Timmermansoog

Viktor Frölke
Fake
Meulenhoff, 351 blz., € 19,90

Advocaat Vincent wil zich losmaken van zijn eigen leven. In het holst van de nacht verlaat hij zijn New Yorkse appartement, laat hij zijn vrouw en kind achter en begint een hachelijke trektocht naar de andere kant van het land. Onderweg laat hij zich ‘sodomiseren’ door een she-male, verbouwt een plastisch chirurg zijn kop en trekt hij tijdelijk in bij een gepensioneerde psychiater die hem Dostojevski laat voorlezen. Alles om zijn karakter af te stompen, totdat er niets van over is.

Debutant Viktor Frölke (leeftijd onbekend) weet dat je je verleden niet kunt wegstrepen. Frölke schijnt het correspondentschap (NRC Handelsblad) helemaal de rug toe te hebben gekeerd, maar in alles gaat Fake over zijn voormalige standplaats, de Verenigde Staten. Wat is er Amerikaanser dan jezelf opnieuw uitvinden?

Fake is 351 pagina’s en dat is te veel. Geen taxichauffeur kan passeren zonder dat eerst zijn levensloop wordt vermeld. Daar is de wereld te groot voor; een schrijver moet keuzes maken. Daarmee is dan wel het compliment op zijn plaats dat Frölke de vaart erin weet te houden. Hij schrijft vlot, strooit met oneliners en werkt naar een onvermijdelijke climax toe die zich niet laat voorspellen, en waardoor je niet ophoudt met lezen. Keert Vincent terug naar het leven dat hij heeft achtergelaten? Natuurlijk kan dat nooit helemaal, niemand reist zonder bagage. Ergens weet Vincent dat en die cognitieve dissonantie wringt en geeft het boek de tragiek die het nodig heeft.

Het doet wat grunbergiaans aan – dat thema van je identiteit weggommen, de gedienstige relatie met oudere vrouwen, de absurde seksscènes. Zelfs de oneliners doen er soms aan denken. ‘Pijpen, net als verhuizen, is een vak’; ‘Leegte is een noodzakelijke voorwaarde voor vrijheid’; ‘Wat is de liefde zonder voortplanting? Hobbyisme.’ Uiteindelijk noemt Vincent zich ‘een colporteur van zijn eigen leven’. Dat rings a bell.

Maar Grunberg, en met name zijn on the road-_roman _Fantoompijn, zal hooguit een inspiratie zijn geweest; Frölke heeft niet geprobeerd hem te imiteren, daarvoor heeft het boek een te eigen karakter en Frölke een eigen stemgeluid.

Beste oneliner (tenminste, voor iedereen die wel eens in Kansas is geweest): ‘Kansas doet werkelijk geen enkele moeite om op zijn minst de indruk te wekken dat er iets belangwekkends gebeurt buiten het fokken van kippen, kalveren, varkens en andere ongelukkige diersoorten onder dieronterende omstandigheden.’ Frölke kan zijn correspondentschap opgegeven hebben, zijn journalistieke timmermansoog is hij niet kwijt.