Tips van onze kunstcritici

Een selectie uit het kunstaanbod van de week door onze critici. Met onder meer: ‘Morrisey’ in de Melkweg, muziek met pannenkoeken, het nieuwe seizoen van DWDD, en Alex Dordoy in het Gemeentemuseum Den Haag.

Medium kunstuur

Love Radio - tot en met 7 september

Medium love 20radio radio

In het Amsterdamse fotomuseum Foam is nog tot en met het komend weekend de kleine tentoonstelling Love Radio te zien. Het is een beeldenreeks over radio. Of liever: over de dubbele kracht van het medium radio. Je kunt er de harten en geesten van mensen mee vergiftigen. Dat zou je ‘Hate Radio’ kunnen noemen. In het Afrikaanse Rwanda zijn er in 1994 van dat soort radio-uitzendingen geweest, gemaakt door het geradicaliseerde deel van de Hutu-stam, die opriepen tot geweld tegen de Tutsi’s. De burgeroorlog die daarvan het gevolg was liep uit op een genocide. Daarna werd het medium radio in Rwanda verboden. Tot in 2002, toen een groep onafhankelijke radiomakers ‘vrije’ radio gingen produceren. En zij creëerden de soap Musekeweya , over de onmogelijke liefde tussen Shema en Batamuriza, twee mensenkinderen uit rivaliserende dorpen. ‘Musekeweya’ betekent ‘nieuwe dageraad’ en dat is wat de soap probeert: een einde maken aan groepsgeweld door allerlei vormen van nagespeelde en navertelde pogingen tot verzoening. Fotograaf Anouk Steketee en journalist Eefje Blankevoort doen aan de hand van verscheidene media (foto’s, films, video’s, een website, episodes uit de soap, pagina’s uit het script) nauwgezet en liefdevol verslag van dit unieke, troostrijke en heel voorzichtig hoopvolle project. Hoe maak je stap-voor-stap een eind aan een lange bloedlijn van haat? Kan dat wel? Is er verzoening mogelijk na een massamoord? Hoe dan? Welke grenzen zijn er aan die verzoening? Dat zijn eeuwigdurend actuele en waanzinnig belangrijke vragen. In een paar kleine zalen van Foam wordt het begin van pogingen tot antwoorden gegeven – zo voorzichtig en zorgvuldig is de expositie wel. Je kunt luisteren naar afleveringen van de soap, kijken en luisteren naar verhalen van deelnemers en luisteraars. De foto’s van Steketee zijn geweldige stillevens van afwezige doden, onvatbare emoties, schuldige landschappen en alleen gelaten radiotoestellen. De verhalen gaan niet alleen over hoe je een genocide overleeft, maar juist ook over hoe je daarna, tegen de stroom van de haat in, vérder leeft. Prachtig! (Loek Zonneveld)

Wij spraken ook met een van de makers van Love Radio, lees die bijdrage hier

Popmuziek - Leon Verdonschot

Medium pannenkoekers660

Pannenkoekers - 6 september, Sugarfactory, 21.30 uur

Ooit begonnen als een podium voor aanstormend talent, in een oud pannenkoekenhuis in het centrum van Amsterdam. En nu uitgegroeid tot een avondvullend programma in de Sugarfactory. Níet veranderd aan Pannenkoekers: een zeldzaam lage entree (drie euro), pannenkoek op het menu, en veel nieuwe artiesten. Sterker, het duo Jan & Rick – ooit omschreven als ‘een poëtrieslam op de Titanic’ – staat voor het eerst live op een podium (voor zover de op hun ep fors omhoog en omlaag gepitchte vocalen live vallen te reproduceren). Hopelijk doen ze Storm, hun spannendste nummer/gedicht, ook.
Wie er eveneens staat: zangeres Joya Mooi, die in 2010 opviel met een debuut dat fraai laveerde tussen soul, jazz en een beetje hiphop en vorig jaar nog met het Metropole Orkest in Paradiso zong. In de aanmerkelijk kleinere Sugarfactory geeft ze een voorproefje van haar binnenkort te verschijnen nieuwe album.

Morrisey - 30 augustus, Melkweg, 21.00 uur

Morrisey, net met slaande deuren vertrokken bij zijn platenmaatschappij, gaat op tournee. De data zijn deze week bekend gemaakt en Nederland staat er (nog) niet tussen. Pleister op de wonde: de Melkweg vertoont zaterdag de liveshow Morrisey25, vorig jaar opgenomen voor tweeduizend fans in Hollywood.

Televisie - Walter van der Kooi

Medium dwdd

DWDD - Werkdagelijks 19.00 uur, NPO 1

Wie in een tiprubriek De wereld draait door aanraadt valt nauwelijks serieus te nemen. Het programma, zo overbekend en dicht bekeken, zeker sinds de overstap naar Nederland 1 (nu nóg herkenbaarder want NPO 1 geheten tegen betaling en met dank aan de Nederlandse Postduiven Organisatie), dat aankondiging ervan iets heeft van ‘zet eens een keertje de tv aan’.
Maar een tiprubriek die DWDD níet signaleert valt ook nauwelijks serieus te nemen. Als maandag de openingstune start is het nieuwe televisieseizoen immers pas echt begonnen. En al heb ik geen idee wie er die eerste keer als gasten aan tafel zitten (de redactie ook niet uiteraard) – de onvervangbare presentator, de formule, het elan, de Schwung, de mix van licht en zwaar, hoog en laag, de sfeer, het tempo, ze zijn uniek. En zelfs door ons critici met Nipkowschijf bekroond, dus moet het wel goed zijn.

Al knagen er ergernissen aan de bewondering. Sommige tafeldames en -heren zijn altijd aangenaam en inhoudelijk goed, andere onuitstaanbaar. Prem is niet alleen een door niemand behalve Matthijs te stoppen overschreeuwer, hij is minstens zo onaangenaam in het kwispelen voor en likken van het baasje waarop hij verliefd lijkt. Dat is een keer boos op hem geweest (Prem had in stuitende insinuaties richting tv-recensent Geelen als het ware de presentatietafel volgezeken en -gepoept) en heeft hem toen voor maanden naar zijn hok verbannen – de ergste straf voor Prem en zijn gelijken – en sinds zijn terugkeer (na zulk infaam gedrag – why?) kwijlt Prem nog harder. En neem de terugkerende act over het Franse chanson door Bart van Loo. Een repeteergeweer dat in tempo Matthijs overtreft; eloquent Vlaams, dat zeker, maar zozeer kunstjesmaker, ingestudeerd, gezocht, onuitstaanbaar zelfingenomen ‘kijk-mij-es-briljant-en-geestig-zijn’ dat het niet leuk meer is. Matthijs had het de eerste keer niet meer van het lachen en bewonderen, pakte ’s mans beide handen en je wist: Barts egotrip gaat regelmatig terugkomen.

Matthijs die charmant en ad rem is, maar als het echt spannend wordt wanneer hij weerwerk of lastige vragen krijgt, zo vaak zelf duikt en niet met de billen bloot wil. En die een ridicuul soort wetenschapperscomplex heeft. In de geest van de jaren dertig is het ‘professor’ voor en ‘professor’ na, als hij de hooggeleerde gast niet met ‘professor doctor’ aanspreekt (echt gebeurd). Niks tegen knappe koppen, maar het schuurt binnen die verder toffe sfeer toch tegen Herr Magister Doktor Diplomingenieur aan. (Harry Mulisch at onder meer graag bij de Italiaan op de hoek van het Vondelpark omdat ze hem daar ‘dottore’ noemden.)

En dan is er nog die dagelijkse reeks ‘geestige’ tv-fragmenten waarvan een deel zich niet onderscheidt van het soort leedvermaakhumor dat Tros en commerciëlen, zij het aangevuld met een vetlollige stem, op de kijker loslaten. Maar ja, daar staan professor doctor Robbert Dijkgraaf, het Concertgebouworkest, de mini-opera, Claudia de Breij en veel anderen tegenover. Het gaat weer beginnen. En ik zal kijken – soms met ergernis – naar de verstrooiing van niveau, de aardige debatjes, de stukjes schoonheid en waarheid en incidenteel een relletje – die gegarandeerd voorbij zullen komen.

Medium kunstuur

Kunstuur - NPO 2, 17.05 uur

Avro Kunstuur opent haar nieuwe seizoen op zondag 7 september met een herhaling. Wat curieus lijkt, maar dat minder is voor wie bedenkt dat de uitzending waarin kunstenaars David Bade en Jasper Krabbé de Manifesta in Sint Petersburg bezochten door de vakantietijd nauwelijks is bekeken. De Manifesta is nog te bezoeken, dus kijk of u erheen wilt. Al ligt dat nog gevoeliger dan tijdens het draaien: kritiek op de locatie gold toen nog vooral de homovijandigheid van Poetins Rusland. Na de uitzending werd in Oekraïne een passagiersvliegtuig neergehaald, wat de zaak nog meer op scherp zette. De principiële argumentatie van directeur Hedwig Fijen en Hermitage-directeur Piotrovski zal sinds die gebeurtenis niet veranderd zijn. Ongemakkelijke gesprekken, toen al, nu nog ongemakkelijker. Maar wel interessant.

Verder start een reeks over Artis en kunstenaars. En worden vijf kunstenaars gevolgd die genomineerd zijn voor de Vincent Award en een gezamenlijke tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum mogen inrichten

Kunst – Roos van der Lint

Alex Dordoy, Gemeentemuseum Den Haag, t/m 23 nov

Het kunstwerk waar ik op Art Basel het langst naar heb zitten kijken moet visueel een van de minst aantrekkelijke van de kunstbeurs zijn geweest. Op vier grote schermen trokken veelal korrelige beelden van gepixelde figuren voorbij, die houterig voortbewogen door kaalgeslagen landschappen, sommige met een geweer of pistool in hun hand. Maar ook als het beeld haarscherp was en de omgeving vertrouwd stedelijk bleven de figuren onbeholpen tegen muurtjes en prullenbakken opbotsen.

De films waren door de kunstenaar, de onlangs overleden Duitser Harun Farocki, gedestilleerd uit computerspellen. De toeschouwers hadden weliswaar geen controllers in hun handen, maar beleefden de avonturen wel vanuit het perspectief van de gamer. In een van de films krijgt een meisje – kort rokje, haar haar in een paardenstaart met rode strik – een mitrailleur op haar rug gericht door het onzichtbare karakter; de personalisatie van de gamer, van onszelf, dus. Parallele I-IV (2012-14) heet de installatie. De onheilspellende begeleidende tekst luidde: ‘It seems that soon reality will no longer be the criterion for the imperfect image, but rather the virtual image will be the criterion for imperfect reality.’

In een videospel zoeken makers een zo realistisch mogelijk landschap, in het echte leven passen we die realiteit liefst zo veel mogelijk naar digitale standaarden aan. Dat is ook de fascinatie van de Britse kunstenaar Alex Dordoy, die vanaf vandaag exposeert in het Gemeentemuseum Den Haag in de ‘Atelier Debuut’-serie. Het Gemeentemuseum geeft daarmee solotentoonstellingen aan kunstenaars die verbleven aan De Ateliers, samen met de Rijksakademie kweekvijver voor talent.

Dordoy (1985), die na de Glasgow School of Art naar De Ateliers kwam, combineert steeds ambachtelijke met technologische technieken. Sleepwalkers heet de tentoonstelling in Den Haag, met onder meer een nieuwe serie schilderijen die Dordoy baseerde op beelden uit een computerspel. De ruimtes waar het karakter doorheen loopt, op zoek naar ‘punten’ of op missie naar een eindbaas, zijn compleet inwisselbaar in hun anonimiteit. Die animatiewereld heeft Dordoy geleidelijk een fysieke gestalte gegeven: beelden uit het spel bewerkte hij eerst met Photoshop en toen verwerkte hij ze in enorme schilderijen, doeken van ‘lege kantoorruimtes’ met vensters die uitzicht bieden op nietszeggende landschappen, kortom, een mozaïek van dimensies die in het echt moet worden bekeken.

Film - Gawie Keyser

Een soort van loutering - Into the Storm, nu te zien

Deze week publiceerde The Huffington Post een serie zwart-witfoto’s waarin Nick Bowers de gezichtsuitdrukking van wetenschappers vastlegt terwijl hij hen interviewt over de schrikwekkende gevolgen van extreme klimaatsverandering. Emoties van angst, zorg, zelfingenomenheid (want: ‘ik wist het wel’) en plechtige berusting zijn af te lezen aan de gezichten.

Toen ik vlak daarna de film Into the Storm van Steven Quale zag, kwamen precies dezelfde gevoelens bij mij op. Hoewel het verhaal en de personages voorspelbaar zijn, raakte de film een zenuw, vooral in de realistische wijze waarop de monstrueuze wervelstormen die eerst een stadje in Oklahoma en daarna de wijde omgeving teisteren, in beeld zijn gebracht.

De film, deels gebaseerd op echte storm chasers over wie documentaires op Discovery Channel te zien zijn, bestaat uit zogenaamd gevonden beeldmateriaal, filmpjes gemaakt door de personages in het verhaal. Het resultaat hiervan is een kijkproces dat steeds vaker voorkomt in de cinema; wie kijkt maakt hetzelfde mee als de figuren op het scherm. Je staat er met hen middenin de chaos, jouw ervaring is die van hen.

In het geval van Into the Storm is dit effect minder, mede als gevolg van de stereotype personages: een schooldirecteur die geen contact met zijn tienerzoons krijgt, een moeder die haar dochtertje mist, een team stormjagers die uit zijn op geld en roem. En toch: wanneer de bizarre weersomstandigheden almaar een trapje ergen worden, nemen de angst en de spanning van het kijken toe. Vliegtuigen die de lucht in worden gezogen; huizen die desintegreren alsof ze van stro gemaakt zijn, een wervelstorm die in brand staat en mensen die als poppen in de trechter van dit weersverschijnsel worden opgezogen.

Op een vreemde manier is deze angstige kijkervaring tegelijkertijd ‘plezierig’ — misschien doordat de film een soort van loutering biedt, een tijdelijke ontsnapping aan de dreiging van de komende werkelijkheid zoals voorspeld in de blikken van de wetenschappers in Bowers’ fotoserie.

Cronenberg is thuis in de culturele hoofdstroom - Maps to the Stars, nu te zien

Het was lang wachten, de nieuwe film van David Cronenberg is eindelijk in de bioscoop. In Maps to the Stars speelt Julianne Moore de rol van Havana Segrand, een aan lager wal geraakte actrice van begin veertig die in Los Angeles aast op een rol die haar carrière moet redden. Ze is neurotisch, ze is schizofreen, ze ziet haar overleden moeder, ooit een beroemde actrice, verschijnen in haar riante villa. Het trauma uit haar verleden komt nog meer naar boven wanneer ze een persoonlijk assistent in dienst neemt: de mysterieuze Agatha (Mia Wasikowska). Agatha dringt het leven van Havana binnen als een bron van besmetting, waarmee regisseur Cronenberg het thema vernieuwt dat zich in zijn gehele oeuvre manifesteert, namelijk de scheiding tussen lichaam en geest en de vraag wat nu als dat lichaam een eigen wil zou hebben. Een idee zou kunnen zijn eerst zijn vroege films, zoals Shivers en Rabid, te bekijken en daarna naar Maps to the Stars te gaan. Het is een film waarmee Cronenberg zich helemaal thuis toont in de culturele hoofdstroom — zonder dat hij iets van de subversiviteit van het vroege werk kwijtraakt.