Tippelen van hot naar haar

Het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer loopt te hoop. Tegen de geplande tippelzone bij hun volkstuintjes. Met nogal eigenaardige argumenten, meent Bernadette de Wit. Pleidooi voor een fatsoenlijk tippelbeleid.
‘KONDEN WE MAAR terug naar de De Ruyterkade.’ Jane, van beroep straatprostituee, is even verzonken in herinneringen aan ‘die romantische tijd’ toen de Amsterdamse overheid tippelen achter het Centraal Station gedoogde. ‘Het was daar gevaarlijker dan hier op de Oostelijke Handelskade, maar het had iets. Reizigers, hoeren en dolende zielen bij elkaar. Ons werk hoort bij het hart van de stad, vind ik.’

Net als de andere vrouwen die tussen het ‘afwerken’ van klanten door een kop soep of een tosti nuttigen in de 'huiskamer’, een gebouwtje met de naam Mirjamhuis waar religieuzen en vrijwilligers hun de mogelijkheid bieden om even tot rust te komen, is Jane tegen de voorgenomen verplaatsing van de tippelzone naar de Theemsweg. Dat er na al die jaren eindelijk een officiele tippelzone komt doet haar deugd, maar hoezo moet die op zo'n afgelegen plaats worden gevestigd? Jane: 'Het is een statement van de politiek. We worden verbannen.’ De verslaafde prostituees reageren gelatener. 'Je moet straks zeven kilometer lopen’, zegt Els, 'maar dat zijn we gewend.’
Onder de bezoeksters en vrijwilligers van het Mirjamhuis leeft enige bezorgdheid dat de verslaafden, voor wie de tippelzone is bedoeld, straks zullen onderduiken omdat ze de weg naar de Theemsweg te lang vinden of geen geld voor het openbaar vervoer overhouden. Wethouder Jikkie van der Giessen, die de openbare gezondheidzorg in haar portefeuille heeft, deelt de bezwaren niet: 'Utrecht ligt verder weg en daar gaan veel vrouwen uit Amsterdam werken. Bij het nieuwe stadion in de Bijlmer tippelen ze ook.’
Wel constateert ze sinds de opening van de tijdelijke tippelzone aan de Oostelijke Handelskade een 'lichte verdringing van verslaafde door niet-gebruikende prostituees. Ik heb er geen moeite mee als dat blijvend is. Ook transseksuelen en bijklussers kunnen tbc oplopen of seropositief zijn. De GG & GD zal daar genoeg te doen hebben op het spreekuur.’
HET ZIET ERNAAR uit dat de vestiging van de tippelzone aan de Theemsweg nu eindelijk doorgaat, de lopende juridische bezwaarprocedures ten spijt. Sinds zijn aantreden heeft burgemeester Patijn zich er sterk voor gemaakt, op verzoek van wethouder Van der Giessen. Onder Van Thijn schoot de zaak niet op, omdat raad en college geloofden in ontmoediging van hard drugs en principieel niet mee wilden werken aan het toestaan van 'de meest onveilige vorm van prostitutie’. Terwijl in Utrecht en Rotterdam al succesvolle tippelzones in het leven waren geroepen, bleef de als tijdelijk bedoelde gedoogzone aan de De Ruyterkade maar voortbestaan, ondanks klachten van buurtbewoners. Ook prostituees zelf beklaagden zich over steeds zwaardere werkomstandigheden tengevolge van het gemeentelijke opjaagbeleid. Totdat de NS de sporen wilde verbreden en het Mirjamhuis moest worden gesloopt.
Op 1 januari van dit jaar ging de eerste, nog officieuze tippelzone aan de Oostelijke Handelskade open. In korte tijd nam - dank zij het politietoezicht en de sociale controle die uitgaat van het verplaatste Mirjamhuis - het geweld tegen de vrouwen af. Op 29 juni besloot de gemeenteraad dan eindelijk dat de Algemene Plaatselijke Verordening zou worden veranderd, om de vestiging van een officiele tippelzone mogelijk te maken. Tippelen wordt nergens meer toegestaan, behalve op de plaatsen die het college vanr B & W aanwijst. Uit een onderzoek kwamen de Theemsweg en de Transformatorweg naar voren als geschikte plaatsen, omdat deze ver genoeg verwijderd liggen van woonwijken. Er mag immers geen overlast voor de buurt ontstaan.
De Theemsweg zit ingeklemd tussen twee spoorlijnen, naar Haarlem en naar Zaandam, ten oosten van het bedrijvengebied Sloterdijk III en op bijna tweeeneenhalve kilometer afstand van station Sloterdijk. Bestuurlijk valt het gebied onder de centrale stad, maar het ligt vlakbij volkstuinen en een sportcomplex waar bewoners uit het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer hun vrije tijd doorbrengen. Er kwamen binnen de gestelde termijn 228 bezwaarschriften van buurtbewoners binnen, waaronder een van het stadsdeelbestuur van Geuzenveld- Slotermeer. Het stadsdeelbestuur hoopt door samen met de bewoners veel amok te maken hetzelfde te bereiken als eerder het stadsdeel Westerpark, waar de vestiging van de tippelzone op de Transformatorweg kon worden verijdeld. Jammer voor de straatprostituees, want die laatste plaats lag veel dichter bij het centrum.
OP EEN HOORZITTING in augustus liet het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer zich vertegenwoordigen door de als eminent bekend staande jurist Peter Nicolai. Hij viel direct op door de aandacht te vestigen op zijn ego. Hij was gepikeerd dat Patijn en Van der Giessen niet aanwezig waren om hem aan te horen; het was hem ontgaan dat dergelijke hoorzittingen in Amsterdam gewoonlijk door ambtenaren worden geleid.
De argumentatie van Nicolai draait om de bewering dat de gemeente Amsterdam met de instelling van een gedoogzone de 'exploitatie van zieken en zwakken’ stimuleert, hetgeen de bestuursrechtsgeleerde immoreel noemt en gelijk stelde aan een 'pooiersmentaliteit’.
Kern van zijn strategie is het opvoeren van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht, dat geslachtsgemeenschap met bewusteloze, krankzinnige of anderszins onmachtige personen verbiedt. Ernstig verslaafde prostituees zijn volgens hem met hen te vergelijken, omdat zij 'niet in staat zijn hun wil vrij te bepalen’. Nicolai raadpleegde het Clara Wichmanninstituut, dat hem dit wel erg grote gebaar afraadde wegens gebrek aan haalbaarheid. De wetenschapsters aldaar zullen zonder twijfel ironisch hebben geglimlacht om zijn plotselinge begaanheid met het weinig benijdenswaardige lot van deze categorie vrouwen, toevallig juist op het ogenblik dat Geuzenveld-Slotermeer te kennen gaf de tippelzone niet in de eigen achtertuin te willen.
Verblind door hoogstaande gevoelens heeft Nicolai zich niet goed gedocumenteerd. Hij wijst als grootste gevaar aan het gegeven dat 'het merendeel van de heroinehoertjes aan aids lijdt’. Volgens het jaarverslag van de Prostitutie- en Passanten-Polikliniek van de GG & GD, die hulp verleent aan verslaafde prostituees, zijn 179 van de 271 clientes getest op hiv. Daarvan blijkt niet de meerderheid maar een derde seropositief, wat bovendien niet hetzelfde is als aids hebben. De besmetting is in de meeste gevallen overigens niet veroorzaakt door seks maar door onveilig spuiten. Verder kwamen er in 1993 bij een derde van de 271 clientes een of meer geslachtsziekten voor. Met andere woorden: twee derde liep dat jaar nooit gonorroe, chlamydia of andere aandoeningen op die door seks worden overgedragen.
De cijfers vallen eigenlijk reuze mee voor een groep met zo veel sekspartners. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de meeste verslaafden veilig vrijen. Slechts een beperkte groep is verantwoordelijk voor onveilig gedrag; vermoedelijk dezelfde vrouwen die het meest excessief drugs gebruiken, het minst om hun lichaam geven en een lage eigendunk hebben. Dat nu is de voornaamste doelgroep van het beleid van de gemeente. De tippelzone kan de onderhandelingspositie van de vrouwen verbeteren ten opzichte van klanten die te goedkoop of zonder condoom willen, of die geweld gebruiken. Er is politietoezicht en de hulpverlening is bij de hand. Op de tippelzone kan gemakkelijker aan het voorkomen van epidemieen worden gewerkt.
MAAR PETER Nicolai, en met hem stadsdeelvoorzitter Rob Sawade, willen niet van deze verstandige, pragmatische benadering horen. Zij pleiten voor een volledige uitbanning van de tippelprostitutie op principiele gronden. Dat inmiddels achterhaalde streven willen ze bereiken door de kentekens van de mannen die gebruik maken van deze vorm van dienstverlening te noteren, hun een straatverbod op te leggen en hen op te jagen. Zo hopen ze te bewerkstelligen dat zij overstappen naar de 'gezonde prostitutie’ op de Wallen en in clubs. De 'heroinehoertjes’ moeten worden geholpen door hen te laten afkicken, desnoods onder dwang, voor hun eigen bestwil.
Met zulke vrienden hebben de verslaafde prostituees geen vijanden nodig, zou je zeggen. Het verkleinwoord, evenals de gekozen strategie, verraden de superieure afstand die de beide mannen aannemen tegenover hun verslaafde Amsterdamse medeburgers. Waren ze bereid geweest om met de betrokken vrouwen te spreken en naar hulpverleners te luisteren, dan hadden ze hun houding moeten laten varen. Liever vertolken de beide Prinzipienreiter echter het gezonde volksgevoel in de buurt. Rob Sawade gaat er prat op 'dicht bij de burgers’ te staan en 'de leefbaarheid’ hoog in het vaandel te voeren. Daartoe is hij gekozen, zegt hij. Het is een niet bedoelde interpretatie van het idee van wijlen Jan Schaefer: het stadsdeelbestuur als primus inter pares, in dit geval als buurtchauvinist.
HEEL VOORSPELBAAR werd dat volksgevoel vorige week, tijdens de vergadering van de commissie voor Algemeen Bestuurlijke en Juridische Zaken, langs etnische scheidslijnen naar voren gebracht. De commissie, die vergaderde om het definitieve besluit over de wijziging van de APV voor te bereiden, moest worden geschorst vanwege het tumult en verkaste van de Boekmanzaal naar een kleine kamer. Op de voorste zeven rijen van de Boekmanzaal zaten uitsluitend autochtonen (m/v), terwijl de achterste vijf waren gevuld met Turkse en Marokkaanse mannen. Wie al niet met zijn buurtgenoten van andere komaf mengt, kan zich al helemaal niet inleven in verslaafden.
Het kan de buurtbewoners nauwelijks kwalijk genomen worden dat ze bang zijn voor overlast en 'uitwaaiering’ van dealers en pooiers. Met zo'n stadsdeelbestuur, dat het verkeerde voorbeeld geeft door zich te bezondigen aan gelegenheidsargumenten, is het lastig om geloof te hechten aan de toezeggingen van de gemeente over 'beheersbaarheid’. Pikant was dat enkele vrouwen vooral bang waren dat de bevolking zou worden blootgesteld aan hiv. Kennelijk hebben zij weinig fiducie in hun eigen echtgenoten. Op de tippelzone zie je inderdaad heel wat auto’s met kinderzitjes achterin.
Al even komisch was de inspreekster die betoogde dat nu 'wij vrouwen’ tegenwoordig 'mogen participeren op de arbeidsmarkt’, natuurlijk in deeltijd om 'onze gezinstaken’ niet te verwaarlozen, 'wij’ na ons werk nota bene op het stationsplein van Sloterdijk 'aan aids lijdende heroinehoeren kunnen tegenkomen!’ Na deze mededeling plaatste ze een stilte, waarop applaus volgde. Je zag burgemeester Patijn oprecht peinzen wat in ’s hemelsnaam het verband was tussen het tegenkomen van een tippelprostituee en de vrouwenemancipatie.
In elk geval behoeft de beeldvorming van de toekomstige gebruiksters van de tippelzone enige correctie middels overheidsvoorlichting. Voor buitenstaanders en volgens de criteria van gezondheidsprofessionals mag de lijdensdruk van verslaafde prostituees hoog zijn, de vrouwen zelf lijken die subjectief lang niet altijd te voelen. In plaats van de nadruk te leggen op de zwakte van deze vrouwen, kan men hun eerder een bovenmenselijke kracht toeschrijven. Het is niet niks om te overleven als je verslaafd bent aan een verboden genotmiddel, seropositief en ook nog behept met een incestverleden.
In haar reactie op de bezwaarschriften benadrukte wethouder Van der Giessen dat 'de drang’ om mee te doen aan programma’s gericht op het tegengaan van ziekteverspreiding, op schuldsanering, psychiatrische problemen en afkicken wordt 'geintensiveerd’. De GG & GD is daarentegen tamelijk sceptisch over verschillende vormen van dwang of drang. Elke verslaafde heeft een eigen levensgeschiedenis. Het blijkt dat alleen gemotiveerde clienten afkicken. In veel gevallen blijken gebeurtenissen als het bereiken van de leeftijd van veertig jaar of verliefd worden voor een omslagpunt te zorgen - zonder tussenkomst van hulpverleners dus. De emancipatie van verslaafde prostituees is een langdurig proces, dat vooral geduld vraagt van de hulpverlening. Na verloop van tijd gaan ze dank zij het regelmatige contact met het Mirjamhuis en de GG & GD beter voor zichzelf zorgen en ontwikkelen ze een gezonder zelfbeeld. Dat geduld staat haaks op de emoties, het gebrek aan kennis en de minimale tolerantie onder veel Amsterdammers.
OVER DIT PROBLEEM gaat de nota De omstreden vestiging van noodzakelijke voorzieningen, een interessant werkstuk van de afdeling Bestuurscontacten van de gemeente uit 1992. Aanleiding zijn de weerstanden die ontstaan telkens wanneer een opvang- of hulpvoorziening voor kwetsbare groepen aan de orde is. Als de gemeente niet goed omspringt met die weerstanden, is de vestiging van een pension voor daklozen, een instelling voor randgroepjongeren of, in dit geval, een tippelzone, een tijdrovende en energieverslindende aangelegenheid. Het is zaak om de verantwoordelijkheden nauwgezet te bepalen, te anticiperen op mogelijke overlast en daar oplossingen voor te verzinnen, hetgeen leidt tot eisen aan de plaats, het gebouw en het beheer.
Vervolgens moet de gemeente bepalen of de buurt mag meepraten over de plaats, dan wel zorgvuldig wordt geinformeerd over de reden van vestiging en de gekozen plaats. Ook moeten de voorwaarden voor het goed functioneren van de voorziening worden nageleefd. In het geval van de tippelzone had de gemeente al besloten dat deze niet 'referendabel’ was, omdat het hier om een kwetsbare groep Amsterdammers ging.
Je kunt je afvragen of de communicatie met de bewoners uit Geuzenveld-Slotermeer beter had gekund. Dat is een lastige vraag, aangezien burgers tegenwoordig bij voorkeur zelf het slachtoffer uithangen. Dat weerhoudt de gemeente er niet van om in de inrichting en het toezicht alles op alles te zetten om overlast en uitwaaiering te voorkomen. Er komen maar liefst elf politiebeambten bij om hiervoor zorg te dragen. Daarnaast overweegt het College om heroine te gaan verstrekken in de tippelzone. Gezien het grote verloop onder de vrouwen is het echter niet eenvoudig om daarvoor criteria vast te stellen.
Ook het voornemen om te onderzoeken of in een aantal buurten een 'gebruikersruimte’ kan worden ingesteld, onder goede regie en met een registratiesysteem, zal zonder twijfel lucht geven in het drugsprobleem. Want dat wordt uiteindelijk nog altijd veroorzaakt door de handhaving van de Opiumwet. Als Nederland de durf zou hebben om de door de ministers Sorgdrager en Borst voorgestane verdere liberalisatie door te zetten, en de druk van Frankrijk te weerstaan, dan zou er op den duur een gezondheidsprobleem overblijven. De ongewenste vermenging van openbare-ordebeleid en hulpverlening komt dan tot een einde. Wellicht kan tegen die tijd de tippelprostitutie weer terug naar de stad, waar zij toch eerder thuishoort dan dichtbij een volkstuinenvereniging.