Tips van onze kunstcritici

Een selectie uit het kunstaanbod van de week door onze critici. Met onder meer: Les salauds, Fatsoenlijk land en Groezrock.

Medium mv5bmtq2mzi3ntcwnf5bml5banbnxkftztgwnti4njezmde 40. v1  sx1949 sy1115

Televisie

Fatsoenlijk land. Twee joodse familiedocumentaires voorafgaand aan 4 mei. Gemaakt door respectievelijk tweede en derde generatie. Fatsoenlijk land van Loes Gompes behelst niet alleen de aangrijpende oorlogsgeschiedenis van haar moeder en oom, maar ook die van de PP-Groep die hun onderduik mogelijk maakte. Leiders Jan Hemelrijk en Bob van Amerongen waren respectievelijk 22 en zestien bij de Duitse inval, zonen van joodse vaders en niet-joodse moeders. In een interview kort voor zijn dood vraagt Jan zich af hoe zij en die andere jongeren dat levensgevaarlijke werk aandurfden en aankonden. Hij begrijpt het eigenlijk niet meer, al waren ze dan doordrongen van ‘onstuimige woede’. Hun groep, alleen al opvallend door het sterke joodse aandeel, kreeg bar weinig aandacht van Loe de Jong en andere historici, zoals het ‘verzorgingsverzet’ überhaupt in de schaduw is gebleven van de gewapende variant. Dat is geen thema in de film en lijkt geen frustratie van Jan en Bob. Karakteristiek het mengsel van minachting van Bob voor de flutsmoezen waarmee ‘schijters’ onderduikers weigerden (‘de was moet drogen in de tuin en dan kan iedereen…’) en het begrip dat hij niet alleen heeft voor de reële angst voor gevaar maar ook voor de zwaarte van het continu in huis hebben van een ‘wildvreemde’. Waarbij moeder en oom van de maakster voelbaar maken hoe schadelijk de gedwongen aanpassing van en voor die ‘wildvreemde’ zelf was. En oom Jaap Lobatto zich oprecht afvraagt of hij het zelf gewaagd zou hebben onderduikers te nemen. En zich verbaast over het zelfbeschadigend fatsoen waarmee niet-joden en joden (inclusief hijzelf) zich aanpasten aan de regels van het Kwaad.

Elke dag 4 mei. In Elke dag 4 mei onderzoekt de jonge filmmaakster Natascha van Weezel in hoeverre het besef en de last van de oorlog leven en denken van zes joodse generatiegenoten bepaalt. Voor haarzelf gaat de titel namelijk op, als kind van ouders voor wie die ook geldt. Het is een roerend autobiografisch document, waarin de miniportretten van lotgenoten zowel het gewicht van ‘4 mei’ voor allen bevestigen als de uiteenlopende manieren laten zien waarop ze daarmee omgaan. Van relativerend en voorzichtig met het doorgeven van besef van de gruwel aan een vierde generatie, tot op de bres voor joods-Nederlandse cultuur, vechtsport als reactie op de gelatenheid die Lobatto beschrijft, of emigratie naar Israël (waar een tatoeëerder uitlegt dat hij één keer bij een jongere het kampnummer van een oma of opa had gezet, niet goed beseffend waar dat voor stond, maar dat nooit meer zal doen). Van existentieel wantrouwen als basso continuo tot levenslust en een zeker vertrouwen in mens en toekomst, die alleen al blijkt uit kinderen die geboren worden. Zoals Natascha zelf haar oma niet alleen de vreugde van het doorgegeven leven gaf (zoals dat meestal voor oma’s en opa’s geldt), maar ook die van overleven en overwinning. Ze zou trots zijn geweest op deze film van haar kleindochter. (Walter van der Kooi).

Natascha van Weezel, Elke dag 4 mei, 2Doc, NCRV, maandag 28 april, Nederland 2, 21.00 uur.

Loes Gompes, Sander Snoep, Fatsoenlijk land. 2Doc, NTR, dinsdag 29 april, Nederland 2, 23.00 uur.

Film

Les salauds. Wie William Faulkners controversiële roman Sanctuary leest en dan Claire Denis’nieuwe film Les salauds ziet die losjes daarop gebaseerd is, ervaart iets merkwaardigs: qua plot valt er weinig van Faulkner bij Denis terug te vinden, en toch is het alsof deze Franse cineast de essentie van het boek cinematografisch verbeeldt. Dat doet ze niet met visuele middelen, maar door een vertelwijze soortgelijk aan die van Faulkner: de beklemmende sfeer, wisselende perspectieven en het weglaten van wat daadwerkelijk gebeurt. Alleen al om die reden is Les salauds een fascinerende film.

Het werk illustreert de reikwijdte van Faulkner, vooral met dit boek. Zijn ‘aanwezigheid’in de film heeft ook iets moois, want hij schreef Sanctuary rond begin jaren dertig juist in een poging commercieel succesvoller te worden. Naar nu blijkt is dat wel degelijk gelukt. Het werk had een grote impact op zijn tijdgenoten, vooral James M. Cain die de incestroman Butterfly (1949) schreef, en vooral op de enorm populaire James Hadley Chase die in No Orchids for Miss Blanchard (1939) rijkelijk leent uit Sanctuary. In beide boeken kidnappen louche types een mooie, jonge vrouw en wordt ze vervolgens herhaaldelijk verkracht door één man die impotent blijkt te zijn.

In Les salauds is de man de rijke Laporte (Michel Subor) die naast zijn clandestiene seksuele uitspattingen een maîtresse, Raphaelle (Chiara Mastroianni), heeft die samen met haar zoontje in een appartement in Parijs woont. Slachtoffer van het misbruik door Laporte is Justine (Lola Créton) die in de openingsscène door de politie wordt gevonden als ze naakt en bebloed door de straten zwerft. Haar oom, scheepskapitein Marco (Vincent Lindon), arriveert om uit te zoeken wat er precies is gebeurd. Hij neemt een appartement in hetzelfde gebouw waar Raphaelle woont. Ze lijken een relatie met elkaar te krijgen, maar wat dat precies betekent is onduidelijk. Het lijkt op zoiets als liefde, maar Denis suggereert dat Marco’s verbintenis met Raphaelle te maken heeft met wraakgedachten. Of is Marco op zoek naar verlossing, naar een mogelijkheid los te breken van zijn verleden met een familie die toeliet dat Justine in de handen van mensen als Laporte viel?

Justine brengt Faulkners personage Temple in Sanctuary in herinnering, vooral het beeld van haar op hoge hakken op de grijze, natte straatstenen van Parijs. Bij Faulkner loopt Temple op slippers (een woord dat anachronistisch dansschoenen betekent, of schoenen die vrouwen bij een avondjurk zouden kunnen dragen) wanneer ze bij het huis van de monstrueuze Popeye (Laporte in Les salauds) in een bos in Tennessee probeert te vluchten. Deze beelden over elkaar heen geplaatst schetsen de fusie tussen Faulkner en Denis; in zowel boek als film schetsen beiden tegenstellingen tussen schoonheid en afschuw en onschuld en corruptie, en illustreren ze de onmogelijkheid van zuivering in een afschuwelijke wereld. Les salauds en Sanctuary confronteren kijker en lezer met zichzelf. Wat blijft er over van hoop, van een idee van menselijkheid wanneer het banale alles overheerst? Je durft niet te kijken, niet te lezen, maar je hebt geen keus. (Gawie Keyser).

Trailer van Les salauds. Nu te zien.

Muziek

Groezrock. Begonnen als een dorpsfestival met moeders en tantes van organisatoren achter de drankposten, inmiddels uitgegroeid tot het grootste festival voor punk en hardcore van Europa en misschien wel de wereld. Het affiche van Groezrock in het Belgische Meerhout is dit jaar een bonte mix van poppy punkbands die in het genre al jaren aan de top meedraaien en zelf ook weten dat hun beste werk in een ver verleden ligt (The Offspring die hun meest succesvolle album Smash integraal spelen), de beste melodieuze hardcorebands (Ignite, H20 en BoySetsFire), legendes die al dan niet speciaal voor Groezrock zijn opgepoetst, heringetreden of hun ruzies hebben bijgelegd (Descendents, Quicksand, Cro-Mags), punkbands wier bindteksten minstens zo amusant zijn als hun nummers (NOFX, The Hives) en bands die alle genreclichés glansrijk (Madball) of glansloos (Terror) uitventen. Van de nieuwere lichting maakt vooral het loodzware Doomriders nieuwsgierig, vanwege hun kruising tussen hardcore en stonerrock. Wie niet van harde gitaren houdt: Groezrock is het ideale festival om eindeloos kleurrijke jonge mensen (en hun tattoos) te bekijken. En de veganistische hamburger van cateraar Just Like Your Mom is al een reden op zichzelf om naar Meerhout te reizen. (Leon Verdonschot).

Sfeerimpressie van Groezrock 2013.


Beeld: Lola Créton als Justine in Les salauds (Alcatraz Films).