Tips van onze kunstcritici

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week: IJslandse kunst in Denemarken, Les revenants op tv, Joost Prinsen deelt uit, en een Russische Leviathan die met geen pen valt te beschrijven.

Medium cf017216

Kunst – Roos van der Lint

Olafur Eliasson & Melanie Bonajo

Olafur Eliasson, de IJslandse-Deense kunstenaar van de ‘sublieme’ ervaring van natuur, kunst met licht en water, die een tentoonstelling maakt in het Louisiana Museum of Modern Art, het mooiste museum dat ik ken, bracht mij naar Humlebaek, Denemarken. Veertig kilometer ten noorden van Kopenhagen, langs een kust waar stranden in bos overlopen, ligt het museum aan het water, op een heuvel met een strand en sculpturen van Alexander Calder, Jean Arp en Henry Moore in de tuin. Hout en glas vormen de paviljoens van het museum, waar je van Francis Bacon naar een collectie Giacometti loopt en onderweg Rineke Dijkstra en Elmgreen & Dragset passeert. En dan ineens in een zaal volgestort met grijze stenen belandt.

Eliasson maakte Riverbed speciaal voor deze tentoonstelling. Het veld van stenen wordt onderbroken door een stroompje water, maar verder is dit rotslandschap, omsloten door witte museummuren, leeg. Stenen knarsen over stenen, schoenzolen piepen, mensen struikelen en glijden uit, sommigen steken een steen in hun zak. Iedereen voelt wel even aan het water, alsof er iets niet echt aan zou kunnen zijn.

Volgens het museum zijn we hier in een ‘curriculumvrije’ zone, een plek waar we zonder informatie, zonder de druk van enige betekenis, door een rivierbedding kunnen dwalen. Gemiste kans dat telefoons zijn toegestaan, en de rustieke waterkant geen keus heeft dan als decor van een massale fotoshoot te functioneren. Veel indrukwekkender is de zaal met op een lange tafel honderden modellen van het universum, sterren, bollen en hoeken uitgevoerd in staal, hout en plexiglas, structuren en materialen die via de ramen doorlopen in het Deense landschap.

Medium dsc 0758

Meer natuur in De Appel in Amsterdam, waar als onderdeel van de tentoonstelling When Elephants Come Marching In de nieuwe film van Melanie Bonajo wordt vertoond in een zaaltje met kamerplanten. Night Soil: Fake Paradise (2014) gaat over het gebruik van ayahuasca, een psychedelisch plantendrankje dat de geest verruimt, en de personages in één rechte lijn naar het sublieme voert.

Olafur Eliasson, Riverbed, t/m 4 januari 2015, Louisiana Museum of Modern Art; When Elephants Come Marching In, t/m 11 januari 2015, De Appel arts centre

Televisie – Walter van der Kooi

Medium rebound les revenants featured

Les revenants, Fabrice Gobert (scenario en regie), VPRO, maandags, NPO 2, 23.00 uur

Puber Camille komt laat thuis en trekt prompt de koelkast open: honger. Ze laat de troep de troep (‘ik ruim straks wel op’) en gaat onder de douche (‘geef mijn badjas even’). Uit het leven gegrepen, ware het niet dat haar moeder verbijsterd is want Camille is drie jaar eerder verongelukt toen de schoolbus bij een excursie het ravijn in reed. Dat hebben we voor onze ogen zien gebeuren! ‘Waarom heb je mijn kast opgeruimd?’ zegt ze verontwaardigd: ‘Ik kan niks meer vinden.’ Camille is niet de enige ‘terugkeerder’: ook de lang geleden gestorven vrouw van meneer Costa bijvoorbeeld zit plots met een flink bord spaghetti aan de keukentafel. En wie is dat eenzame joch dat laat in de avond achter verpleegster Julie aan loopt? Ik beken: horror en fantasy zijn mijn genres niet en ik kan Les revenants niet goed in de traditie plaatsen. Maar een Franse tv-serie die een Emmy Award wint en wereldwijd furore maakt is al uitzonderlijk. En als uitgerekend de VPRO hem aankoopt, dan moet er toch wel iets aan de hand zijn. Dat is er ook blijkens aflevering één. Een combinatie van overwegend geloofwaardige personages en hun interacties met het onmogelijke; van realisme met surrealisme; van de indrukwekkende maar tegelijk beangstigende Alpennatuur met stadsleven. Er wordt voortreffelijk geacteerd en de gloomy sfeer wordt er niet ingeramd maar met overwegend subtiele middelen voelbaar gemaakt. Benieuwd of het acht afleveringen lang blijft boeien.

Medium sonnyrollins

Sonny Rollins. Morgen speel ik beter, NTR Het uur van de wolf, donderdag 23 oktober, NPO 2, 23.00 uur. Daarna via Uitzending gemist

Een documentaire over hoogbejaarde jazzgrootmeester Sonny Rollins, van Nederlandse makelij! Mirakel dat Olaf van Paassen en Hans Hylkema de toegang kregen die Martin Scorsese en Spike Lee geweigerd werd. Al leek het er lang op dat het desondanks niet tot een film zou komen, door wispelturigheid van de meester en slagen van het lot die hem troffen. Als de makers hadden gekregen wat ze wilden – veel meer tijd en gesprekken met Rollins – was het een andere, wellicht betere film geworden. Ik hield mijn hart vast door interviews over wat bij voorbereiding mis ging. En vreesde dat het een gefrustreerde en frustrerende ‘impossibility of the making of’ zou worden. Die moeilijkheden bij de totstandkoming zitten er wel in, maar binnen de perken en deels chic indirect verteld door de ervaringen die ook mensen dichter bij Rollins met hem hadden. ‘Kom maar naar mijn Duitse tournee voor dat fotoboek van je’, had die tegen fotograaf John Abbott gezegd. Toen Abbott kwam – na enorm georganiseer en tegen hoge kosten – zei Sonny tegen John: ‘Nee, toch maar niet.’ Dat maakt dat de kijker, als Van Paassen bij Rollins aanbelt voor een afspraak die dan toch eindelijk is gemaakt, de eindeloze tijd voor het opengaan van de deur als een Hitchcock ervaart. Met het kwantitatief relatief weinige dat ze kregen is een mooie film gemaakt. Mede door Rollins te laten portretteren door insiders – van broer (die ooit Mendelssohns vioolconcert speelde) tot opnametechnicus, van neef tot jazzrecensent. De eerste keer dat die neef, trombonist Clifton Anderson, in Rollins’ combo mocht meedoen werd een nummer in Ges gespeeld (vijf mollen). Razend moeilijk voor een trombonist, wat hij na afloop tegen oom zei. ‘O ja?’ was het antwoord. Prompt werden alle nummers in Ges gespeeld. Oké, anekdote over lastigheid. Maar ook voorbeeld van de hoge eisen die hij anderen en zichzelf stelt. De film is een monumentje voor zijn grootheid, als musicus en als mens, mede dankzij concertflarden uit het archief. Rollins, ooit een zelfingenomen ‘asshole’ naar eigen zeggen, is dankbaar dat hij zo oud mocht worden om in te zien waar hij als persoon en als muzikant tekortschoot. Nooit gaat het om wat is bereikt: altijd om wat beter moet – niet qua carrière maar qua muzikale kwaliteit. En hij mag goed zijn, hij staat op de schouders van reuzen, benadrukt hij naar aanleiding van een groepsfoto van de bebop-scene uit 1958. Op twee na zijn ze allemaal dood, zegt Van Paassen, de volhouder die toegang kreeg. Een van diens cadeaus: het naambord van de Sonny Rollinsstraat in Vinexwijk Terwijde. Bespottelijk? Maar wel een van de sleutels op Rollins’ deur. Als hij jaren later langs mag komen in diens nieuwe woning prijkt daar trots dat Utrechtse naambord. Over zijn werkwijze, over het wezen van de improvisatie, over intrinsiek racisme en over de ene rechtvaardige die tegenwoordig voor Rollins genoeg is om de massa van onrechtvaardigen te kunnen negeren.

Toneel – Loek Zonneveld

Medium 831 1943 uurtjeliteratuurtje fotopiek web

Joost Prinsen deelt uit , vanaf 31 oktober on tour

De try-out was, nagenoeg onaangekondigd, ergens in de afgelopen week voor vrienden en kennissen in een kaal repetitielokaal – het achterdoek was nog niet klaar, de rest wel. Joost Prinsen zelf absoluut ook. Joost Prinsen solo? Jazeker, in een nog niet eens zo recent verleden deed hij ‘koffieconcerten’, maar zingen, daar begint hij niet meer aan – behoudens natuurlijk de muzikale intro’s bij muziekvragen in de televisiequiz Met het mes op tafel. Onder de titel Joost Prinsen – Uurtje literatuurtje vertelt hij het verhaal over zijn liefde voor gedichten, zijn smalle weg naar het hoge noorden van het Nederlands toneel, zijn leraren, de fascinatie voor wielrennen en het schrijven van een wekelijkse column voor het Haarlems Dagblad. De gedichten lijken hem te ontsnappen als een vlucht spreeuwen in een voorjaarsschemering – ze zwermen als een eenheid door het ruime uur en steeds weer vliegt er een unieke eenling op. Een les van toneelleraar Ton Lutz en een van diens beroemde anekdoten leidt tot een bloedstollend mooie scène voor een bijrol uit Sofokles’ Elektra. Bijrol? Kleine rol? Er bestaan geen kleine rollen. Er bestaan alleen kleine acteurs. En de begenadigde toneelspeler Joost Prinsen (zelf noemt hij zich een aardige middenmoter) hoort in ieder geval niet bij het bataljon van de kleine spelers. Hij kent de tragiek van de ouder wordende acteur en speelt er een korte monoloog over, uit Oude meesters van Ger Thijs, die hem hier ook regisseert. Hij schudt een van zijn all time favorites (een Brabants kermis-vers over Miserie en Dood als levende personages) ogenschijnlijk even gemakkelijk uit de rijk behangen bomen van zijn belezenheid, als een melancholiek vers van vriend Willem Wilmink of Nobelprijsdrager Harold Pinter. De acteur/performer, de goedlachse bon-vivant en de grote leraar die hij in de loop van de jaren voor velen is geworden, schudden elkaar in dit programma joviaal de hand. Prinsen deelt uit had het ook kunnen heten. Want dát doet hij, gul en joviaal. En mijn God, wat is-ie allemachtig prachtig, daar, in zijn uppie!

Joost Prinsen trapt af in de Schouwburg Amstelveen op 31 oktober. Daarna Woerden, Leiden, Hoorn en nog zo wat buitenplaatsen. Speellijsten: hummelinckstuurman.nl

Film – Gawie Keyser

Medium leviathan

Een Russische Leviathanvanaf vandaag te zien

Nooit begrepen wat God bedoelt als hij van Job wilt weten: waar was jij toen Ik de wereld creëerde? Überhaupt, die Job. Wat een ellende. Dieren kwijt, werkers weg, kinderen dood. En alles maar slikken, want God is groot. Wie ‘goed’zegt, moet ook ‘kwaad’zeggen. Maar wat dit te maken heeft met wie de wereld creëerde? Onduidelijk. Wil God aan Job en dus ook aan ons bewijzen hoe nietig we zijn, zoveel dat we ernaar kunnen fluiten ooit het monster Leviathan aan de haak te slaan en uit het water te trekken?

Dit zijn vragen waarmee ook hoofdpersoon Kolya (Aleksei Serebryakov) worstelt in de nieuwe Russische film Leviathan van Andrey Zvyagintsev. Want wat er allemaal met Kolya in dit verhaal gebeurt valt met geen pen te beschrijven.

Kolya is mecanicien. Hij heeft het zo goed dat hij nauwelijks hoeft te werken. Hij woont in het noorden van Rusland prachtig aan zee samen met zijn vrouw Lilya (Elena Lyadovaen) en hun tienerzoon Roma (Sergey Pokhodaev). Dit fijne leven staat op instorten als burgermeester Vadim (Roman Madyanov) beslag legt op het eigendom. Kolya wordt gedwongen zijn huis te verkopen. Vadim wil juist op die plek een luxe buitenverblijf bouwen voor een of andere apparatsjik. Vanaf dat moment gaat het mis met Kolya. Totaal. Een greep uit zijn misère: vrouw gaat vreemd met beste vriend; zoon rebelleert; Bratva-figuren (Russische maffia) waar je maar kijkt; en de wodka-dorst, toch al zo aanwezig in zijn bestaan, valt nu niet meer te lessen.

De leviathan uit de titel verwijst ook naar het boek van Thomas Hobbes uit 1651 over een samenlevingsvorm waarin een soeverein de absolute macht heeft en de relaties tussen mensen via sociale contracten worden geregeld. Zijdelings valt hier ook wel een connectie met de bijbelse Job te maken, met als gemene deler de vraag hoe het individu zich staande houdt tegenover een onaantastbare macht.

Zvyagintsevs film probeert een antwoord naar voren te schuiven, maar sluitend is het allemaal niet. In zijn dubbelzinnige visie op macht en onmacht ligt juist de grote kracht van zijn film. De tragiek van Kolya’s leven is pijnlijk om te zien, maar deze man is allerminst vrij te pleiten. Wanneer hij bijvoorbeeld de kans heeft in beroep te gaan tegen de actie van de burgermeester staat hij oogluikend toe dat zijn advocaat chantage als juridische ‘strategie’gebruikt. En al dat zuipen? Het gaat maar door. Aan de andere kant: Job uit de bijbel heeft ook geen keus. Want de wereld is nu eenmaal gemaakt door krachten die eeuwig ondoorgrondelijk zijn. Het enige wat ons rest is zoals Kolya naar de supermarkt te gaan om flessen in te slaan. Accepteren, dus. En Job? Die leefde nog 140 jaar lang, ‘oud en der dagen zat’.

Popmuziek – Leon Verdonschot

Sage Francis, zondag 26 oktober, Melkweg, 20 uur

Politiek, poëtisch en persoonlijk: Sage Francis is al jaren een van de meest interessante rappers in de periferie van de hiphop. Punker zonder gitaren, vlijmscherp in woord en beat. Geëngageerd tot op het bot, maar geen slogans, liever verwoordt hij zijn verwarring. Zijn taalgebruik reikt veel verder dan het spandoek. Zijn teksten zijn niet materialistisch, maar ook niet antimaterialistisch. Ze zijn speels en origineel: ‘I’d wear Armani if they endorsed me so people who are poor can rob me’. En hij blijft de man die ooit na de zin ‘We I say hip’ niet ‘you say hop’ rapte, maar: ‘“Shut the fuck up, we ain’t saying shit.” And I’ll respect that.’ Zondag speelt hij voor het eerst in lange tijd weer in Nederland. Zijn nieuwe single:

Joep Pelt, woensdag 29 oktober, Paradiso-Noord, 20 uur

De Nederlandse meestergitarist Joep Pelt is al jaren de verpersoonlijking van de muzikale reis. Wanneer Pelt een land aandoet, gaat hij veel verder dan de invloeden ervan opsnuiven en flarden ervan verwerken in zijn muziek. Pels wórdt de muziek van het land, en de local heroes worden zijn muzikale metgezellen. Geen Conimex Wereldgerechten op muziek, nee; wérkelijke wereldmuziek. Twee jaar geleden overleefde Pelt op het nippertje een zwaar verkeersongeluk, waarbij hij zijn vrouw verloor. In het ziekenhuis luisterde hij onafgebroken naar de muziek van de grondleggers van de blues. Het was de muziek die zijn nieuwe album We Don’t Play No Blues beïnvloedde, dat hij presenteert tijdens een ode aan de blues in de Tolhuistuin, ondersteund door onder anderen rapper Typhoon, schrijver Nico Dijkshoorn en zanger Lucky Fonz III.