Economie

Timmermans

In de winter van 2014 stond ik samen met Thierry Baudet in de Tweede Kamer om een parlementair debat aan te zwengelen over de onacceptabele aantasting van de Nederlandse begrotingsautonomie door het aangescherpte begrotingspact van de euro. Ondanks steun van Partij voor de Dieren, ChristenUnie, SP, PVV en GroenLinks kreeg geen enkele motie van die strekking een meerderheid. De middenpartijen vonden onze angsten overdreven, betwistten dat de grotere zeggenschap die de Europese Commissie met het pact over nationale begrotingen kreeg ondemocratisch was en vonden het een goede zaak dat begrotingstekorten werden verboden en te hoge staatsschulden moesten worden afgebouwd.

Het bontst maakte toenmalig minister Timmermans het. Hij verweet ons dat wij een soevereiniteitsillusie najaagden: wie soeverein wil zijn moet niet vreemd opkijken als hij zichzelf totaal isoleert. Het verraadde een onvoorstelbaar gebrek aan prioriteiten en politiek gevoel bij Timmermans. Alsof Europese normering van schroefjes, boutjes en stekkertjes hetzelfde is als ongekozen technocraten het laatste woord geven over nationale begrotingen. En alsof het aangaat om zonder democratische instemming een verbod op progressief (lees: keynesiaans) begrotingsbeleid af te kondigen.

Want dat is waar het begrotingspact 2.0 op neerkwam: radicale uitholling van de begrotingsautonomie. Alle lidstaten zouden in het Duitse gelid van het begrotingsevenwicht moeten lopen. Zoals de Raad van State een jaar eerder, in een officiële Voorlichting aan de Eerste Kamer, bezorgd had geconstateerd: het aangescherpte begrotingspact zou aanzienlijke ‘consequenties hebben voor de rol van nationale parlementen’ en leiden tot ‘democratische vervreemding’.

De Raad heeft gelijk gekregen. Na de langste, meest stupide, want vermijdbare economische recessie ooit, zijn de middenpartijen in de hele eurozone weggevaagd, ligt de elite vanwege incompetentie en toondoofheid overal onder vuur en staan de uitdagers van links en rechts op het punt om de boel over te nemen.

Ik voorspel een bloedbad onder de middenpartijen

En nog snapt het establishment het niet. Neem het vuurgevecht dat momenteel tussen Commissie en Italiaanse regering plaatsvindt. Italiaanse kiezers hebben gekozen voor partijen die radicaal breken met de bezuinigingsknoet die eigenlijk al sinds 1992 over Europa gaat.

Anders dan Nederlandse media doen voorkomen, is Italië namelijk al vijftien jaar het braafste jongetje van de klas. Het land heeft de afgelopen twintig jaar meer begrotingsoverschotten geboekt dan Duitsland. En is er ondanks een grote bankencrisis in geslaagd de staatsschuld over diezelfde periode aanzienlijk terug te dringen. Met voorspelbare gevolgen: krimp door stagnerende lonen en dalende binnenlandse bestedingen. En dus is de Italiaanse economie anno 2018 nog altijd kleiner dan voor de crisis en is het reële besteedbaar inkomen per huishouden lager dan voor de introductie van de euro.

Genoeg is genoeg, hebben Italiaanse kiezers gedacht. En dus hebben ze gestemd voor partijen die gezond verstand lieten zegevieren boven het telraampje van de Commissie. Weg met de Duitse fetisj met het begrotingstekort, leve het keynesiaanse recept dat ons na de oorlog drie decennia van economische groei heeft bezorgd. En laten we er dan voor zorgen dat ook burgers aan de onderkant van de samenleving profiteren. Die zullen de inkomsten eerder aan eerste levensbehoeften uitgeven dan aan Volkswagens. En dus zal de bestedingsimpuls meer de Italiaanse economie helpen dan de Duitse.

Mag niet van de Commissie. De prioriteit van de Italiaanse regering moet liggen bij het terugwinnen van het vertrouwen van beleggers als BlackRock en Pimco. En om dat af te dwingen is de Commissie een wonderlijke kongsi aangegaan met de orthodoxe hoofdeconomen van de grote institutionele beleggers. De strepen in het zand die de Commissie trekt (tekort moet onder de drie procent; schuld onder de negentig procent) zijn voor beleggers de waarschuwingssignalen geworden die de opslag op de Italiaanse staatsschuld moeten verhogen: die was 1,7 procent begin 2017 en is 3,5 procent nu.

Wie niet horen wil, moet voelen. Het is een strategie die de Commissie met veel succes in Griekenland heeft toegepast en die tekenend is voor de fundamentele onverenigbaarheid van democratie en muntunie. Ik voorspel een electoraal bloedbad onder de middenpartijen mei volgend jaar. En zeker onder de sociaal-democraten, die het hebben bestaan om Timmermans, die belichaming van politieke zelfgenoegzaamheid, tot ‘Spitzenkandidat’ uit te roepen.