier detous le regimens (bankier van alle regimenten), zoals Giovanni Torlonia werd genoemd dankzij zijn evenwichtskunsten tussen de pauselijke regering en de Franse overheerser, die in de slipstream van de Franse Revolutie ook Rome even dacht mee te pakken. In 1798 werd Rome de ‘Repubblica Romana’ onder Frans beheer, maar dat duurde maar een jaar, en bankier Giovanni Torlonia wist zich perfect in evenwicht te houden; enerzijds de bankier van de paus, anderzijds van de familie Bonaparte.

De belangrijkste en meest begeerde titel, die van prins, kocht hij in 1814, door het landgoed van Civitella Cesi, in bezit van de adellijke Pallavicini-familie, op te kopen. Civitella Cesi is een schattig, piepklein plaatsje op een rots van tufsteen waar ik toevallig vaak ben geweest. Het ligt in de provincie Viterbo, Noord-Lazio, en ik dacht dat het een insiders-tip was. De nog ongeveer twintig inwoners zitten altijd in dezelfde posities op het enige plein, waar een paar jaar geleden nog een bar was. Ze weten altijd wie je bent, al ben je er jaren niet geweest. Nu begrijp ik ineens waarom een uit een blad geknipte foto van de Amerikaanse actrice Brooke Shields in een lijstje in de bar hing. Zij is namelijk in zeker opzicht de hedendaagse Prinses van Civitella Cesi, als je even terugrekent. Brooke Shields’ grootmoeder was Donna Marina Torlonia van Civitella Cesi, gehuwd met de Amerikaan Francis Xavier Shields, amateur-tennisspeler. Samen kregen zij zoon Francis Alexander Shields, de vader van Brooke.

Hitler en Mussolini in de Galleria Borghese in Rome, 7 mei 1938. Tussen hen in kunsthistoricus Bianchi Bandinelli. Het gezelschap bestudeert Paolina Borghese als Venus Victorious, een beeld van Antonio Canova. Links de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Von Ribbentrop, rechts zijn Italiaanse collega graaf Ciano © Spaarnestad Photo

Het goedgekozen familiewapen van de Torlonia’s is een komeet, een ster die naar de hemel schiet. Na de prinsentitel verzamelde Giovanni nog wat andere titels, zoals Graaf van Poli, altijd gelinkt aan de landgoederen, parken en villa’s die hij in adembenemend tempo wist op te kopen. Het ging maar door: in 1797 de prachtige Villa Torlonia aan de Nomentanaweg waar later Mussolini zou wonen, opgekocht van de adellijke familie Colonna die het grote landgoed niet meer kon bekostigen. In 1807 het Palazzo Bolognetti óp het Piazza Venezia, de salon van Rome, ruim een eeuw later geruimd om er de ‘Suikertaart’ neer te zetten, het protserige altaar van het vaderland.

De bank van de Torlonia’s was de bank van het Vaticaan, van Napoleon, van de koningen van Spanje en van Sardinië, en van alle adellijke families van Rome; de Borghese’s, de Colonna’s, de Orsini’s. Stendhal schrijft in zijn Promenades dans Rome (1829) dat ‘de feesten van de Torlonia’s op het Piazza Venezia de mooiste en de best bezochte van Europa zijn’. En hij roemt de elegance suprême van de prinsessen Torlonia, die ‘zo gedistingeerd en nobel zijn dat ze hun gelijken in de wereld niet kennen’.

Er is nog één ding dat ontbreekt, weet de Prins van Civitella Cesi, Graaf van Bracciano, Markies van Romavecchia, bankier en pater familias Giovanni Torlonia (1754-1829), en dat is de Grote Belangrijke Beeldenverzameling. En ook hier heeft hij weer waanzinnig geluk, want het grote verzamelen stond toen nog in de kinderschoenen, en als er één plek ter wereld was waar je moest wezen, was het Rome natuurlijk. De Torlonia’s bezaten inmiddels zoveel landgoederen in en rond Rome dat ze de antieke beelden zo uit de grond konden laten halen. Maar meer nog dan dat was het opnieuw geld in combinatie met de juiste connecties en natuurlijk het zich bevinden op de juiste plaats en tijd in de geschiedenis. Want de legendarische beeldencollectie Torlonia is opgebouwd uit vele andere collecties, die juist op dat moment om de een of andere reden moesten worden verkocht.

Torlonia’s meestercoup was de antieke beeldencollectie van meesterbeeldhouwer en restaurateur Bartolomeo Cavaceppi, die stierf in 1799 en een adembenemende verzameling antieke beelden achterliet. Giovanni Torlonia kocht deze verzameling op – plus vele andere van de verpauperde Romeinse adel – en werd op die manier eigenlijk onbedoeld de schatbewaker van de Romeinse en Griekse oudheid, die door de eeuwen heen uit de Romeinse bodem tevoorschijn was gekomen.

‘En godzijdank!’ zegt de op dit moment werkloze Rome-gids Valentina, die haar bloeiende business net als vele anderen uit de toerismebranche voorlopig kan vergeten en in de tussentijd is gaan lesgeven op een middelbare school. ‘Ik ben de Torlonia’s heel dankbaar, ja, en ze kunnen mij niet vreemd en nors genoeg zijn. Dankzij hen zijn de topstukken die anders zeker weten aan privéverzamelaars zouden zijn verkocht bijeengebleven in één verzameling, waar we nu allemaal van kunnen genieten. Grazie, Torlonia!’


De tentoonstelling The Torlonia Marbles: Collecting Masterpieces is tot 15 januari gesloten, zoals alle Italiaanse musea. Daarna zal zij hopelijk weer opengaan en in ieder geval tot 29 juni te zien zijn in het Palazzo Caffarelli in Rome. Reserveren is nu niet mogelijk, vanaf 15 januari wel. museicapitolini.org