Tips van onze kunstcritici

Een selectie uit het kunstaanbod van de week door onze critici. Met onder meer: Bloed, zweet en blaren, Reinier Lucassen en het Imagine-filmfestival

Medium tcm17304857 large

Televisie

Mijn ‘guilty pleasure’ is reality-tv over grote kunstinstellingen. Het haalt het uiteraard niet bij een gedegen (en liefst nog kunstzinnige) documentaire over zulke instanties. Het is vaak op of over de rand van pr. Het hangt soms met touwtjes aan elkaar van de ditjes en datjes. Maar kennelijk ben ik snob en voyeur genoeg om een kijkje achter de schermen, coulissen, museummuren, concertzalen op voorhand leuk te vinden. En omdat de tv zijn pappenheimers kent word ik regelmatig op mijn wenken bediend, meestal door de Avro, die voor me gluurt bij Rijksmuseum, Concertgebouw of momenteel Het Nationale Ballet. Bloed, zweet en blaren heten die nu lopende dansreportages waarin steeds weer andere leden van corps de ballet, toneelmeesters, fysiotherapeuten, docenten en solisten gevolgd worden in en buiten het werk. De titel zo adequaat als maar kan, want met mijnwerker moet danser het zwaarste beroep ter wereld zijn, topsporters meegerekend. ‘Balletwarriors’ zijn we, zegt Alexander Zembrovskyy uit Kiev, tweede solist, zonder enige opschepperij en geheel naar waarheid. Kort daarop moet hij na een solo in Giselle aan het zuurstofmasker want het gezelschap is in aflevering drie op tournee in het hooggelegen Bogota. Aanstaande zaterdag zullen we meemaken hoe hij voor de zoveelste keer aan zijn voet geopereerd wordt. Zoals we eerder gehuiverd hebben met de onovertroffen Igone de Jongh die fysiek dreigt te bezwijken voor de herneming van ‘Sleeping Beauty’, zwaarste aller klassieke rollen. Wie louter registratie van prachtballetten wil of documentaire diepgang moet het vooral laten passeren. Maar alleen al het beeld van Hans van Maanen, die muze Igone na de première achter het doek complimenteert en in schaterlachen uitbarst als hij ziet dat de uitgeputte topballerina in prachtige witte tutu een fikse Nike-rugzak draagt (‘geen gezicht!’), dat beloont het kijken. Heeft ze ook nog haar driejarig zoontje aan de hand. Zó schattig. En dat haar man danser was en tegenwoordig filmer voor het gezelschap; zoals ook de productieleider danser was; net als de dame die de complexe roosters maakt; net als menig docent – dat maakt duidelijk dat het een incestueuze bende is bij het ballet. Maar veel meer nog hoe begrijpelijk dat is in een zo zwaar beroep dat maar zo kort kan uitgeoefend en waarin ook niet-dansend personeel maximaal betrokken moet zijn en vooral moet begrijpen waarom het draait. Cornald Maas leidt in en uit en dat is absoluut niet hinderlijk. Zaterdags, Nederland 2, 21.15 uur.
(Walter van der Kooi)

Muziek:

Happy Het was al het meest vrolijk makende nummer van 2014, die lentehit van Pharell Williams, maar bij de clip van zijn Happy die onlangs ter ere van World Down Syndrome Day werd uitgebracht, is het helemaal onmogelijk een grijns te voorkomen:

Record Store Day Het begon als een ode aan de bedreigde platenzaak, overal ter wereld. Inmiddels is het uitgegroeid tot een internationaal festival, maar dan nog steeds in de Plato’s, Concerto’s en Sounds van deze wereld. Veel grote artiesten komen dit jaar met een speciaal voor Record Store Day gemaakte single of zelfs ep, en de lijst met concerten in platenzaken is indrukwekkend. Hallo Venray speelt in Sounds in Tilburg, de optreedlijst van Kroese in Arnhem is bijna ongeloofwaardig lang (onder anderen Blaudzun, verse Edison-winnaar Jett Rebel en Moss) en in Amsterdam speelt onder meer Elle Bandita in The Independent Outlet, The Kik in Concerto, Shaking Godspeed in Velvet Music en Joep Pelt in Fame.

De volledige lijst staat hier.
(Leon Verdonschot)

Theater: Artemis speelt De dag dat de papegaai zelf iets wilde zeggen

Laten we voor alle zekerheid één ding vaststellen: deze voorstelling gaat niet over papegaaien en ook niet over napraten. Er wordt wel in na-gepraat. Zoals het publiek aan het begin kan vaststellen. Het openingskwartier is overrompelend melig én kei-goed tegelijkertijd. Er wordt in woord en (onhandig) gebaar op de speelvloer gedemonstreerd waar het ’t komend anderhalf uur allemaal wél en niét naartoe kan. En dan zijn ‘ze’, de drie spelers, die ene ‘beroemdheid’ en de techniekers, nog niet eens begonnen. Over hoe je een voorstelling begint, daar gaat het in dat eerste kwartier ook over. Zoals de voorstellingen van Jetse Batelaan (35, stoer krijgerkind onder de toneelsleutelaars) ook altijd gaat over wat dat nou precies kán zijn, toneel maken, opkomen, kunstjes doen, beroemd zijn. Vindt u deze recensie al saai? Dat is mooi! Of liever: dat is Fijn, zoals Jetse Batelaan via een lampjesreclame aan ons laat weten.
Steeds, in deze voorstelling met die heerlijk-lange-titel, als je denkt: begint het nou een keer? of: schiet het een beetje op? dan begint er iets, waardoor alles ook meteen opschiet. Jetse Batelaan en zijn spelers jongleren behendig met ons geduld. Net als we gewend zijn aan het struikgewas aan herhalingen van teksten en vondsten ontploft er iets, komt er ergens rook of licht uit, of knalt er een figuur van woede uit elkaar. En als je dan denkt: kan het een tandje minder, dan ontstaat er op het toneel een stille liefdesscène waarin de partners elkaars teksten dusdanig door elkaar klutsen, dat op den duur niet meer duidelijk is wié op wié verliefd is en wié precies wié door wát in de war wil brengen.
Zo doet een speler opeens een stemoefening, die later als ‘lichtreclame’ in de voorstelling terugkeert. De ‘beroemdheid’ doet een opzichtig so-you-think-you-can-dance-dansje dat verderop in de vorm van een bloed-zweet-en-blaren-balletje te zien is. Een toneelspeler heeft aangekondigd dat er straks een scène komt die misschien een beetje gênant is, drie kwartier later wordt die scène echt gespeeld en het blijkt een van de mooiste momenten van de voorstelling te zijn. Van die dingen dus. L.Z.
Te zien t/m 3 mei overal in het land. Bekijk ook de Speellijst.
(Loek Zonneveld)

Kunst:

Galerie Nouvelles Images organiseert een overzicht van het werk van de schilder en beeldhouwer Lucassen (Reinier Lucassen, 1939) ter gelegenheid van diens 75ste verjaardag. U kent Lucassen ongetwijfeld, omdat Openbaar Kunstbezit jarenlang een afbeelding van een van zijn schilderijen, Een gezellig hoekje, in de trein tentoonstelde. Lucassen was deel van die interessante stroming die ‘nieuwe figuratie’ heette, Alphons Freijmuth en Roger Raveel hoorden daar ook bij, en hij heeft behalve op treinreizigers substantiële invloed gehad op een jongere generatie Nederlandse kunstenaars. Op verzoek maakte Lucassen een keuze uit het werk van (onder anderen) Gijs Assmann, Ansuya Blom, Joris Geurts, Benoît Hermans, Iris Kensmil en Kars Persoon. Werk van Lucassen en een andere invloedrijke ‘figuratief’, Ad Gerritsen, is ook te zien in Witteveen Visual Art Centre, Konijnenstraat 16A, Amsterdam.

Medium 1266583681ni 203101 2c 20pier 20 26 20ocean 2c 2060x50 20cm 2c 202005 2006

Ook interessant: Umbra van Viviane Sassen in het Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Umbra is geen gekke titel: Sassen laat graag harde schaduwen vallen in haar werk, waardoor die als het ware een dimensie verliezen, en ‘plat’ worden – andere fotografen zouden het zwart altijd even ‘invullen’ met een beetje gericht licht.

Sinds 9 maart in De Lakenhal, Leiden, maar nog niet echt veel onder de aandacht: Gerrit Dou – The Leiden Collection from New York. Nog zes weken in Singer, Laren: Van Mauve tot Mondriaan – Made in Laren. Dat dorp blijft een schier onuitputtelijke bron van schilderwerk. Mauve kwam er in 1882 voor het eerst, en schreef naar huis: ‘Het is aandoenlijk mooi hier, van een fijnheid van lijnen, en lieflijke poëzie straalt uit alles: binnenhuizen, wegen, akkers, prachtige heide en boschjes en de menschen zijn van het liefste soort dat te bedenken is.’ Hij ging er wonen en werd een stamgast in het logement van Hamdorff, waar hij nogal eens te diep in het glaasje keek.
Ten slotte zie ik uit naar Van Oostsanen – De Eerste Hollandse Meester, een beetje brutale titel, maar typisch zo'n schilder waarvan het werk door de Beeldenstorm is vernietigd, en waarvan oeuvre en persoon dus lastig te reconstrueren zijn. We weten bijvoorbeeld helemaal niet of hij wel uit Oostzaan kwam. In het Amsterdam Museum en het Stedelijk Museum Alkmaar.(Koen Kleijn)

Film:

Medium imagine film festival amsterdam

Van 9 tot 18 april vindt het Imagine-filmfestival plaats in EYE, met onder meer de première van de Nederlandse horrorfilm De poel van producent Jan Doense, en allerlei andere werken die min of meer onder de noemer ‘fantasy’ vallen. Bij dit festival weet je nooit precies wat te verwachten. In de laatste jaren zag ik er bijvoorbeeld het fabuleuze Maniac, remake van een jaren-tachtigexploitatiethriller, en Wong-kar Wai’s problematische, maar fascinerende martial-artsfilm The Grandmaster. Naast alle premières en lezingen door gasten uit binnen- en buitenland is het absolute hoogtepunt op woensdag 16 april: een double feature bestaande uit de documentaire Jodorowsky’s Dune, over de mislukte poging van de Chileense kunstenaar/filmmaker Alejandro Jodorowsky de roman van Frank Herbert te verfilmen, gevolgd door een vertoning op 70mm van David Lynch’s bizarre versie uit 1984. Deze film is inmiddels een heilige graal voor liefhebbers van zowel Lynch als Herbert, ook al mislukte hij tijdens de release en distantieerde de regisseur zich van de film die uiteindelijk in de bioscoop kwam. En Jodorowsky? Zijn reactie na het zien van Lynch’s film: ‘Ik was blij, de film was verschrikkelijk.’ De Chileen kreeg bijval van critici die het werk unaniem veroordeelden, zoals Roger Ebert die schreef: ‘Een duistere chaos.’ Inmiddels is er een verschuiving plaatsgevonden in hoe men tegen Lynch’s Dune aan kijkt. Niet alleen is er meer aandacht voor de wijze waarop klassieke lynchiaanse thema’s rond het gezin en geslachtsidentiteit terug te vinden zijn in de film. Ook is er een nieuwe gewaarwording dat regisseur eigenlijk behoorlijk getrouw aan Herberts verhaalstructuur blijft. Fascinerend blijft Lynch’s innovatieve gebruik van industriële geluidseffecten om vorm te geven aan de vreemdheid van de gedroomde werelden. Effectief is verder de wijze waarop hij door interne monologen de kijker toegang geeft tot de gedachtewereld van de personages – nog een stilistische overeenkomst tussen film en roman. Misschien is de actuele resonantie van het verhaal de belangrijkste reden waarom waarom Dune, film en romans, tijdloos is gebleken. Wereldwijd watertekort, opwarming van de aarde, politieke strijd in het Midden-Oosten en elders waarbij controle over energiebronnen centraal staat – al deze dingen kunnen de headlines van vandaag de dag zijn, net als in het universum waarin Paul Artreides leeft, ver weg op de planeet Arrakis in een sterrenstelsel waar Keizer Shaddam IV heerst. Hoe dan ook, het blijft fijn om om de zoveel tijd terug te keren naar Dune, vooral de romans, waarin zinnen staan als: ‘But he (Paul) could feel the demanding race consciousness within him, his own terrible purpose, and he knew that no small thing could deflect the juggernaut.’
(Gawie Keyser)


Beeld: Bloed zweet en tranen (Avro), Reinier Lucassen (Galerie Nouvelles Images ), Imagine-filmfestival.