Tim henman

Voor de vierde keer sneuvelde hij voortijdig op Wimbledon. Niettemin is hij het symbool van het oude glorierijke Engeland: Tim Henman, het braafste jongetje van de klas.

TIM HENMAN. Engeland smult van hem. Tijdens Wimbledon is het land vergeven van de shirtjes, petjes, sjaaltjes en andere troep met zijn afbeelding erop. Duizenden meisjes verzamelen zich in fanclubs en noemen zich Tims Hens. Er heerst henmania. De vierentwintigjarige Timmy is twee weken lang de trots van het land van hope and glory. Helaas, dit jaar won Timbo weer niet op Wimbo. Afgelopen zaterdag zag half Engeland hoe Tim Henman opnieuw de finale niet haalde. Ditmaal ging hij onderuit tegen Pete Sampras. Even treurde het land weer om zijn gekwetste trots. De BBC-commentator constateerde mistroostig dat het voortaan niet tweeënzestig maar drieënzestig jaar geleden zou zijn dat voor het laatst een Engelsman het eigen toernooi won (namelijk Dave Perry in 1936). Engeland liet het andermaal afweten. Net als de voetballers op het WK Voetbal, de cricketers op het WK Cricket, de darters die sinds de komst van de Hollandse Barney in hun hemd staan en de rugbyers die ook al niets meer klaar schijnen te maken. Puur Engels drama - in vervolgafleveringen, want het was de vierde maal al dat Timmy voortijdig sneuvelde. Tims gevecht wordt gevolgd en becommentarieerd als een archetypisch verhaal vol Britse waarden en symbolen. Tim is de onbedorven jongen die dienstbaar strijdt voor zijn land tegen de Amerikaan Sampras, een reus uit de moderne wereld. Op Henmans imago staat het grote Engelse verlangen naar tijden van weleer geschreven. Wanneer de Britse kranten over hem schrijven, is het alsof hij afkomstig is uit het geïdealiseerde Engeland, ontstaan uit een nostalgisch verlangen naar hoe mooi en goed alles vroeger was. TELKENS WORDT benadrukt hoe fatsoenlijk Timmy is. Hij is het braafste jongetje uit de klas. Zijn haar zit altijd keurig over het voorhoofd. Hij tennist in keurig witte kleding zonder poespas in haar, oren of om de nek. Ook buiten de baan gedraagt hij zich keurig. Hij heeft een keurige vriendin met hetzelfde kortblonde kapsel dat Diana had en de net aangetrouwde royalty Sophie heeft. En hij woont niet in de stad maar in een keurige omgeving buiten Londen. Hij stamt van de juiste voorouders. Opa Henry Billington drong ooit drie keer door tot de derde ronde van Wimbledon in de tijd dat tennis nog tennis en Wimbledon nog Wimbledon was. Overgrootmoeder Ellen Stawell-Brown is een legende: zij baarde opzien door als eerste vrouw op Wimbledon bovenhands te serveren. Zijn jeugd is pas echt archetypisch. De kranten verlekkeren zich aan zijn komaf. Als daarover wordt geschreven, steken de clichés van het goede oude Engeland de kop op. Timmy groeit op in Oxford, waar zijn vader een gerespecteerd Oxfordshire advocaat en zijn moeder mode-ontwerpster is. Wanneer wordt verteld over zijn jeugd, rijst het beeld op van lange middagen onder oude bomen. Moeder, of liever de butler, serveert thee met komkommersandwiches. Vader drinkt misschien een glas warm bier. Tim en zijn broertjes dollen op het gras met de hond of ze staan in witte tenniskleding op de baan die hun ouders bij het huis hebben laten aanleggen. Op de achtergrond golven de heuvels. Tim heeft een kostschoolpakje aan. Op zijn blazer prijkt het embleem van de peperdure Dragon School. Hij en zijn broers leren dat je in het openbaar niet te veel mag detoneren. Je lacht - of juicht - niet te hard, je huilt nooit en als iets pijn doet, dan bijt je op je stiff upper lip. Elke hint naar intimiteit wuif je weg met een beschaafd lachje. IN 1996 INTERVIEWT Anna Blundy hem voor Times Magazine. Ze beklaagt zich over de defensieve houding van de jonge ster. Henman vat de vragen op als een poging zijn gewoonheid aan te vallen. Hij gebruikt voortdurend achtervoegsels als: ‘Doesn’t everyone?’ Dat werkt averechts. Blundy: 'He makes the interviewer think that far from being normal, he has in fact as many cliché skeletons in his closet as the rest of us.’ Maar daar wil Engeland vooralsnog niets van weten. Timmy is de zoetste jongen van het land. Dat hij de finale niet haalt? Dat komt omdat hij te lief is. Hij is niet gemeen genoeg. Deze aflevering van Wimbledon lieten zelfs twee oud-winnaars zich uit over Henmans gebrek aan killer-instinct. Pat Cash stelde dat Henman meer dierlijke agressie nodig heeft. Hij zou vastberadener moeten zijn en twee weken lang alles en iedereen moeten haten. En ook John McEnroe zei dat Timmy gemener moet worden. Hij zou eens flink een scheidsrechter moeten uitkafferen. Henman antwoordde in stijl: 'Als McEnroe zoiets zegt, dan luister je natuurlijk. Misschien heeft hij gelijk. Als het moment komt om met een racket te smijten, dan zal ik dat overwegen.’ Nogmaals: het is puur Engels drama. Het gaat over de verfijnde jongen die zich niet kan conformeren aan de keiharde merites van de moderne wereld. In England is Mine heeft de schrijver Michael Bracewell het over 'England as Arcady’. De Engelse geschiedenis is vervuld van het verlangen naar een geïdealiseerd verleden. In de geschiedenis, ook de persoonlijke, is men op zoek naar een tijd van eerlijkheid, onschuld en oorspronkelijkheid. Hij signaleert: 'a need within the psyche of Englishness to look back to an idealized past (think of the cult of domestic Edwardinia, pot pourri and cottage industry that flourishes in the marketing of “Englishness” in the 1990’s), and Arcady, as the mother and father of our prelapsarian innocence, is recalled with the sentimental nostalgia of infantilism: the adult reflex that yearns in crisis to re-create the remembered comfort and security of childhood’. Bracewells onderzoek richt zich op popmuziek en het is zijn verdienste dat hij laat zien dat de moderne tijd niet breekt met dit verlangen maar dat popmuziek (de punk van Johnny Rotten en de Sex Pistols en de new wave van The Cure) juist nieuwe variaties op het oude thema brengt. En nu is er dus tennisster Tim Henman op wie het aloude Engelse verlangen naar een ideaal verleden wordt geprojecteerd. Want wat Tim zou missen, is ook wat hem siert. Timmy is een pretty nice chap. Een good sport. Hij maakt zijn tegenstander niet af maar laat hem in zijn waarde. Omdat hij te lief, lees: te onschuldig is. Hij wil niemand afmaken. Hij is een argeloos jongetje dat is verdwaald in een moderne wereld van niets ontziende tennismachines, van het nieuwe Wimbledon van televisiecamera’s en Coca-Cola. Tim hoort daar niet. Hij hoort op een met gras begroeide heuvel waar hij onder een oude boom een balletje kan slaan. The Independent kopte vorig jaar nadat Timmy in de halve finale was ge sneuveld: 'Drive, dignity, lovely manners, but are they the stuff of champions? ALTHANS, DIT IS het verhaal van de kranten en televisie. Want in het echt is Tim natuurlijk niet zo'n eitje. Wel eens goed gekeken naar het vuistje dat hij na een gewonnen punt maakt? Dat verraadt fanatieke concentratie. En de manier waarop hij tussen een rally door even omhoogkijkt? Dat is een stille schreeuw om steun van het publiek. Elk middel wordt ingezet om te winnen. Te onschuldig? Hij gaf toe het dopingmiddel creatine te hebben gebruikt. Te lief en beheerst? Bij zijn debuut in 1994 werd Henman de eerste speler die werd gediskwalificeerd omdat hij uit woede om een verloren punt een bal wegsloeg die een ballenmeisje vol in het gezicht raakte. Niet fanatiek genoeg? Zijn moeder herinnert zich hoe de kleine Timmy constant wilde tennissen. Op zijn negende werd hij toegelaten tot het prestigieuze tennisklasje van David Lloyd, die later vertelde dat het enige wat Henman echt interesseerde was: Wimbledon. 'He used to cry whenever he lost. What I like most of all about Tim was his quality of never giving in. He wanted succes badly, even at that age.’ Arme Tim. Al die last op zijn schouders. En dat terwijl misschien, heel misschien rekening gehouden dient te worden met het feit dat Tim Henman gewoon niet goed genoeg is.