Tips van onze kunstcritici: A man called Ove en Bewakers van Bemelen

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week o.a. een groots chagrijn en afbrokkelend Limburg.

Film – A Man Called Ove

A Man Called Ove is gebaseerd op de bestseller uit 2012 van de Zweedse schrijver Fredrik Backman, in Nederland uitgegeven onder de titel Een man die Ove heet. Verhaal: de 59-jarige Ove wil dood, omdat hij zijn verdriet na het overlijden van zijn vrouw Sonja maar niet kan verwerken. Maar zijn pogingen – ophanging, vergassing, voor de trein springen – worden in de kiem gesmoord door een toevallige interventie van zijn omgeving.

Ove is constant bezig onrechtmatigheden in die omgeving recht te zetten. ’s Ochtends vroeg is hij al zijn rondes aan het doen: checken of mensen wel de snelheidslimiet in de buurt handhaven, kijken of er niet fietsen verkeerd gestald zijn, peuken opruimen, checken of het slot van het omheinde wooncomplex nog goed werkt. Je weet het nooit; niemand is te vertrouwen. In Ove’s ogen is de wereld bevolkt door idioten, zodat er wel altijd iets is om te fixen. En wie heeft dan nog tijd voor zelfmoord plegen.

Dat de filmversie van Hannes Holm zo onweerstaanbaar is, heeft veel te maken met de verleidingen die het verhaal biedt. Ove, gespeeld door Rolf Lassgard en Filip Berg (Ove in zijn jonge jaren), is een grumpy old man met radicale trekken, iemand die in zijn jonge jaren een haarbreedte verwijderd was van het soort boze, witte man dat Michael Douglas speelt in de jaren-negentigklassieker Falling Down. Schiet Douglas een fastfoodtent aan flarden omdat zijn hamburger niet overeenkomt met die afgebeeld in een advertentie, Ove gaat een verkoper in een ijzerwarenwinkel bijna te lijf als blijkt dat het touw waarmee hij zichzelf wilde ophangen te snel kapot gaat.

Ove doet dingen waarmee wij het makkelijk eens kunnen zijn, als we niet zo gebonden waren aan sociale conventies en goede manieren. Daar komt bij dat de tragiek in Ove’s leven herkenbaar is. Zoveel tegenslag had hij. En toch leeft hij groots. Zelfs de echte romantische liefde, waar de meeste mensen alleen maar van kunnen dromen, heeft hij meegemaakt, alleen maar om die op de meest tragische wijze denkbaar te verliezen.

A Man Called Ove focust zoals veel Scandinavische films op de universaliteit van het plaatselijke leven. Het verhaal is ‘klein’ – het speelt zich voor een groot deel af op het woonerf waar Ove met Sonja heeft gewoond, en waar hij na haar dood alleen verder leeft – maar de conflicten en crises in Ove’s leven hebben bredere implicaties. Nee, geen mens is een eiland, ook niet als je zo sterk in je schoenen staat als Ove.

Regisseur Holm zorgt ervoor dat het verhaal in een behoorlijk tempo wordt verteld, inclusief een gestroomlijnde flashbackstructuur. De bitterzoete romantische sfeer krijgt vorm door kleurrijke breedbeeldfotografie gecombineerd met muziek (onder meer een heerlijk nummer van Demis Roussos) die effectief een ironisch beeld schetst van de wijze waarop Ove, ook tijdens zijn huwelijk met Sonja, zich maar niet kan aanpassen aan zijn omgeving.

Wat een heerlijke verrassing is A Man Called Ove wel niet, een film over een grumpy old man waarvan je kunt zeggen dat je door de kennismaking met hem iets meer leert over waar het echt om draait in het leven, ook al is dezelfde man nog zo nukkig en onhandelbaar.

Te zien vanaf 23 juni

Gawie Keyser


Televisie – Bewakers van Bemelen

‘Alles moet gewoon zo blijven’, zegt Pierre Pittie, bijgenaamd ‘De Kromme’, mijmerend, over zijn Zuid-Limburgs dorp Bemelen. Hij bedoelt eigenlijk: ‘Alles zou weer moeten worden als vroeger’, want modernisering en vooruitgang hebben al veel onherstelbaar verbeterd. De basisschool is gesloten, de voetbalclub kan nog maar twee elftallen op de been brengen terwijl het KNVB-minimum drie is, de kerk is vaak nagenoeg leeg, carnaval vieren wordt steeds moeilijker. Bejaarde Pierre, met broer Willy nog altijd in het ouderlijk huis wonend, probeert als vrijwilliger nog zo veel mogelijk overeind te houden, wetend dat het tegen de bierkaai is. Ook al omdat hoogopgeleide nieuwkomers elders werken en maar een enkeling met dorpsleven meedoet.

Medium 360

Willy vrijwilligde ook altijd veel maar die is aan het afbouwen. Hij doet alleen nog de vogelwerkgroep die het landschap aantrekkelijk houdt voor onze gevleugelde vrienden (en hij laat elke dag de hond van de voorzitter daarvan uit, die waarschijnlijk in Maastricht werkt). Hoewel ik Willy verderop in de documentaire Bewakers van Bemelen toch ook bezig dacht te zien in de schoffelgroep, opgezet en nog altijd geestelijk geleid door de vorige pastoor, die na gedane arbeid de wijnflessen opentrekt (voor wie geen bier drinkt). Wie hier grootsteedse neerbuigendheid in leest, vergist zich. ‘Naar overzichtelijkheid en sociale samenhang zulk een mateloos verlangen’ – hoewel ik me behoorlijk afstandelijk kan gedragen en besef dat kleine gemeenschappen verstikkend kunnen zijn (mijn vrouw ontvluchtte haar dorp). En altijd heb ik bewondering voor vrijwilligers die dienstbaar in de wereld staan, vooral als ze zich, zoals de broers Pittie, daar geheel niet op laten voorstaan. Pierre is ‘un coeur simple’ om met Flaubert te spreken, die niet alleen de kleedkamers aanveegt en de thee in de rust inschenkt (en daarbij soms een beetje in de maling genomen wordt door bijdehante jongelui – waarbij hij dan alleen maar een beetje meelacht), maar zich ook bekommert om hen die het zwaar hebben.

Zo is hij zelden thuis omdat hij altijd bij Tiny is. Tiny is slecht ter been en afhankelijk van haar scootmobiel. En Tiny’s Servé is eigenlijk altijd op pad. Voor zijn werk op de vrachtwagen (hij was al met de VUT maar werd gierend gek van thuiszitten en van Tiny) of met vakantie naar Cuba. Servé’s zus is terminaal ziek, maar het is Pierre die, al dan niet samen met Tiny, bij Tiny’s schoonzus op ziekenbezoek gaat. En die met Tiny’s kleindochter, die moeite met praten heeft, naar de nieuwe speeltuin in de nieuwbouw gaat. Bewakers is een film over een klein groepje laagopgeleide mannen dat tradities overeind probeert te houden. Dat cement probeert te zijn in een afbrokkelend gebouwtje. Dat op zichzelf heeft iets moois en tragisch tegelijk. Maar pijnlijk is de tegenstelling tussen de verlegen broers die nooit een meisje durfden vragen – en als ze dat al waagden bij een eerste ‘nee’ (dat onderdeel van het spel was) definitief opgaven – en Servé, die naar Cuba gaat omdat de zon altijd schijnt, de mensen vrolijk zijn en ‘de meisjes nooit hoofdpijn hebben’ (vette knipoog). En als hij thuis is niet kan wachten tot Tiny naar bed gaat om pornobanden te kunnen bekijken. Of postbesteller Paul, die zijn invalide bolronde vrouw voorziet van voedsel en verder probeert al wat een rok heeft te grijpen, omdat hem dat nu eenmaal een goed gevoel geeft. De openheid over seks is moderniteit en vooruitgang vergeleken bij verstikkend rooms zwijgen. Tegelijk is het gruwelijk. Een ontroerend en huiveringwekkend portret.

Hans Heijnen, Bewakers van Bemelen, L1, nu landelijk uitgezonden door de NTR, dinsdag 28 juni, NPO 2, 22.55 uur

Walter van der Kooi